De strijd om de stempel

Allereerst. Mijn Transnistrische gastvrouwe Larisa heeft nog steeds contact met haar nieuwe Egyptische internetvriend. Ze hoopt hem gauw in levende lijve te ontmoeten. Maar om nou helemaal naar Egypte af te reizen? Enfin.

Ik heb het zes dagen uitgehouden in Tiraspol, een stad waar niets maar dan ook niets te doen is. Alhoewel. Ik ben naar de bioscoop (een Russische slapstick comedie) geweest met een 16-jarig knulletje en naar het enige museum in Tiraspol met twee 17-jarige meisjes (jawel, Larisa stuurde al haar leerlingen beurtelings langs om mij te entertainen en terloops hun Engels te verbeteren).

Mijn ontmoeting met Jane was een bijzondere. Een Transnistrische die haar biezen pakte om met haar Italiaanse liefde de wereld rond te reizen en zich vervolgens in Rome te vestigen. Terug in Tiraspol om haar familie te bezoeken, bracht ze meer tijd met mij door. Lopen en praten. De hele Transnistrische geschiedenis kwam voorbij en Lenin lachte ons vriendelijk toe als we keer op keer zijn evenbeeld passeerden.

Niet te vergeten de twee Zwitsers (journalist en fotograaf) die we minstens vier keer per dag tegenkwamen op de hoofdweg, want Tiraspol is niet zo groot. En Andrej, die voor een Duitstalig radiostation thuis dagelijks het nieuws inspreekt. Andrej is tevens de enige Transnistrier op deze aardkloot die het geen slecht idee vindt om weer aansluiting met Moldavië te zoeken.

Dan nog het megasupersonische luxe voetbalstadion dat Sherrif (het enige en grootste bedrijf van Transnistrië) onlangs bouwde en de gedemilitariseerde zone in Bendery (zie foto) waar Transnistrische en Russische troepen de brug nog altijd bewaken.

Genoeg te doen dus eigenlijk. Maar na zes dagen moest ik het illegale staatje dan toch verlaten. Puur omdat er op mijn illegale visum een einddatum stond en ik geen zin had in nog een bezoekje aan het illegale immigratiebureau van de illegale politie.

Een marshrutka (minibus) bracht me van Tiraspol naar Chisinau. Ik wist wat me te doen stond. Een stempel halen! Eén waaruit blijkt dat ik op enigszins legale wijze Moldavië ben binnengekomen. Het zit namelijk zo: Als je Transnistrië via Oekraine binnentreedt (zoals ik deed), kom je geen Moldavische grenspost tegen. Louter een illegaal opgetrokken niet-erkende Transnistrische grenspost. Als je vervolgens het gebied weer verlaat om naar Moldavië te gaan (waar je eigenlijk al bent, volgens de Moldaviers, maar niet volgens de Transnistriers), tref je wél een Moldavische grenspost. Op de grens van Transnistrië en Moldavië. Die is daar neergeknald als reactie op de grensovergang met van Transnistrië met al haar toeters, bellen, hamers en sikkels. Een vooruitziende blik vertelt je dat je Moldavië ook weer eens zult verlaten. En als de Moldavische douane dán geen inreisstempel in je paspoort vindt, dan ben je dus illegaal hun land binnengekomen. Wat kan duiden op zoiets als met een parachute uit een vliegtuig springen. Kortom: gedoe.

Die stempel moest ik dus hebben. Ik nam plaats voorin de bus naast de chauffeur, op het puntje van mijn stoel zodat ik er gemakkelijk uit kon springen om met mijn paspoort te wapperen. De eerste post was de Transnistrische waar ik mijn illegale inreisvisum (lees: vodje papier) diende in te leveren. Alles ok. De volgende post was een Moldavische observatiepost, geen controle dus ook geen stempel. Vervolgens doemde daar de Moldavische grensovergang op. De deur ging open, een douanebeambte kwam ieders documenten bekijken. Ik zag meteen dat de beste man geen stempelapparaat onder de arm had. Voor hij de bus kon verlaten klampte ik me aan hem vast. ‘Stempel alsjeblieft’, begon ik lieflijk. Met een harde ‘Njet’ kaatste hij de bal terug voordat hij ferm de bus uitstapte. Ik keek de buschauffeur aan en met zijn goedkeurende blik sprong ik de douanebeambte achterna de bus uit. ‘Ik heb die stempel echt nodig’, riep ik hem na. Inmiddels stond hij alweer bij zijn maatjes. Het drietal begon uitbundig te lachen. ‘Echt niet, jij krijgt geen stempel. Mwahaha.’ Einde verhaal, zoveel was duidelijk. Dan niet hoor. Dan geen stempel. Terug in de bus bereikten me sympathiserende blikken en troostrijke glimlachjes. Zij wisten het natuurlijk allang…

[Sprong in de tijd]

Drie dagen verbleef ik in Chisinau, de hoofdstad van Moldavië. Een heerlijk rustig hostel met lieve meisjes, een wasmachine en een fijne woonkamer. Een interessant bezoek aan het OVSE voor een interview, alwaar ik een Nederlandse ex-militair tegen het lijf liep die me vol met informatie stopte. Maar ook vertelde dat er drie Nederlandse studenten uit Leiden in Chisinau waren voor een charity studieboekenproject. Lees hier het resultaat.

[Einde sprong in de tijd]

Tijd om Moldavië te verlaten. Met de nachtbus naar Bucharest, Roemenië. De Brit die ik in het hostel alleen maar heb zien gamen op zijn iPhone, bleek dezelfde route te nemen. Een taxi delen naar het busstation leek een goede optie en ach, die zak chips in de bus ook. Ook fijn dat hij me erop wees dat op de oordopjes van mijn iPhone een knopje zit waarmee je liedjes kunt skippen. Ik heb dat ding al best een poosje en het feit dat ik me nooit eerder afvroeg waar dat knopje voor was, maakte zoveel indruk op de Brit dat hij er niet alleen een half uur om heeft gelachen, maar er ook een blog over schreef (tiende alinea van onder).

De buschauffeur leek intussen continu collectief zelfmoord te ambiëren door in iedere bocht in plaats van de rem het gaspedaal in te trappen. Ook daar wen je aan, en als je moe bent slaap je overal.

Bruut wakkergeschud door rust en stilte. Allemaal de bus uit. De grens! Een lange rij mensen, rillend van de kou, wachtend op een douanebeambte. Na een uur (er stond een koffieautomaat, maar die werkte niet) kwam de man met de grote pet eindelijk aansjokken. Een half uur later stond ik voor zijn ruitje.

En ik wist waar hij naar zocht toen hij mijn paspoort van voor naar achter en terug doorbladerde. En wat hij zocht, kon hij niet vinden. Die stempel waaruit zou blijken dat ik op een nette manier zijn land was ingekomen. Hij keek me strak aan. ‘Mitra Nazar?’. Lief lachen deed de trick dit keer echt niet. Mijn paspoort verdween onder zijn bureau en ik moest achter hem wachten. Mijn Britse reisgenoot kon uiteraard doorlopen. Voor de gein riep ik hem toe. ‘Als de bus wegrijdt zonder me, pas jij dan op mijn spullen?’. Al gauw begrepen we beiden dat het toch een goed idee was om telefoonnummers uit te wisselen. Just in case. Het einde van de rij paspoorten kwam in zicht. En ik wachtte mijn lot af. De man met de pet pakte zijn spullen (inclusief mijn paspoort) en verdween. De buschauffeur stond al te popelen om verder te rijden. En ik stond als enige nog in de kille hal te wachten op het belangrijkste document dat ik bezit.

Na een minuut of tien kwam de man met de pet terug. En jawel, met mijn paspoort in zijn hand. Weinig woorden maakte hij eraan vuil: ‘Je bent in Transnistrië geweest he’. Wel een dikke frons. ‘Ja!’, riep ik opgelucht doch timide. Alsof hij er nog even over na moest denken bladerde hij wederom mijn gehele paspoort door. Uiteindelijk, alsof het van heel ver moest komen, besloot hij dat het beter was om mij het land uit te gooien. Wat ook precies de bedoeling van het hele gebeuren was. Hij haalde zijn monsterlijke stempeldoos uit zijn zak. Klik Klak.

De langverwachte stempel!

De bewaakte brug bij Bendery

De bewaakte brug bij Bendery

Advertenties

Een gedachte over “De strijd om de stempel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s