Nederlandse militairen patrouilleren op de fiets in Uruzgan

De ‘Dutch approach’ waar de Nederlandse militairen in Uruzgan zo om worden geprezen krijgt een wel heel letterlijke betekenis dankzij de fietspatrouilles die de mannen van het Korps Mariniers een paar keer per week uitvoeren.

Lees verder

Advertenties

Kerst op Kamp Holland

Een kerstboom, rode tafelkleedjes in de eetzaal. Her en der een militair met een rood-wit kerstmutsje in zijn zak. Op Kamp Holland hebben de Nederlandse militairen hun best gedaan om er wat van te maken. Maar kerst op uitzending in een oorlogsgebied is het toch niet helemaal. Het werk gaat vooral gewoon door.

“Wij staan altijd stand-by”, zegt één van de mannen van het Korps Mariniers. Zij voeren continu patrouilles uit, zowel in de buurt van Tarin Kowt als bij de verschillende buitenposten in het gebied. Dus ook met kerst. “We kunnen elk moment naar buiten worden gestuurd.” Kerst is voor de jonge marinier dan ook weinig bijzonder. “Hier heb je toch geen kerstgevoel, dat kan alleen als je thuis bent met je familie”, zegt hij stellig.

Wel geldt er de zogenaamde ‘low-ops’, zoals normaal gesproken iedere zondag. Dat wil zeggen, low operations. Het ontbijt wordt een late brunch van negen tot elf. En in principe worden er geen operaties uitgevoerd. Maar helemaal vrij is niemand op Kamp Holland.

“Op dit moment heb ik een pieper bij me”, zegt een militair die net terug komt van zijn kerstontbijt. “Met je collega’s is ook een soort familie”, lacht een ander.

Op kerstavond vond er een kerkdienst plaats in de ontspanningsruimte op het kamp. Pater Geert van het Korps Mariniers spreekt, een man of 50 wonen de dienst bij. Er worden kaarsjes gebrand voor de gesneuvelden en militairen die gewond zijn geraakt.

‘Het is wel lastig om hier een kerstgevoel te krijgen, maar het kan wel’, zegt Menno van de explosieve opruimingsdienst, die bij de kerkdienst aanwezig is. “Het is goed om even stil te staan bij de dingen die we hier doen, bij het conflict in Afghanistan. Maar ook bij thuis, de mensen van wie je houdt. We worden dagelijks opgeslokt door het werk. Vandaag kunnen we even wat rust pakken.”

“Maar ja, je zit hier in gepantserde containers. Daar kun je niet zoveel mee met kerst hè”, voegt zijn collega Harro toe. De kerkdienst is ook voor hem een belangrijk moment. “Dit is een mogelijkheid om stil te staan bij de jongens die hier zijn omgekomen. Elk slachtoffer is er eentje te veel. Ik hoop dat we er met zijn allen toe bij kunnen dragen dat het zo snel mogelijk stopt.”

Normaal gesproken staat Harro om half 7 op. “Nu is het heerlijk tot een uur of negen uur uitslapen. Eerst lekker een stukje rennen en dan gewoon weer aan het werk.”

En dan even bellen met het thuisfront natuurlijk. Maar dat is niet zo vanzelfsprekend als normaal. Omdat er massaal gebruik wordt gemaakt van telefoonlijnen en internet, is de verbinding erg slecht op dit soort dagen. “We hopen dat er genoeg bandbreedte is zodat we niet allemaal met twee lettergrepen hoeven te bellen.”

Lang niet alle militairen zitten overigens te wachten op een kerkdienst. Een peloton mariniers staat bij de ingang van de ontspanningsruimte te wachten tot de boel voorbij is. Ze hebben een pokerset bij zich. “Een beetje gezellig pokeren met de mannen is veel belangrijker”, wordt gezegd. Ondertussen schelt Mariah Carey door de speakers met ‘All I want for christmas is you’.

Gepubliceerd op 26 december bij de Wereldomroep.

Welkom op Kamp Holland

Ik loop met militair x en militair y over het centrale plein van Kamp Holland. Plein is teveel gezegd, de zandondergrond is bezaaid met grote kiezelstenen, waardoor lopen nog enigszins te doen is als het heeft geregend en het hele kamp een blubberpoel is geworden.

In het midden staat een volleybalnet gespannen, rechts is de eettent en links het café/ontspanningsruimte. Dit is het centrum van Kamp Holland. Daar omheen zijn alle werk- en slaapcontainers gebouwd. De koffie is het lekkerst bij de witte koffiebunker tegenover het volleybalveld. Daar hebben ze bovendien cappuccino in tegenstelling tot elders op het kamp.

Een paar uur eerder kreeg ik de gebruikelijke alarm-signalen instructie. Er zijn verschillende sirenes, waarvan de meest alarmerende betekent dat je binnen 5 seconden in de dichtstbijzijnde gepantserde ruimte moet duiken. Fijn als dat ’s nachts gebeurt, want alle slaapfabs (jargon) zijn gepantserd. Zo ook de werkfabs, de eetzaal en de bar. Het moet dus raar lopen wil je niet in de buurt van een gepantserde container zijn. Maar toch, 5 seconden is niet veel. Als een alarm het kamp over schelt, is er meestal sprake van een raketaanval. Tenminste, als die bewuste raket op dat moment niet al is neergekomen.

Militair x, militair y en ik nemen het nog even door. Wat was nou het verschil tussen dat ene en het andere alarm? En hoe lang moet je blijven zitten voor de kust weer veilig is?

Vorig jaar april ging het voor de eerste en enige keer goed mis. Toen werd er raak geschoten op Kamp Holland. De raket kwam neer op het centrale plein van het kamp. Azdin Chadli kwam daarbij om het leven, anderen raakte gewond.

“Waar was dat precies?” vraag ik militair x. “Wil je het zien?”, vraagt hij, “Je kunt nog precies zien waar de scherven in het rond vlogen”. We steken het volleybalveld over. Daar, tussen een natte fab (jargon) en een slaapfab (jargon). Er zitten nog gaten in de muur van de slaapfab, de natte fab is vernieuwd. Toen het gebeurde stonden een aantal militairen te douchen, een vrouwelijke militair raakte gewond door scherven die de fab binnendrongen. De natte fab was niet gepantserd, de slaapfab wel. We staan te kijken naar de gaten die de raket in het pantsermateriaal heeft geslagen. Ik realiseer me dat gepantserd zo gek niet is. Dat slaapt toch een stuk rustiger.

Sporen van raketaanval in april 2009 op Kamp Holland

Het bezoek aan de sterfplek van Azdin Chadli dringt hard tot me door. Als je hier ’s morgens wakker wordt, je fab uitkruipt, over het kamp naar de douche loopt met je toilettas onder de arm, zou het zomaar kunnen gebeuren dat je een fractie van een seconde denkt dat je op een camping in zuid Spanje bent. Mocht me dat onverhoopt overkomen, zal ik meteen terug gaan naar die plek.

Een dag eerder zit ik in de cockpit van de Hercules die naar Kandahar Airfield vliegt. De piloten vinden het aardig om het fenomenale uitzicht te delen en nodigen me uit om op de derde stoel plaats te nemen. Ik krijg zelfs een headset op mijn hoofd. Door het kabaal dat het legervliegtuig maakt, kunnen ze zonder headset niet met elkaar praten. Ook al vliegen ze de route over de golf van Oman, over zuid Pakistan naar Afghanistan bijna dagelijks, nog altijd is het magisch. Van zee naar bergen naar woestijn met af en toe een ‘green zone’, maar boven al veel drooggevallen rivierbeddingen. Vanuit de lucht is dat robuuste berglandschap net als een landkaart met relief. Maar dan echt.

In de buurt van Kandahar maakt de Hercules een paar onverwachte slingerbewegingen. Het zijn een soort duikmanouvres die gebruikelijk zijn bij de landing in het oorlogsgebied. Het echte werk is begonnen. Eerste voet op Afghaanse bodem, eerste voet in oorlog.

Van Kandahar naar Tarin Kowt vliegen we met een Dash-7 (klein propellervliegtuigje). Het is maar een half uurtje vliegen. Vanuit de lucht zie ik voor het eerst hoe een quala eruit ziet. Dat is een ommuurd Afghaans huis. Ik zie zelfs een paar kamelen staan.

NB. Wegens Opsec (Operation Security) kan ik nog niet veel uitweiden over de tripjes die ik de komende weken ga maken. Maar u bent de eerste die het hoort zodra ik weer terug ben op de base.

“Ik zat altijd in een omgeving met alleen maar mannen”

Een vrouw in camouflage-uniform. Dat was een halve eeuw geleden nog een vreemd gezicht. Mannen hadden dienstplicht en er was maar een enkele vrouw die het waagde om dat mannenbolwerk vrijwillig binnen te stappen. Emma Staf (76) – gepensioneerd militair – durfde het aan. In 1954 ging ze in dienst om er in 1989 pas weer uit te stappen. Eerst als soldaat, later werd ze officier. “Ik zat altijd in een omgeving met alleen maar mannen.”

Lees verder