Gračanica, stukje Servië in Kosovo

Dagblad De Pers, 8 oktober 2008

PRISTINA – De Kosovaarse grondwet betekent veel voor de overwegend Albanese bevolking in het gebied dat door de VN wordt gezien als een autonome provincie van Servië. Voor de kleine vijf procent Serviërs die in Kosovo een geïsoleerd bestaan leiden, is de grondwet echter nietig. Voor hun telt alleen de Servische constitutie.

Gračanica, het Servische dorpje tien kilometer ten zuiden van Pristina telt naar schatting 13000 inwoners. Billboards met afgebladderde posters van de Servische premier Koštunica en de blauw-wit-rode Servische vlag zijn niet te missen in het straatbeeld. Ook de cyrillische letters op de borden zeggen genoeg: Gračanica ís Servië. Wisselkantoortjes toveren euro’s om tot dinars en de Servische provider Telenor doet er goede zaken. Met een Kosovaarse telefoon is het signaal zwak.

Een piepkleine printshop verkoopt Servische memorabilia. De koffiemokken met ‘groeten uit Servië’ en T-shirts van bekende Servische basketbalspelers gaan echter sporadisch over de toonbank, vertelt de eigenaar. “KFOR soldaten zijn onze enige klanten.”

In de tuin van het 14e eeuwse byzantijnse kloosterkerkje lopen nonnen en KFOR soldaten door elkaar. Een non maakt een babbeltje met een Ierse soldaat. Bezoekers hebben Dinarbiljetten achtergelaten op een schoteltje in de kapel. KFOR beschermt het Unesco-monument al jaren tegen vandalisme en brandstichting door kwaadwillende Albanezen. De laatste tijd hebben zich geen incidenten voorgedaan. “Maar de sfeer blijft gespannen”, aldus een 18-jarige Zweedse soldaat.

Gračanica is op sterven na dood. Tijdens de oorlog in 1999 vertrokken grote aantallen Serviërs uit Kosovo toen de Albanese vluchtelingen er terugkeerden. Na de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid van 17 februari dit jaar, is er weer een grote uitstroom van Serviërs gaande. Voorspeld wordt dat er binnen tien jaar geen enkele Serviër meer in de enclave woont. Voor jongeren is er geen toekomst. Zij vertrekken massaal naar Noord-Kosovo of Servië voor onderwijs en werk.

Igor Popovic is oprichter van een Servische NGO in Gračanica. De strijd die hij voert om erkenning van Servische gemeenschap in het Kosovo anno 2008 wordt steeds moeilijker. “We kunnen niet meer rekenen op bescherming van de politie”. Na 17 februari namen Servische politieagenten massaal ontslag uit protest tegen de onafhankelijkheid. De KPS (Kosovo Police Service) in Gračanica bestaat nu overwegend uit etnisch Albanese agenten. “Ze arresteren Serviërs zonder reden alleen om te provoceren”, vertelt Igor. Ook over de internationale aanwezigheid is hij niet te spreken: “Van NAVO bescherming hebben wij niets gevoeld. UNMIK heeft zich nooit bekommerd over de mensen in Gračanica.”

Vooral elektriciteit is een groot probleem in Gračanica. Hoewel heel Kosovo onder een tekort aan stroomvoorziening leidt, is het in de Servische enclave meer regel dan uitzondering dat de stroom uitvalt.

In het sportcafé is het schemerig donker, op de stortbak van het toilet brandt een eenzaam kaarsje. Het koffieapparaat doet geen dienst en het bier is lauw. “Sinds februari is het van kwaad tot erger geworden”, vertelt eigenaar Uros. Dagelijks kampt hij met schamele elektriciteitstoevoer. “Ik heb vandaag al vijf uur geen stroom”. Volgens de ondernemer is de Servische elektriciteitscentrale net buiten Gračanica al maanden onder constructie. “De Kosovaarse regering eist dat Serviërs met terugwerkende kracht zes jaar elektriciteit betalen”.

Uros blijft in Gračanica. “Ik ben hier geboren en zal hier ook het graf in gaan”, vertelt hij. “Dit is mijn land, ik wil niet vluchten.” Vorige week nog werd hij aangehouden door de politie: “Ik was naar Pristina gereden voor zaken, ze hebben het nummerbord van mijn auto gesloopt en weggegooid. Ik moest maar met een Kosovaars kenteken gaan rijden”, vertelt hij verontwaardigd.

Hoewel etnisch geweld tussen Serviërs en Albanesen niet meer geregeld voorkomt, is de nummerbordenoorlog nog in volle gang. “Met een verkeerd nummerbord op de verkeerde plek rijden kan je je leven kosten”, vertelt ook Viktor op het terras van Sportska café.

In 2006 haalde een Brits echtpaar het wereldnieuws toen ze met een in Belgrado gehuurde auto langs een Albanese bruiloft in Kosovo reden. De feestgangers herkenden het BG kenteken en begonnen op de auto te schieten. De Britten kwamen met de schrik vrij.

Bijna alle Serviërs in Kosovo hebben daarom een tweede nummerbord in de achterbak liggen. Een KS (Kosovo) kenteken staat garant voor een veilige reis. Maar Viktor weigert zich een dergelijk symbool toe te eigenen: “Ik erken de onafhankelijkheid niet, dus rijd ik ook niet met een Kosovaars nummerbord”, zegt hij resoluut. Zijn kenteken begint met de letters NP. “Novi Pasar is een stad in zuid Servië waar Albanesen en Serviërs wonen”, legt hij uit. “Zo weet niemand wat mijn werkelijke afkomst is”.

Het afgelopen half jaar is er veel gebeurd wat Viktor en met hem andere Serviërs in Kosovo tegen de borst stuit. De eenzijdige onafhankelijkheid is erkend door een groot deel van de internationale gemeenschap, en de Kosovaarse grondwet maakt de Albanese meerderheid sterker dan ooit tevoren. “Albanezen hebben alles, wij hebben niets. Nu willen ze ons Kosoveren maar we zitten niet te wachten op geforceerde integratie.” Viktor is rustig, maar achter zijn ogen schuilt een patriottisch man. “Ik zal later mijn kinderen vertellen waar de werkelijke grenzen van Servië liggen. Dit is Servisch grondgebied.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s