Griekse toestanden in Slovenië?

Slovenië stond altijd bekend als het ‘Zwitserland van de Balkan’, het rijke buitenbeentje in Joegoslavië. In 1991 relatief geruisloos onafhankelijk geworden, bloedvergiet dat de andere Balkanlanden ondergingen bleeft Slovenië bespaard. In 2004 werden ze lid van de Europese Unie, in 2007 volgde de Euro. Een succesverhaal, waar nu een einde aan lijkt te komen. Slovenie wordt mogelijk het zesde land dat bij het Europese Noodfonds moet aankloppen voor financiele hulp en sluit daarmee aan in het rijtje Griekenland, Spanje, Portugal, Ierland en Cyprus.

Vrijdagochtend 26 oktober 2012 vertelde ik erover bij de KRO op Radio 1 en dat is uiteraard terug te beluisteren.

Advertenties

Serbia rains on gay parade

Published at Waging Nonviolence (People-Powered News and Analysis)

In a conference building in Belgrade, around 200 people waved rainbow flags and listened to speeches from the Pride Week organizing committee and international guests on Saturday. This, however, was as close as Serbia’s LGBT community came to holding a gay pride parade this year.

Three days earlier the Serbian government forbade organizers from holding a pride parade in Belgrade for the second year in a row. Prime Minister Ivica Dačić told local media that he made the decision because of safety risks, as hooligan groups threatened to attack the march if it was to take place. To protest against another ban on their parade, LGBT activists organized a “Pride Within Four Walls” gathering to protest the way they are treated by their government. Read the rest of the story at Waging Nonviolence

Nederlander doet in visdobbers op Servische platteland

Gepubliceerd op donderdag 11 oktober in AD/Haagsche Courant

Belgrado – Mitra Nazar

Alle dorpsbewoners kennen hem als die vrolijke Hollander met zijn visdobbers. De Voorburger Laurens van der Zijden is een opvallende verschijning in Stara Pazova, een dorp op het Servische platteland. Drie jaar geleden verruilde de ondernemer in visgerei Voorburg voor Servië, het land waar zijn vrouw vandaan komt. Hij voelt zich er als een vis in het water. ‘Het is alsof ik iedere dag op vakantie ben’, vertelt hij op een mooie nazomerdag de de riante tuin achter zijn zelfgebouwde huis.

Het begint allemaal tien jaar geleden als Van der Zijden de liefde van zijn leven tegenkomt. Gewoon op een strandfeest in Scheveningen. Hij werkt voor een hengelsportgroothandel, zij als tolk bij het Joegoslavië Tribunaal. Binnen een paar jaar is er een huwelijk en twee kinderen. Maar dan slaat de heimwee toe: ‘Tanja, mijn vrouw kon niet wennen in Nederland, ze wilde terug naar Servië’. Daar hoeft Van der Zijden niet lang over na te denken: ‘Ik voelde meteen een klik met dit land, ik wist dat onze toekomst hier lag.’ Het gezin verhuist en Van der Zijden begint zijn eigen zaak. Hij exporteert bijzondere handgemaakte visdobbers, die hij in Servië laat maken, naar Nederland. Binnen mum van tijd heeft hij een productielijn op poten gezet. De dobbers laat hij in een fabriek in het zuiden van het land maken, het lood haalt hij uit een andere regio en de de tuigjes om visdraad op te spannen worden gemaakt in een kleine plasticfabriek om de hoek. Daar heeft hij vijf Servische dames in dienst om de boel voor hem in elkaar te zetten en in te pakken. De Voorburgse ondernemer heeft nog geen moment spijt gehad, ‘Het is zo kicken hierzo!’ De Haagse tongval is het enige dat zijn roots nog verraadt.

Alles wat Van der Zijden doet gaat gepaard met een enorme dosis enthousiasme. Een permanente glimlach staat op zijn gezicht. De zaken gaan voorspoedig, maar ook het leven in Servië doet hem goed: ‘In Nederland was ik vaak gestrest, daar is alles zo druk en overgeorganiseerd. Hier leven mensen veel langzamer en ze communiceren meer met elkaar. Ik ken al mijn buren en heb nooit meer stress’, vertelt de ondernemer terwijl hij in korte broek de barbecue aansteekt. Zaken doen in een land als Servië roept altijd wel vragen op over corruptie. Van der Zijden is zich ervan bewust maar heeft er nog nooit mee te maken gehad. ‘Je hoort die verhalen, maar ik heb het nog niet gezien. Ik werk alleen voor Nederlandse markt, dat scheelt misschien.’ Dozen vol visspullen staan opgeslagen op zolder. De Voorburger rommelt wat door de pakketten met meer dan honderd verschillende soorten dobbers. Wildenthousiast vertelt hij over zijn kaperdobbers, snoekbaarsdobbers en dobbers in verschillende kleuren. Onlangs begon hij met speciale vissetjes voor meisjes, compleet in het roze. Zijn 8-jarige dochter Jelena heeft er al mee gevist, ‘Ze vond het geweldig en ving meteen de grootste vis!’.

Het vlees is inmiddels klaar, de tuintafel gedekt. De kinderen, die tweetalig worden opgevoed, spelen in de boomhut die hun vader voor ze bouwde. ‘Aan tafel!’, roept Van der Zijden. ‘Zie je nou wel, het leven is hier echt goed.’

Servische homo’s weer grote verliezers

Gepubliceerd op 8 oktober 2012 op Weblog De Jaap

Zwaaiend met een regenboogvlag binnen de vier muren van een conferentiezaaltje. Zo dicht zijn Servische homo’s afgelopen weekend gekomen bij het houden van een Gay Parade. Uit protest tegen weer een verbod op een echte Parade, hielden ze zaterdag een treurige ‘Pride binnen vier muren’.

Drie dagen eerder sprak de nieuwbakken Servische premier Dacic (een bekend gezicht uit een duister verleden) het al verwachte verbod uit. De beslissing om de homo-optocht af te gelasten werd ingegeven door ernstige veiligheidsrisico’s. Net als vorig jaar. De Parade werd ook toen (een dag voordat ie gehouden zou worden) verboden. De dreiging kwam uit extreem-rechtse hoek, zogenaamde hooligans hadden aangekondigd de Parade neer te komen slaan. (…) Lees verder op De Jaap

‘Een burgemeester die genocide ontkent is onacceptabel’

Gepubliceerd op vrijdag 5 oktober in Het Parool

BELGRADO- Nadja werpt haar handpalmen in de lucht en kijkt omhoog. ‘Allah mag het zeggen’, zegt ze fronsend. De Bosnische moslima werkt in het souvenirwinkeltje bij het genocide-herdenkingscentrum in Potocari. Ze kan alleen maar hopen dat haar burgemeester genoeg stemmen haalt om door te kunnen gaan. ‘Wie zal zeggen wat er gebeurt als we een Servische burgemeester krijgen, misschien sluiten het herdenkingscentrum dan wel.’

Tot op heden was Srebrenica zeker van een burgemeester van Bosniak (Bosnische moslim) komaf. Zondag zijn er lokale verkiezingen en voor het eerst sinds de oorlog is de kans aanzienlijk dat een Bosnisch Servische kandidaat meerderheid van stemmen haalt. Srebrenica maakt zich op voor een harde etnische strijd in het stembureau.

‘Een burgemeester die genocide ontkent is simpelweg onacceptabel’, zegt Camil Durakovic, de huidige Bosniak burgemeester en kandidaat voor een nieuwe termijn. Vanuit zijn kantoor in het gemeentehuis voert hij een snoeiharde campagne. ‘Het is al moeilijk genoeg om te leven in een naoorlogs Srebrenica waar meer Serviërs wonen dan voor de oorlog.’ Sinds de oorlog zijn de Serviërs met 70% van de bevolking in de meerderheid. Bij voorgaande lokale verkiezingen werd bij wet een uitzondering gemaakt voor Srebrenica, waardoor ook Bosniakken die buiten Srebrenica woonden mochten komen stemmen. Het bracht de Bosniakken op een meerderheid. Voor het eerst geldt de uitzondering niet meer, er werd geen meerderheid gevonden in het parlement. ‘Servische parlementsleden hebben hun best gedaan het tegen te houden en het is ze gelukt’, aldus Durakovic. ‘Dus moesten we een andere oplossing vinden om te voorkomen dat de Serviërs weer aan de macht komen in Srebrenica’.

De Bosniak kandidaat Camil Durakovic

Zijn campagneteam maakte overuren, reisde het hele land door om oorspronkelijke bewoners van Srebrenica, die tijdens of na de oorlog naar andere delen van Bosnië vluchtten, te bezoeken. De boodschap was simpel: Kom naar Srebrenica, schrijf je in als inwoner en kom op 7 oktober alsnog stemmen. Vervoer werd geregeld en ook op verkiezingsdag zullen door het hele land bussen worden ingezet. ‘Dat recht hebben ze, die mensen zijn niet vrijwillig vertrokken maar gevlucht vanwege de genocide.’, zegt Durakovic in perfect Engels. Als 16-jarige jongen vluchtte hij in 1995 door de bossen bij Srebrenica, ontsnapte aan de dood en emigreerde naar de Verenigde Staten om in 2005 met een rechtendiploma terug te keren naar Bosnië. De campagne had succes, ruim 3000 nieuwe kiezers kwamen zich inschrijven. ‘Nu moeten we hopen dat het genoeg is’.

De Bosnisch Servische kandidate Vesna Kocevic

Oneerlijk, vinden veel Bosnische Serviërs. ‘De oorlog is voorbij, hoe lang moeten wij daar nog voor boeten?’, zegt Zoran, eigenaar van een piepklein cafe. De gevel hangt vol posters van SNSD, de partij van de Servische kandidaat Vesna Kocevic. ‘Kijk maar, dit is een Servisch dorp. Hier hoort toch Servische burgemeester’. Hoewel er in het Servische kamp verdeeldheid ontstond toen een tweede Serviër (zakenman Radojice Ratkovac) zich kandidaat stelde, is de verwachting dat de meeste Serviërs op Kocevic gaan stemmen. ‘Het kan tot een verschil van 50 of 100 stemmen komen’, zegt Kocevic vanachter haar bureau op het gemeentehuis waar ze wethouder van economische zaken is onder Durakovic. Kocevic is van de partij van Milorad Dodik, de president van de Servische Republiek, die de genocide in Srebrenica openlijk ontkent. Haar retoriek lijkt milder: ‘Niemand hoeft bang te zijn als ik aan de macht kom. Ik zal burgemeester zijn voor alle burgers van Srebrenica, ongeacht etniciteit’. Ook het sluiten van herdenkingscentrum Potocari, waar sommige Bosniakken bang voor zijn, is voor haar ondenkbaar. ‘Ik begrijp goed wat er in de oorlog is gebeurd, ook ik wil oorlogsmisdadigers -van beide kanten- veroordeeld zien’, antwoord ze afwijkend op de vraag of zij de genocide wel of niet erkent. ‘Ik hoop voor de toekomst dat mensen zich gaan bezighouden met economische ontwikkeling in plaats van met etnische kwesties.’

De langgerekte Marshall Tito-straat kronkelt als een ader door Srebrenica. ‘Als je zo de straat in kijkt is het eerste huis van een Serviër, het tweede van een Bosniak, het derde weer van een Serviër’, zegt Milos Vucic, student en Serviër. ‘Hier tegenover woont een Bosniak naast een Serviër, ze zijn beste vrienden’. De weg hangt aan weerszijden vol verkiezingsposters. Het portret van Durakovic siert de lantarenpalen, maar de rode plakkaten van Kocevic overheersen het straatbeeld.

Voordat de campagne begon was nauwelijks op te maken wie een Bosniak en wie een Serviër was in het gemengde Srebrenica, nu is het overduidelijk. ‘Deze verkiezingen zetten de etnische spanningen weer op scherp zetten’, zegt Aida, die haar vader verloor bij de genocide van 1995. ‘De sfeer is anders dan normaal. We zeggen elkaar nog wel gedag, maar je voelt het in de lucht. Iedereen is gespannen.’ Het liefst zou ze stemmen op een kandidaat die neutraal is, maar die ontbreekt. ‘Bovendien wordt het gezien het als verraad om niet op een Bosniak te stemmen’. Het is aan de politiek om dat tij te keren, vindt ze: ‘De realiteit is dat we hier allemaal moeten moeten wonen en belangrijkere problemen hebben’. Ze duidt op misschien wel het enige dat beide bevolkingsgroepen verbindt; een werkeloosheidspercentage van ruim veertig procent. Het is iets waar het in de campagnes nauwelijks over gaat, vindt Aida.

Zeventien jaar na de genocide leven Serviers en Bosniakken letterlijk naast elkaar. Ze werken samen en hun kinderen gaan naar dezelfde school. Confrontaties zijn er bijna niet. ‘We zijn niet zo close als voor de oorlog, maar we gaan normaal met elkaar om’, zegt Mehmedalija Salkic, een Bosniak die tien jaar geleden terugkeerde naar zijn verlaten huis in Srebrenica. Gedurende de massamoord verloor de familie Salkic 17 mannen. ‘Mijn buren zijn Serviërs, we groeten elkaar iedere dag. En mijn loodgieter, een goede jongen.’ Maar als het op de keuze voor een nieuwe burgemeester aan komt, is de segregatie weer allesoverheersend en komen herinneringen aan de oorlog naar de oppervlakte. Een Bosniak stemt op een Bosniak, een Serviër op een Serviër. ‘We zijn bang dat de Serviërs de verkiezingen gaan winnen’, Zegt mevrouw Salkic. ‘Maar daar is Srebrenica nog niet klaar voor. Daarvoor is de oorlog nog te vers.’

Een manier vinden waarop iedereen kan leven met het verleden. Dat is volgens Dragana Jovanovic van de NGO ‘Vrienden van Srebrenica’ waar Srebrenica zich nu op zou moeten richten. Maar ze heeft weinig hoop, ongeacht wie er zondag als winnaar uit de bus komt: ‘Beide kandidaten zijn bezig de bevolking nog meer te segregeren, in plaats van ons te verbinden.’

==================

In 1995 wordt in het Amerikaanse stadje Dayton een akkoord gesloten dat het einde van de oorlog inluidt. De Dayton akkoorden hebben een verdeling van Bosnië in twee entiteiten tot gevolg. De Bosnische Federatie, waar Bosniakken en Kroaten deel van uitmaken en de Servische Republiek, waar de Bosnische Serviërs de macht hebben. De entiteiten hebben een eigen president, parlement en politiemacht. Srebrenica ligt in de Servische Republiek en is daar de enige plek waar zowel Bosnische Serviërs (70%) als Bosnische moslims (30%) wonen. Het is tevens de enige gemeente in de Servische Republiek waar een Bosniak burgemeester is.

In Juli 1995 werden in Srebrenica tussen de 7000 en 8000 mannen en jongens, die formeel onder bescherming stonden van het Nederlandse VN-bataljon DutchBat, vermoord door troepen van de Bosnisch-Servische legerleider Ratko Mladic. In 2007 werd de massamoord door het Internationaal Gerechtshof tot genocide benoemd.

Spannende verkiezingen in Srebrenica

Zondag wordt in Srebrenica een nieuwe burgemeester gekozen. Het zijn historische verkiezingen, want voor het eerst na de oorlog in Bosnië kan een Bosnisch Servische burgemeester aan de macht komen. En wel een kandidaat van de partij die de genocide ontkent. Ik gaf tekst en uitleg op Radio 1 bij Goedemorgen Nederland (KRO). Hier te beluisteren.

Ook gaf ik een toelichting bij NOS op 3 (Nederland 3). Uiteraard online terug te kijken.

Under reconstruction

A masterpiece of the famous former Yugoslavia’s architect Ivan Antic. The Contemporary Art Museum in Belgrade; a great legacy of the brilliant socialist architecture from long lost Tito-times. After five years of -so called- reconstruction, the hope of it ever opening again vanishes by the day. The past couple of months though, it was temporarily open to the public again. ‘What happened to the Contemporary Arts Museum?’ is the name of the cynical non-exhibition. Last sunday this exhibition closed as well. So, what will happen to the Contemporary Art Museum now? Nobody knows.

(You can find more pictures in my facebookalbum)

The opening in 1965