Zanger ontvlucht Azerbeidzjan aan vooravond Songfestival

Radio Nederland Wereldomroep (RNW), donderdag 17 mei 2012

Een bekende Azerbeidzjaanse muzikant is het land ontvlucht vanwege een videoclip waarin hij zich kritisch uitlaat over het dictatoriale regime in het land. In de video, die deze week op youtube verscheen, zingt leadzanger Jamal Ali van de populaire band Bulistan over hoe hij werd opgepakt en in elkaar geslagen om zijn mening.

Jamal Ali (rechts) en filmmaker van Bulistan-videoclips, Ferdy Era (links)

Twee maanden geleden werd Jamal Ali opgepakt bij een protestdemonstratie tegen het regime omdat hij de moeder van de president beledigde. Tien dagen zat hij vast en iedere dag kreeg hij stokslagen. Een paar dagen voor het uitbrengen van de nieuwe videoclip, aan de vooravond van het Eurovisie Songfestival in Bakoe, vluchtte Jamal naar het buitenland uit vrees voor een nieuwe arrestatie. ‘Dit keer zullen ze me niet na tien dagen laten gaan.’

‘Ik wist dat het spannend zou worden. Bloednerveus ging ik het podium op’, vertelt Jamal Ali, een bekend figuur in de Azerbeidzjaanse ondergrondse muziekscene. De meeste Azerbeidzjaanse jongeren kennen hem als de voormalige frontman van de populaire hiphop-formatie Host. Maar met zijn nieuwe band Bulistan trekt hij niet alleen de aandacht van zijn fans, ook van de autoriteiten. De band steekt principieel de draak met de president Ilham Aliyev en zijn familie.

Eind maart demonstreerden duizenden jonge activisten tegen het autoritaire regime in Azerbeidzjan. De band Bulistan trad op, maar al na het eerste nummer ging het mis. ‘Het laatste wat ik me herinner is het gezicht van mijn vriend. Zijn blik sprak boekdelen: Wegwezen hier!’, zegt leadzanger Jamal Ali een maand later in het rokerige cafe Araz in de binnenstad van Bakoe. Hij steekt de ene na de andere sigaret op. ‘Ik had nog maar één nummer gespeeld’.

Jarenlang was demonstreren in Azerbeidzjan verboden. Voor het eerst stond het regime het oogluikend toe, maar wel op hun voorwaarden. De demonstranten kregen een pleintje toegewezen in een uithoek van de stad. Het hele plein werd omsingeld door oproerpolitie, zo ook de wegen eromheen.

Jamal begon het optreden met het nummer ‘Ga Weg’. ‘Het gaat over een sultan die geld uit de zakken van burgers steelt’. Jamal verwijst, zonder daarbij zijn naam te noemen, naar de huidige president van Azerbeidzjan, Ilham Aliyev. ‘Steenrijk van de olie, maar gewone burgers krijgen niets’, vat hij het regime van zijn land samen. De songtekst is op het randje, maar zet nog geen kwaad bloed bij de politie, die scherp toezicht houdt op het concert. Maar Jamal is op dreef. Na afloop van het nummer loop hij naar de voorkant van het podium en roept in een opwelling door de microfoon ‘En fuck Ilham’s moeder!’

Nog voordat Jamal het podium af kan springen om het op een rennen te zetten, pakken vier agenten in burger hem bij de armen en benen. ‘Het ging heel snel. Een vriend vertelde me later dat ze me op mijn achterhoofd sloegen, ik weet er niks meer van.’ Jamal wordt naar een politiewagen gesleurd. Ook de gitarist en een vriend, die toevallig ook op het podium staat, worden meegenomen. ‘Op het politiebureau begonnen ze meteen met stokken op mijn benen te slaan. Ik werd gedwongen een statement ondertekenen, dat ik nooit meer in het openbaar zal vloeken.’ Hij krijgt tien dagen cel voor schelden in het openbaar.

Jamal bestelt nog een biertje en staart even voor zich uit. Het is hem niet in de kouwe kleren gaan zitten. Zijn onderbenen zitten nog onder de littekens. ‘Ik zat op een stoel, mijn handen werden achter mijn rug vastgebonden, ik kreeg een zak over mijn hoofd. Een agent ging op mijn benen zitten zodat ik niet kon tegenspartelen. De ander sloeg met een ijzeren stok. Iedere dag, soms wel drie uur lang.’ Een celgenoot vertelde hem waarom ze gevangenen op de hielen slaan. ‘Zodat je niet meer goed kunt lopen en dus niet meer zal gaan demonstreren. Ik had het wel eens in Turkse films gezien.’

Volgens de Azerbeidzjaanse wet verdien je 1 tot 3 jaar gevangenisstraf als je de president of zijn familie beledigt. Jamal had geluk. Allemaal te danken aan het Eurovisie Songfestival dat eind mei in Bakoe georganiseerd wordt. ‘Ze wilden deze zaak niet groter maken’, legt hij rustig uit. ‘Een bekende muzikant die wordt gearresteerd in het land waar het songfestival wordt gehouden is natuurlijk slecht voor het imago’.

Amnesty International heeft het regime in Azerbeidzjan meermaals opgeroepen om tientallen politieke gevangenen vrij te laten voor het Eurovisie Songfestival begint. Ook bracht de mensenrechtenorganisatie een statement uit naar aanleiding van de arrestatie en mishandeling van Jamal Ali: ‘Het is verwerpelijk en ironisch dat twee maanden voor Bakoe het Eurovisie Songfestival host, de autoriteiten geweld gebruiken om vreedzame protesten uiteen te slaan en uitgerekend muzikanten de mond snoeren.’

Na tien dagen werd Jamal Ali vrijgelaten. Maar echt vrij is hij voorlopig niet. ‘Ik moet heel voorzichtig zijn, geen gekke dingen doen, niet teveel opvallen. Ze hebben me letterlijk gezegd dat Eurovisie mijn deadline is. Als het songfestival voorbij is weten ze me te vinden.’

Jamal Ali is Azerbeidzjan inmiddels ontvlucht. Aan de vooravond van het Eurovisie Songfestival bracht Bulistan het nummer ‘Vermicelli’ uit, waarmee Jamal harder tegen het regime ingaat dan ooit tevoren. Hij zingt over zijn arrestatie: ‘Ik werd geslagen voor wat ik zei, ze stopten me in een politieauto, lieten het zien op de staatstelevisie en noemden ons bandieten’. En over burgers die uit hun huizen worden gejaagd vanwege sloopacties om een groot stadion te bouwen voor het Eurovisie Songfestival: ‘Mijn huis is vernietigd, ik ben dakloos, zit ik te wachten op Eurovisie?’  In de videoclip tekent Jamal met spuitbussen op een muur van huis dat gesloopt wordt. In het eindshot verschijnt er een grote middelvinger, met vleugels. ‘Overal camera’s, altijd iemand die me in de gaten houdt, hier is een boodschap voor ‘hen’: een heilige middelvinger’.

‘Ik wilde een nieuwe arrestatie niet riskeren’, schrijft Jamal na zijn vlucht in een email. ‘Ik ben dus op tijd gevlucht. De politie stond dezelfde dag al bij mijn moeder voor de deur’. Ook vanuit het buitenland gaat Jamal Ali door met zijn strijd: ‘Ik blijf vechten voor vrijheid van meningsuiting in dit land. Het is nu echt ik tegen de president.’

Advertenties

Don’t ask, don’t tell in Azerbeidzjan

Dat het Eurovisie Songfestival in West-Europa een homofeestje is, weten ze in Azerbeidzjan inmiddels wel. Maar in het land waar eind mei de 57e editie van de liedjeswedstrijd wordt gehouden, kun je maar beter niet hardop zeggen dat je homoseksueel bent. Je kunt er je baan kwijtraken of in elkaar worden geslagen.

Gaykrant, 12 mei 2012

Twee mannen struinen over de boulevard, de een slaat zijn arm om de schouder van de ander. Vredig wandelen ze verder langs de Caspische zeekust. In Bakoe is het geen raar gezicht. Mannen raken elkaar aan, omhelzen intiem en zoenen elkaar op de wang. Het betekent niet meteen dat ze homoseksueel zijn. ‘Zo zijn mensen hier gewoon, het zit in onze cultuur’, zegt Vuqar Usi Adigozel (25), oprichter van Free LGBT Azerbeidzjan, een niet-officieel geregistreerde homo-belangenorganisatie. ‘En dat maakt het dus makkelijk voor ons om niet op te vallen.’ Een paar maanden geleden begon Vuqar een blog en een facebookpagina met de naam ‘Free LGBT Azerbeidzjan’. Op een paar mislukte initiatieven na, is het de eerste actieve beweging voor holebi’s in Azerbeidzjan. Vuqar wil Free LGBT officieel laten registreren, maar het is nog de vraag of hij daar toestemming voor krijgt van de dictatoriale overheid. Er rust een groot taboe op homoseksualiteit. ‘Maar aan de bezoekersaantallen op de website zien we dat er enorme behoefte aan zo’n platform. Er zijn hier meer homo’s dan je denkt’, lacht hij. Toch is het geen eenvoudige klus mensen te vinden die ervoor uitkomen dat ze homoseksueel zijn. Maar wie goed achter de façade van homofobie kijkt, vindt ze wel degelijk.

De zoektocht begint bij voorzichtig rondvragen in ogenschijnlijk tolerante cafe’s. Café Room is daar een van. Een kleine artistieke wijnbar in een zijstraat van het centrale fonteinplein. Het zou een homovriendelijk cafe zijn, en dat wordt bij binnenkomst meteen bevestigd. In de hoek zit een groepje goed-verzorgde mannen. Ze zitten om een laptop heen en lachen uitbundig. Het gesprek gaat al gauw over het Songfestival. ‘Die Nederlandse inzending is geweldig!’, zegt een van de jongemannen. ‘En die tooi! Hoe komt ze erop, fantastisch.’ Als het gesprek voorzichtig overgaat naar de positie van homo’s in de Azerbeidzjaanse samenleving, wordt het even stil. Ze kijken elkaar aan. ‘Weet je, als je zorgt dat je niet teveel opvalt kun je hier alles doen wat je wilt’, zegt de een. Sterke vermoedens dat we hier te maken hebben met vijf Azerbeidzjaanse homo’s, zijn na een uur praten nog steeds niet bevestigd. Dan maar een directe vraag: Wat is jouw seksuele oriëntatie eigenlijk? Fuad ontwijkt de vraag. ‘We zien er anders uit, kleden ons artistiek en verzorgen ons goed. Daarom worden we wel eens uitgescholden voor homo, maar dat betekent niet dat we het zijn’. Zijn buurman, een jonge jazz zanger, verandert het onderwerp resoluut door de videoclip van de Azerbeidzjaanse inzending voor het Eurovisie Songfestival op te zetten. ‘Fantastisch is ze, vind je niet?’

De eigenaresse van Café Room kent wel iemand die lesbisch is en pakt de telefoon. Een minuut later, bijna fluisterend: ‘Je kunt haar nu ontmoeten, ze zit vlakbij’. Zhala is een van de weinigen die hardop durft te zeggen dat ze een andere seksuele geaardheid heeft. Ze runt een cafe, een Engels aandoende pub waar veel expats komen. ‘Dit is geen homotent hoor’, zet ze meteen recht. ‘Iedereen is welkom, maar de sfeer is een stuk toleranter dan in andere cafe’s in Bakoe’. Zhala is lesbienne en een van de weinigen in Azerbeidzjan die daar open over wil praten. ‘Maar ik ga niet op de foto hoor, mijn vader werkt bij de overheid’. Sinds ze zich kan herinneren valt Zhala op vrouwen. Op haar 25e kwamen haar ouders erachter. ‘Ze waren in complete shock. Mijn familie is erg traditioneel, net als alle families in Azerbeidzjan. Hier trouwt een vrouw als maagd, het liefst voor haar twintigste. Uiteindelijk hebben ze zich erbij neergelegd, daar heb ik veel geluk mee. Maar mijn moeder ziet me nog steeds in een trouwjurk voor het altaar staan.’ Zhala is een uitzondering. ‘Niemand is hier open over zijn seksuele geaardheid. Ze zoeken liever naar manieren om het verborgen te houden en een dubbelleven te leiden’. De onderneemster is inmiddels een baken voor jonge lesbiennes in Bakoe. Haar appartement fungeert regelmatig als opvanghuis voor vrouwen die het moeilijk hebben. ‘Ik ben een soort alarmlijn, als vrouwen problemen hebben, bellen ze mij’.

Die mentaliteit ligt volgens de Vuqar van Free LGBT vooral aan de traditie van patriottisme in het land. ‘Je moet hier een echte man zijn, zodat je kunt vechten voor het vaderland. Als homo kun je je militaire plicht niet vervullen. Dat is de propaganda van de overheid’. De tijden dat homo’s in Azerbeidzjan werden gestraft om hun seksuele geaardheid zijn wel voorbij. In 2000 schrapte het land een wet, nog afkomstig uit de Sovjettijd, die homoseksuele activiteiten strafbaar stelde. Maar homo’s moeten nog steeds vrezen voor de autoriteiten, zegt Vuqar. ‘Ik ken mensen die hun baan zijn kwijtgeraakt omdat ze homo zijn’. Maar de grootste gevaren liggen op straat. Vuqar, naar eigen zeggen bi-seksueel, wordt regelmatig uitgescholden. Een vriend van hem werd onlangs nog in elkaar geslagen. ‘Het was 11 uur ’s avonds toen hij werd belaagd door een groep jongeren. Ze sloegen hem, grepen hem in de ballen en beroofden hem van zijn laptop en telefoon.’

Vier jaar geleden bracht de Azerbeidzjaanse schrijver Ali Akbar het conservatieve land heel even in beroering met het boek ‘Artush & Zaur’, een roman over een homoseksuele relatie tussen een Azerbeidzjaanse en een Armeense jongen. Het zijn de twee meest controversiële onderwerpen in de regio, de tweede vanwege de jarenlange strijd met buurland Armenië om het gebied Nagorno-Karabach. ‘Als je in dit land iemand wil kwetsen noem je hem homo of Armeen. Het zijn de ergste scheldwoorden die je kunt bedenken’, legt Akbar uit. Het boek maakte veel los en na een week werd het plotseling uit de schappen gehaald. ‘De stapels boeken werden bij me thuis afgeleverd, zonder uitleg’. De illusie dat het boek iets zou kunnen veranderen in de mentaliteit, heeft Akbar niet. Hij is realistisch: ‘Iedereen weet dat het voorkomt, maar niemand praat erover. Net als in het Amerikaanse leger: don’t ask, don’t tell’. Ook het Eurovisie Songfestival, dat veel homo’s naar Bakoe zal brengen, haalt niks uit, aldus Akbar: ‘Mensen zullen zich een week inhouden omdat de overheid geen problemen wil, maar het zal de samenleving niet toleranter maken. Helaas.’

Volgens Vuqar moeten buitenlandse homo’s en lesbienne’s wel degelijk op hun hoede zijn tijdens het Songfestival. ‘De overheid garandeert hun veiligheid, maar dat zegt helemaal niks. Ze kunnen op straat in elkaar geslagen worden omdat ze er anders uit zien.’ Hij adviseert dan ook om op te passen. ‘Kijk goed om je heen en kleed je niet te extravagant’.

Heel even leek het erop dat er een gay parade zou worden georganiseerd in de week van het Songfestival. De website nighttours.com zou dat op de agenda hebben gezet, maar het bleek louter een aankondiging van het Songfestival als homovriendelijk evenement. Desalniettemin werd een facebookpagina tegen zo’n gay parade door duizenden Azeri geliked. Ook al zou er een Gay Parade worden gehouden, zegt Vuqar, er zou niemand komen. ‘Daar zijn we nog niet klaar voor. Hetero’s niet, maar onze homo’s al helemaal niet.’

De muren van geluk in Bakoe

Het Parool, zaterdag 5 mei. Pagina 12/13

BAKOE- De  snelweg van het vliegveld naar het centrum is splinternieuw. Langs beide kanten van het pikzwarte asfalt is een kilometerslange muur opgetrokken. Een muur met marmeren ornamenten, waar je net niet overheen kunt kijken. Achter de façade liggen de armoedige buitenwijken van Bakoe, verstopt voor het oog van de argeloze toerist of Songfestival-bezoeker.

In Bakoe, de olierijke hoofdstad van Azerbeidzjan, is niets wat het lijkt. Op zondagmiddag struinen Azeri gezinnetjes over de brede boulevard langs de woeste Caspische zeekust. De kilometerslange leuning van de promenade is gemaakt van marmer. Fonteinen sproeien liters water de lucht in, sommigen kleuren op door rode en blauwe lampen. Achter de boulevard staat het immens grote Hilton hotel, daarnaast het nieuwe Marriot.  Drie gloednieuwe torens in de vorm van eeuwig brandende vlammen zijn zichtbaar vanaf bijna iedere plek in de stad. De hoogste van de drie is 235 meter. Ze staan symbool voor het ‘land van de eeuwige vlammen’, Azerbeidzjaans bekendste bijnaam. Eeuwen geleden was het land een bedevaartsoord voor natuurgelovigen omdat er natuurlijke gasvlammen uit de grond kwamen. De peperdure winkelcentra en boetiekjes van grote modemerken aan de boulevard zijn nagenoeg leeg. Gewone Azeri kunnen geen guchi en prada betalen. Hun salaris ligt tussen de 200 en 400 euro per maand.

Bij helder weer doemen aan de horizon de booreilanden op uit zee. Negentig procent van de Azerbeidzjaanse exportinkomsten komt uit olie. Volgens de omstreden president Ilham Aliyev is er genoeg olie om Europa de komende 100 jaar van brandstof te voorzien. Met de miljardenopbrengst van de olie geeft het voormalige Sovjetland de binnenstad van Bakoe ieder jaar een flinke metamorfose. De kustlijn is hard op weg een tweede Dubai te worden. Er wordt non-stop gebouwd. Stoeptegels en gevels worden een paar keer per jaar vervangen. Een permanente stoflaag hangt boven de stad en overal klinkt het geluid van boormachines. ‘Grootheidswaanzin’, vindt taxichauffeur Ali. Hij rijdt al jaren in een oude lichtblauwe Lada rond. ‘Onze president is een zakkenvuller en wij krijgen niks’. Ali vreest met grote vrezen. De autoriteiten willen af van de oude taxi’s en alleen nog chique paarse Londonse cabs, aangeschaft door de overheid, in het straatbeeld. ‘Er gaan geruchten dat we tijdens het Songfestival allemaal de stad uit worden gejaagd’, zegt Ali terwijl hij zijn Lada tussen een bus en een dikke mercedes probeert te duwen. Verderop wappert de Azerbeidzjaanse vlag aan de op-een-na hoogste vlaggenmast ter wereld. Tadzjikistan overtrof het record recentelijk met een meter, tot groot ongenoegen van president Aliyev die nu plannen heeft voor een kantoorgebouw van 1050 meter hoog in het zuiden van de stad. Net iets hoger dan de Buri Khalifa in Dubai, nu het hoogste gebouw ter wereld.

Het is een kleine groep mensen, de ‘clan’ rond de president en ministers, die profiteert van de olierijkdom. Een drietal vrouwen staat op de hoek van de straat op de bus te wachten. Ze praten honderduit. De bus is te laat, altijd hetzelfde liedje. Maar als de naam van de president valt, zijn ze opeens stil. ‘Politiek? Daar bemoei ik me niet mee’, zegt de een resoluut. De ander: ‘Ga eens achter die ‘muren van geluk’ kijken. Daar speelt het echte leven zich af.’ Ze lachen erom, het is nooit anders geweest. Leiders die de olie gebruiken om er zelf rijk van te worden.  Bakoe is een stad van 3 tot 4 miljoen mensen, de meesten wonen in de buitenwijken waar oude Sovjetflats vervlogen tijden doen herleven. Stromend water is er een luxe. ’s Morgens een paar uur en ’s avonds een paar uur, de rest van de dag geen druppel. Elektriciteit valt met enige regelmaat uit en wegen zien eruit alsof ze al decennia niet zijn gerenoveerd. Op billboards in de binnenstad wordt het Eurovisie Songfestival groots aangekondigd. Het regime grijpt de liedjeswedstrijd aan bezoekers te laten zien hoe welvarend en Europees Azerbeidzjan is. De vrouw van de president is hoofd van het Eurovisie comité.

De meeste mensen kijken eerst een paar keer over hun schouder voordat ze zich uitlaten over de president en zijn familie. De afgelopen jaren houdt Aliyev de touwtjes strak in handen. Hij duldt geen tegenspraak en laat hij zijn tegenstanders om het minste of geringste oppakken. Er zijn geen oppositiepartijen in het parlement, nagenoeg alle media zijn in handen van de staat en non-gouvernementele organisaties worden tegengewerkt. Rasul Jafarov is oprichter van de Azerbeidzjaanse NGO ‘Human Rights Club’. Toen bekend werd dat Azerbeidzjan het Eurovisie Songfestival 2012 host, begon hij de campagne ‘Sing for Democracy’. ‘We willen het songfestival gebruiken om druk uit te oefenen op de autoriteiten en roepen de president op politiek gevangenen vrij te laten’. Tientallen journalisten, bloggers en politiek tegenstanders van het regime zitten in de gevangenis. In de week van het Songfestival organiseert Jafarov bij wijze van protest een alternatief open-air muziekfestival. Tenminste, als hij toestemming krijgt van het regime.

Demonstreren is in Azerbeidzjan jarenlang verboden geweest. In maart dit jaar kreeg de oppositie voor het eerst weer toestemming voor een protestbijeenkomst. Ze kregen een pleintje ver buiten het centrum toegewezen en mochten daar een paar uur demonstreren. Toen een aantal demonstranten na afloop niet vertrok, greep de politie met groot geschut in. ‘Mensen zijn bang, ze durven de straat niet op’, zegt Jafarov, lurkend aan een waterpijp in een rokerig cafe. ‘Als je hier gaat demonstreren, ben je morgen je baan kwijt. Zelfs je familieleden kunnen hun baan verliezen. Dus houden mensen zich koest.’ Maar Jafarov is ervan overtuigd dat het merendeel van de Azeri ontevreden is met het regime. ‘Mensen verdienen hier een schijntje en om zich heen zien ze de rijkdom vloeien’. Geïnspireerd op de Arabische Lente probeert de jonge activist via sociale media mensen te mobiliseren in opstand te komen. Ook daar steekt het regime subtiel een stokje voor. ‘Op de staatstelevisie is een campagne die mensen vertelt hoe slecht sociale media voor de schoolprestaties van kinderen is’, lacht hij. ‘En internet is peperduur, gewone Azeri kunnen dat simpelweg niet betalen.’ In de weken voorafgaand aan het Eurovisie Songfestival laat het regime demonstraties mondjesmaat toe om Europa te laten zien dat het Azerbeidzjan democratisch land is, zegt Jafarov. Maar hij weet donders goed dat er een eind komt aan het Eurovisie-feest. ‘Na het Songfestival, als de buitenlandse schijnwerpers uit zijn, worden wij allemaal opgepakt’, verzekert hij. ‘Ik maak me geen illusie’.

Ondertussen bouwt president Aliyev door aan het megalomaan grote station voor het Eurovisie Songfestival. De ‘Chrystal Hall’ ligt nog in een bouwput aan de kust ten zuiden van het centrum. Eind mei moet het klaar zijn om een paar duizend journalisten en bezoekers te ontvangen. De afgelopen drie jaar zijn ruim 20.000 mensen uit hun huizen gezet om plaats te maken voor nieuwbouw. Vorige maand werden negen flatgebouwen met de grond gelijk gemaakt om plaats te maken voor de Eurovisie openingsceremonie. Er woonden 280 families. Een kleine maand voor de afbraak werden ze vriendelijk verzocht hun huis voor een veel te lage prijs aan de staat te verkopen. Een aantal gezinnen ging niet akkoord en bleef zitten. Tot op een avond bulldozers het dak van het flat kwamen verwijderen.

Een paar kilometer buiten Bakoe, in het voorstadje Surakhani, decoreren honderden ja-knikkers het zanderige landschap. Tussen de non-stop pompende oliemachines wonen een paar duizend mensen in simpele huizen zonder gastoevoer en waterleiding. De eigenaar van de locale levensmiddelenwinkel rekent een paar broden af. Nog geen honderd meter verderop vloeien miljarden euro’s ruw uit de bodem omhoog. ‘Olie zeg je?’, hij begint te lachen. ‘Daar zie ik geen rooie cent van’. De klanten in de kleine supermarkt lachen mee. ‘En aan die penetrante oliegeur zijn we inmiddels ook gewend’.

Kader: De huidige president Ilham Aliyev is sinds 2003 aan de macht. Hij nam het stokje over van zijn vader Hayder Aliyev, een ex-KGB baas, die het land vanaf 1993 leidde. Bij de laatste verkiezingen in 2010 was volgens waarnemers sprake van fraude en intimidatie. Vorig jaar veranderde Ilham Aliyev de wet, hij kan nu oneindig herkozen worden. In 2013 zijn er weer presidentsverkiezingen. In 2011 werd een aantal demonstraties tegen de Azerbeidzjaanse regering neergeslagen. Zeventien activisten en oppositieleden werden gearresteerd. Volgens Amnesty International zitten veertien van hen nog steeds vast. Transparency International, een organisatie die het niveau van corruptie onderzoekt, plaatst Azerbeidzjan bij de meest corrupte landen ter wereld, nog boven Pakistan.In een van de wikileaks cables wordt Ilham Aliyev door de VS-ambassadeur vergeleken met maffiafiguren uit de film ‘The Godfather’. De organisatie van het Eurovisie Songfestival vindt dat de liedjeswedstrijd niks met politiek te maken heeft en stelt schendingen van mensenrechten in het land niet aan de orde.

‘Songfestival een vloek voor Bakoe’

Metro, donderdag 3 mei 2012. Pagina 6

‘Het Songfestival is een vloek voor de stad’

BAKOE- ‘Het was alsof er een bom ontplofte’. De Azerbeidzjanse Shirin Baji Rzayeva (58) heeft wel wat meegemaakt in haar leven. Sovjettanks in de straten van Bakoe en later de Karabach-oorlog met Armenie. Maar toen twee weken geleden midden in de nacht een bulldozer het dak van haar huis insloeg, stond ze doodsangsten uit.

Haar hele straat is inmiddels een ruïne. Overal liggen betonblokken, losse stenen en stukken hout. Het dak van het de oude flat is een gapend gat. De zon schijnt rechtstreeks op de keukentafel naar binnen. ‘Ik hoop dat bezoekers van het Eurovisie Songfestival dit ook zien. Onze president behandelt mensen als beesten’, Rzayeva trekt een verwrongen gezicht.

Na het binnenhalen van het Eurovisie Songfestival heeft de omstreden Azerbeidzjanse president Ilham Aliyev zijn nieuwbouwplannen in hoog tempo opgevoerd. Al een paar jaar is het steenrijke olielandje de hoofdstad Bakoe stevig aan het opknappen. Miljoenen worden uitgegeven aan dure hotels, marmeren gevels en gloednieuwe kantoorgebouwen met glimmende ramen. Het hoogste gebouw ter wereld is in de maak en op dit moment wordt het poepchique Chrystal Hall afgebouwd, waar het Songfestival eind mei zal plaatsvinden.

Vorige maand werden 280 families uit hun flats gezet voor een nieuwe boulevard bij de Chrystal Hall. En deze maand is de hele Shamsi Badalbaylistraat, waar Rzayeva al decennia met haar familie woont, aan de beurt. Een paar dagen voor de plotselinge nachtelijke sloopactie, kwam er iemand aan de deur met de boodschap dat Rzayeva haar koophuis moest verlaten. Nieuwe hotels en een luxe winterpark zouden er moeten komen. ‘De staat zou mijn huis wel kopen voor een schamel bedrag waar ik nooit een ander huis in Bakoe voor kan terug kopen’. Dus weigert Rzayeva te vertrekken.

De autoriteiten passen een veel gebruikte methode toe, legt ze druk gebarend uit. Gewoon beginnen met slopen terwijl de bewoners nog binnen zitten. ‘Ze doen het ’s nachts, om ons bang te maken. En ze gaan door tot het te gevaarlijk is om hier nog te wonen’. Inmiddels zijn al haar buren gevlucht voor de bouwterreur. Alleen Rzayeva en haar zoon Haji houden voet bij stuk. ‘Ik heb jarenlang in de oorlog met Armenie gevochten voor dit land en dit krijg ik als dank?’, zegt Haji verontwaardigd. ‘Het Songfestival is een vloek voor de stad’, aldus Rzayeva. Met 48 miljoen euro budget wordt Bakoe het duurste Eurovisie Songfestival ooit. ‘En ze kunnen mij niet eens normaal bedrag betalen voor mijn huis. Schande!’

Inmiddels is er weinig over van dat huis. De waterleiding is stuk, elektriciteitskabels hangen los. Overal ligt stof. De sloop van het stratenblok gaat iedere dag door. Voordat het Songfestival van start gaat, moet alles tegen de vlakte zijn. Rzayeva’s protest gaat om meer dan alleen geld. Het huis is haar eigendom, het is een principekwestie. ‘Ik blijf hier zitten, ook al bulldozeren ze me de dood in’.