Nog steeds Nederlandse militairen in Bosnië

Luister naar de radioreportage bij de Wereldomroep, uitgezonden op 28 december 2010 (onderaan bericht)

Er liggen nog landmijnen en de spanning tussen bevolkingsgroepen is nog niet uit de lucht, maar verder is het in Bosnië, 15 jaar na de burgeroorlog, rustig. Toch lopen nog ruim 1600 buitenlandse troepen rond in het Balkanland, waaronder 85 Nederlandse militairen. Zij werken onder de naoorlogse missie EUFOR, sinds 2004 actief in Bosnië en Herzegovina.

Nu de militaire missie in Uruzgan is afgelopen, is Bosnië – na de marine-operaties tegen de piraterij rond Somalië – de grootste Nederlandse missie van dit moment, met permanent 85 militairen verspreid over het hele land. Het merendeel woont en werkt in LOT-huizen: gewone huizen in wijken tussen de lokale bevolking. LOT staat voor Liaison and Observation Team.

Het LOT-huis in Travnik is een groot pand met zachtroze buitenmuren. Het staat in een wijk vlakbij het centrum van de middelgrote stad in het noorden van Bosnië. Acht Nederlandse militairen bemannen het huis. Iedere dag trekken ze erop uit het gebied in, op patrouille.

Koffie drinken

Ze hebben afspraken met lokale woordvoerders van kleine gemeenten, maar ook met officiële instanties en internationale organisaties in de regio. En soms gaan ze koffie drinken in lokale cafés. Om hun aanwezigheid te tonen en informele gesprekken te voeren.

De voornaamste taak van de militairen is informatie verzamelen over de veiligheidssituatie. Ze rapporteren aan het hoofdkwartier van EUFOR in Sarajevo, en uiteindelijk aan Brussel. Daarnaast functioneren ze als ‘peacekeepers’, wat zoveel inhoudt als zichtbaar zijn om de bevolking een veilig gevoel te geven.

Grote broer
Is dat 15 jaar na de oorlog nog nodig? Volgens Kapitein Piet Koster, die de leiding heeft over LOT-huis Travnik, is dat een lastige vraag. ‘Dat zou je namelijk pas echt weten als je als internationale gemeenschap weg zou gaan’, legt hij uit.

Maar de lokale bevolking is nog altijd blij met de aanwezigheid van de militairen, merkt Koster iedere dag. ‘Ze zijn blij dat er een grote broer, Europa, over de schouders meekijkt. Als de spanningen hier weer oplopen, dan kunnen wij tijdig op de rem trappen.’

Slachting
Travnik lag tijdens de oorlog onder vuur van de Serviërs. Die beschoten de stad vanuit de bergen. Toen het conflict tussen de Kroaten en Bosniaks in Travnik ook uit de hand liep, hoefden de Serviërs alleen nog maar met de armen over elkaar toe te kijken hoe hun rivalen elkaar afslachtten.

Vlak achter het LOT-huis heeft de frontlinie van de Serviërs gelegen. ‘Daarom ligt het hier ook nog zo bezaaid met mijnen’, vertelt Kapitein Koster. De gebieden waar mijnen liggen zijn afgezet met waarschuwingsborden. Er wordt in het hele land al jarenlang gewerkt aan ‘demining’.

Spanning
Volgens Koster is het denkbaar dat de spanningen tussen de bevolkingsgroepen in Bosnië ooit weer zullen escaleren. ‘Er zijn nog steeds nationalistische gevoelens, hoewel die lang niet zo sterk zijn als tijdens de oorlog.’ Bovendien liggen er nog steeds veel wapens en munitie: naar schatting 1 op de 4 huishoudens heeft nog een wapen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s