Fukushima-notes (2)

Zes uur in de vroege morgen. Een tijdstip waarop de Japanse zonsopgang uiteraard allang heeft plaatsgevonden. Wekker, douche, straat, busstation. De bus naar één van de door de tsunami zwaarst getroffen plekken, Minamisoma, vertrekt om half zeven en is nagenoeg leeg.

Via een couchsurfer in Shirahawa, die me in contact bracht met iemand in Fukushima, die me in contact bracht met iemand in Minamisoma, heb ik op de valreep een lieve Engelssprekende mevrouw gevonden die me graag een dag op sleeptouw neemt in haar treurige, verlaten, vernietigde, radioactieve woonplaats.

Mihoko is rond de zestig, maar ziet eruit alsof ze veertig is. Ze komt me ophalen in haar glimmend rode Toyota station. Haar lippenstift is bijna net zo rood als de auto. “Daar zul je Yoko hebben!” roept ze wild zwaaiend naar een naderende gestalte. Op Yoko na is er geen mens op straat. Minamisoma lijkt een stad in slaapstand. Alles is dicht. Tientallen kapperszaken op rij, allemaal hebben ze de luikjes dicht. “We noemen dit sinds de ramp de ‘gesloten-straat’”, vertelt Mihoko.

Yoko en Mihoko werken samen bij de Minamisoma International Association. Maar ze zijn ook dikke vriendinnen. Lachen gieren en brullen in de auto. Ik begrijp er vanzelfsprekend weinig van, want mijn Japans is nog altijd net zo slecht als mijn Swahili. Dan schakelt Mihoko opeens om naar het Engels. “Sorry, we hebben elkaar al twee dagen niet gezien, dus we moeten even bijkletsen!”. “Maar we gaan dus naar het Rode Kruis?”, vervolgt ze rap.

Ik heb een afspraak met het Japanse Rode Kruis op de grens van de 20km evacuatiezone rondom de kerncentrale van Fukushima. Een grote groep mensen gaat vandaag een paar uur terug naar hun verlaten huizen vlak bij de centrale.

We staan in een enorme sporthal waar iedereen een mondkapje draagt. Na een half uur interviews doen, vraag ik Mihoko of wij ook niet eens zo’n ding moeten regelen. Het lijkt me toch niet voor niets. “Nee joh!” Gilt Yoko. “Wij zijn sterke vrouwen!” Zonder dat Yoko het ziet, grist Mihoko toch snel twee mondkapjes uit de mondkapjesbak. Ze hangt ‘m nonchalant om haar nek. Niet om haar mond. Ik volg haar voorbeeld.

Een uur later, we zitten gedrieën weer in de auto. De sfeer is een stuk serieuzer geworden. 660 inwoners van Minamisoma hebben de tsunami niet overleefd. Nog 23 worden vermist. Mihoko kende er een aantal goed. Minamisoma is dubbel zwaar getroffen. De kust werd weggeslagen door de enorme vloedgolf, huizen werden compleet weggespoeld. En dan ook nog die verdomde kernreactor. Twintig kilometer. Mihoko is een maand geëvacueerd, maar keerde als één van de eersten terug. Ze wilde, ze moest terug. Het werk ging door en toen haar buurt werd vrijgegeven door de autoriteiten omdat de straling er gedaald was, vonden zij en haar man het verantwoord om weer naar huis te gaan. Haar kinderen en kleinkinderen zijn nooit meer teruggekomen. Niet eens voor een bezoek.

We stoppen bij de golfbaan. “Mitora-san, je móet onze baas ontmoeten!” Mitora-san. Zo heet ik in Japan. Die o zit er tussen omdat ze geen losse t-klank kennen. Dus wordt het Mitora. Ik vind het prima.

Mister Yoshinobu Shiga is eigenaar van de golfbaan in Minamisoma. Het is zaterdag en bijzonder druk op de baan. Uitsluitend mannen slaan zo hard ze kunnen balletjes het veld op. Het gras is lang. Veel te lang voor een golfbaan, zegt mister Shiga. Maar hij durft het niet te maaien. Hij doet iedere dag metingen, en het niveau van radioactieviteit is te hoog. Een heel stuk hoger dan op andere plekken in Minamisoma. Dus blijft mister Shiga voorlopig van het gras af. De golfers ook. Die slaan louter balletjes het radioactieve veld op.

Waarom staan jullie hier dan zo ontspannen te golfen? Vraag ik voorzichtig. Mister Shiga begint hard te lachen, bulderen bijna. “De mannen die je hier ziet hebben zoveel stress. Als ze niet konden golfen om te ontspannen, zouden ze gisteren al dood zijn neergevallen.” Naast de golfbaan wordt de grond rondom een verlaten kleuterschool omgeploegd. De bodem wordt verwijderd, zoals op veel plekken in Minamisoma. Ze hebben alleen nog geen plek gevonden om de radioactieve grond te dumpen.

We rijden verder. Naar een tijdelijke opvang voor mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt door de tsunami. Een gymzaal met matrasjes, van elkaar gescheiden door kartonnen dozen. De meeste mensen zijn inmiddels allang elders opgevangen, bij vrienden of familie. Maar er zijn nog 43 eenzame zielen die hier tussen de kartonnen dozen hun dagen doden. Een vrouw van 73. Drie dekens en twee verhuisdozen heeft ze nog. Ze lacht verlegen als ik hallo zeg, maar staart diep de oneindigheid in als ik me nog even omdraai bij het naar buiten gaan. Ze ziet me niet.

Minamisoma stond ooit bekend om haar mooie stranden. Dat is behoorlijk verleden tijd. Na zeven maanden liggen er nog altijd auto-wrakken langs de kust, die een paar weken na de tsunami aanspoelden. Verlaten huizen staan op instorten. Een plastic wasmand op het strand. Er zit een pluche pinguïn in.

 

Advertenties

Een gedachte over “Fukushima-notes (2)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s