Bulgaarse Maria: Verkocht en verkracht in Amsterdam

Het Parool, zaterdag 24 november 2012

Maria uit Bulgarije: Verstandelijk gehandicapt en verkocht in Amsterdam

Mitra Nazar

Het is vroeg in de ochtend als Maria wordt gevonden in het gras bij een benzinestation in de omgeving van Hoorn. Ze is nauwelijks aanspreekbaar, haar lichaam zit onder de blauwe plekken en ontstoken brandwonden. Ze kan amper lopen en spreekt alleen Bulgaars. De politie brengt haar naar een tijdelijk opvanghuis in Amsterdam. De hel waarin Maria twee maanden gevangen zat, is voorbij. Op een onbekende plek in Amsterdam werd ze in een kamertje opgesloten, verkracht, gedwongen tot prostitutie en gruwelijk mishandeld.

Een aantal maanden later is ze terug in Bulgarije en woont ze in een geheim opvanghuis voor slachtoffers van vrouwenhandel in Varna. Ze loopt nog iedere dag het gevaar dat haar pooier haar vindt. Maria, net 25 geworden, heeft mooie lange haren en sprekende donkere ogen. Veel praten doet ze niet. ‘Het is moeilijk met haar te communiceren’, vertelt Anna Nikolova, manager en psychologe van het vrouwenhuis. ‘Ik versta haar soms niet eens’. Bovendien wil ze het liefst nooit meer praten over wat haar is overkomen in Nederland. ‘Maria heeft veel moeten vertellen in therapiesessies, dat heeft er behoorlijk ingehakt’, legt Nikolova uit.

Maria is een speciaal geval. Haar IQ is lager dan 70, ze kan niet lezen of schrijven en heeft de sociale vaardigheden van een kind van twaalf. Ze heeft een aangeboren verstandelijk handicap, door pedagogen wel mentale retardatie genoemd.

Het geheime vrouwenhuis ligt ver buiten het stadscentrum van Varna, in een gewone woonwijk waar honderden grijze flatgebouwen bijna niet van elkaar te onderscheiden zijn. In een van de betonnen huizenblokken met gammele balkonnetjes deelt Maria een kamer met een meisje dat gedwongen werd tot prostitutie in Duitsland. In de andere kamer wonen twee meisjes met soortgelijke ervaring in Oostenrijk en Spanje. Er is dag en nacht begeleiding.

Bulgarije is een van de grootste bronlanden als het gaat om vrouwenhandel naar west-Europa. In Nederland staat het oost-Europese land al jaren in de top vijf van landen waar verhandelde vrouwen vandaan komen. De Bulgaarse Nationale Commissie voor de Bestrijding van Mensenhandel telde in 2011 541 slachtoffers, het merendeel seksueel geëxploiteerde vrouwen. Grootste exportlanden zijn Nederland, België en Duitsland. Die aantallen zijn nog maar het topje van de ijsberg, er zijn aanwijzingen dat het aantal slachtoffers veel groter is.

Een nieuwe zorgwekkende ontwikkeling is de groei van het aantal verstandelijk gehandicapte slachtoffers zoals Maria. Er bestaan geen specifieke statistieken, zowel in Bulgarije als Nederland gaan deze gevallen nog op in de algemene cijfers. Maar deskundigen in Bulgarije zien het uitbuiten van mentaal zwakkeren wel degelijk groeien. ‘Het afgelopen jaar hebben we vijf vrouwen gehad zoals Maria’, zegt Nikolova vanaf de bank in de woonkamer van het opvanghuis. ‘Ik ben daar erg van geschrokken. Dat zagen we de jaren ervoor nauwelijks’. Ook het Nederlandse coördinatiecentrum mensenhandel Comensha erkent dat er in het algemeen een trend is in het ronselen van verstandelijk gehandicapte vrouwen voor prostitutie.

Er is wel een verklaring voor te vinden, legt Nikolova uit. Door strengere straffen en harder optreden tegen mensenhandelaren zowel in Bulgarije als in Nederland, veranderen mensenhandelaren hun tactiek. ‘Een vrouw met een mentale stoornis is niet alleen meer kwetsbaar en eenvoudig te manipuleren, wat het een pooier makkelijker maakt haar in de val te lokken. Belangrijker is dat zo’n vrouw vaak niet kan getuigen vanwege haar achtergebleven cognitieve ontwikkeling. De pooier kan met haar doen wat hij wil met en gaat in de meeste gevallen vrij uit’.

Dat is ook met Maria’s pooier het geval. Ze kan geen enkele zaak tegen hem beginnen, de Bulgaarse politie accepteert haar verklaring niet. De man die haar verkocht loopt nog steeds vrij rond. ‘Wij kunnen niks meer doen’, verzucht Nikolova, die Maria intensief begeleid. ‘We kunnen er alleen voor zorgen dat ze hem niet weer tegen komt’.

Het heeft maanden geduurd voordat Maria kon vertellen wat er precies is gebeurd. Vanwege haar beperking haalt ze veel door elkaar. Maar langzaamaan, na vele gesprekken, werd duidelijk wat haar is overkomen.

Maria’s verhaal begint als die van zo veel vrouwen die in handen vallen van vrouwenhandelaren. Ongeveer een jaar geleden leert ze haar vriend Marko kennen. Maria komt uit een klein dorp in centraal Bulgarije. Haar ouders zijn -net als zij- verstandelijk beperkt. Ze kunnen niet werken en leven van het schijntje van het pensioen van oma. Marko woont in het aangrenzende dorp. Ze ontmoeten elkaar op straat, waar ze ’s avonds rondhangen omdat er verder niks te doen is. Marko heeft het zichtbaar beter dan Maria, hij heeft een auto en een mobiele telefoon. Hij koopt mooie kleding voor Maria en behandelt haar als een prinses. Die aandacht heeft ze nooit eerder ervaren; ze wordt verliefd. Op een dag, ze kennen elkaar dan een paar maanden, vraagt Marko of ze zin heeft mee te gaan op vakantie. Een weekje naar Nederland. Hij heeft vrienden in Amsterdam, ze kunnen de stad bekijken. Samen gaan ze naar het gemeentehuis om een paspoort aan te vragen, want die heeft ze niet. Het is een lange reis met de auto, maar als ze aankomen in Amsterdam kijkt Maria haar ogen uit. Ze gaan meteen naar het huis van de vriend van Marko, ook een Bulgaar. Zodra ze binnen zijn slaat de stemming snel om. Er komt een andere man langs, waarschijnlijk een Turkse man, maar dat weet ze niet precies. Ze spreken in een andere taal, Maria begrijpt er niks van. Een paar uur later is Marko plotseling verdwenen en neemt de onbekende man haar mee naar een andere locatie. Hij sluit Maria op in een kamer, kleedt haar uit en neemt haar tas en paspoort mee.

Marko heeft Maria verkocht. Poedelnaakt ligt ze in het kamertje tot er een andere man binnenkomt. Ze wordt verkracht. Als ze van zich af probeert te slaan, krijgt ze een flinke schop. Dan komt er een andere man. Die drukt sigaretten uit op de binnenkant van haar dijbeen. Zo nu en dan krijgt ze wat te eten of een flesje water. De twee maanden die volgen werkt Maria gedwongen als prostituee. Mannen komen en gaan. Ze weet niet eens meer hoeveel, ze is verdoofd.

‘Waarschijnlijk konden ze haar niet meer gebruiken’, verklaart Nikolova de relatief korte periode van Maria’s uitbuiting. ‘Ik denk dat ze mentaal toch ongeschikt bleek voor het werk, dus hebben ze haar gedumpt. Ze werd gevonden met haar paspoort in haar hand’.

De dubbele voordeur van de ‘safe house’ heeft aan de binnenkant vier sloten. In de gang hangt een zogenaamde ‘panic button’. ‘Als we die knop indrukken komt de politie direct’, vertelt Nikolova. Eenmaal binnen, gaat de deur grondig op slot. Op het balkon staat een jonge vrouw een sigaret te roken. Het geluid van een huilende baby klinkt door de gang, er komt muziek uit een van de slaapkamers.

‘Meisjes als Maria zijn zo kwetsbaar. Ze dromen van de prins op het witte paard die haar zal onderhouden. Ze willen een gezin stichten, geliefd worden. En dan lopen ze tegen zo’n ‘loverboy’ aan die ze precies geeft waar ze van dromen’. Maria wist voordat ze in Amsterdam aankwam niet dat ze als prostituee zou moeten werken. ‘Maar veel meisjes als Maria gaan daar gewoon mee akkoord, zo erg worden ze bespeeld’, vertelt Nikolova.

Mensenhandelaren worden steeds gewelddadiger, signaleert Ani Torozova, hoofd van Animus Association in Sofia. Ze coördineert de opvang van terugkerende slachtoffers en ziet veel vrouwen binnenkomen na een dergelijke ‘reis’. ‘Vrouwen worden de laatste tijd op een gruwelijke manier mishandeld. Ze worden met brandende sigaretten bewerkt op de meest intieme plekken van het lichaam en geslagen met zware voorwerpen. We zien heel sadistische vormen van geweld.’

Maria knapt inmiddels flink op in het vrouwenhuis. Ze sluit vriendschap met de andere vrouwen. Ze blijkt een succesvolle kok en bereid regelmatig een maaltijden voor haar huisgenoten. Sinds kort gaat ze naar een dagopvang voor verstandelijke beperkte volwassenen. Daar leert ze lezen, schrijven en ontwikkelt ze sociale vaardigheden. Maar haar toekomst blijft ongewis.

In de meeste Bulgaarse opvanghuizen is de maximale verblijftermijn drie maanden. Veel te kort, vindt Torozova. ‘Het grootste probleem is dat er geen vervolgtraject is. Na drie maanden verdwijnen de vrouwen uit beeld.’ Vanwege economisch slechte omstandigheden in Bulgarije is het moeilijk binnen die korte termijn een huis en een baan te vinden. De meeste vrouwen hebben geen opleiding en al helemaal geen werkervaring. Bovendien zijn ze emotioneel nog niet stabiel genoeg, zegt Torozova. ‘Voor alle vrouwen die hier binnenkomen geldt een negentig procent risico dat ze opnieuw in de vrouwenhandel terecht komen’. In bijna alle dossiers staat met vette letters ‘hoog risico’. Sommigen vrouwen zoeken zelf weer contact met hun pooier zodra ze op straat staan. ‘Na een tijdje zitten ze gewoon weer in het buitenland’.

Terug gaan naar familie in haar geboortedorp is voor Maria voorlopig geen optie. ‘Het zou het beste zijn als ze daar nooit meer naartoe gaat’, zegt Nikolova spijtig. ‘In Maria’s geval betekent terugkeer naar dat dorp zeker dat ze opnieuw verhandeld zal worden.’ Nikolova en haar collega’s bezochten onlangs het ouderlijk huis van Maria en spraken met haar moeder. ‘Ik heb haar verteld dat haar dochter veilig is. Ze huilde. Breng haar thuis, riep ze. Het was niet makkelijk uit te leggen dat dat niet kan.’

Nu ze nog in het opvanghuis woont, hebben hulpverleners Maria ervan weten te overtuigen dat ze ver bij haar woonplaats uit de buurt moet blijven. ‘Maar het blijft natuurlijk haar eigen keuze. Ik ben bang voor het moment dat wij geen zicht meer op haar hebben.’ Nikolova heeft informatie dat de man die Maria verkocht nog altijd vlakbij haar ouderlijk huis woont. ‘Als een vreemde haar vandaag op straat zou vragen: ga je met me mee? Dan huppelt ze er rustig achteraan. Zo kwetsbaar is Maria’, zegt ze ongerust. ‘Kun je nagaan wat er gebeurt als ze terug gaat naar haar familie. Hij zal haar direct vinden en dan begint alles weer van voren af aan.’

Maria is niet haar echte naam. Uit veiligheidsoverwegingen moet haar identiteit geheim blijven. De man die haar naar Amsterdam lokte en doorverkocht loopt nog vrij rond. Maria loopt groot risico om weer in zijn greep te vallen.

Kader/Cijfers:

– Bulgarije heeft in totaal acht opvanghuizen voor slachtoffers van mensenhandel verspreid over het land. In 2011 werden 150 slachtoffers opgevangen en begeleid. Specifieke cijfers over landen waar de slachtoffers werden aangetroffen ontbreken.

– In augustus 2012 begon een samenwerkingsproject tussen de Bulgaarse Commissie voor de Bestrijding van Mensenhandel en het Nederlandse Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel. Nederlandse onderzoekers adviseren hun Bulgaarse collega’s bij het verzamelen en analyseren van statistieken over mensenhandel in Bulgarije.

– In juli dit jaar waarschuwde politie in Limburg zorginstellingen voor mensenhandelaren die verstandelijk gehandicapte meisjes en vrouwen voor prostitutie ronselen. Het OM en de politie signaleerden een trend nadat er in Limburg vijf gevallen bekend werden.

– Uit het laatste rapport van Coordinatiecentrum Mensenhandel Comensha van 2011 blijkt dat het aantal slachtoffers uit Hongarije (120) en Bulgarije (73) sterk is toegenomen ten opzichte van 2010. In dat rapport staat ook dat Bulgarije op nummer 2 (na Nederland) staat als het gaat om vrouwenhandel als gevolg van loverboytechnieken. Het gaat met name om vrouwen van 18 tot 23 jaar.

– Volgens het toonaangevende Amerikaanse Trafficking in Persons rapport van 2012 doet de Bulgaarse overheid nog niet genoeg om mensenhandel in het land aan te pakken. Wel is Bulgarije op de goede weg en worden steeds meer mensenhandelaren veroordeeld.

-De afgelopen tien jaar stonden Bulgaren in de top vier van veroordelingen voor mensenhandel in Nederland.

-Het is onbekend hoeveel Bulgaarse vrouwen precies in de prostitutie in Nederland werken. Ook niet of ze dat gedwongen, semi-gedwongen of vrijwillig doen.

 

Advertenties

Blog: Tulpen plukken in Amsterdam?

Ook te lezen op de website van Free Press Unlimited.

Een penetrante geur van verbrand afval hangt boven de wijk, kinderen spelen op straat tussen luid blaffende honden en elektriciteitskabels hangen los. We lopen door de zigeunerwijk van Sliven. Een andere wereld. Hier houden de huizen van steen op en verschijnen de daken gemaakt van golfplaat. Veel van de meisjes die in handen vallen van pooiers en mensenhandelaren komen uit de Roma-gemeenschap en wonen dus hier. Veel Roma zijn niet geregistreerd en kinderen gaan nauwelijks naar school. Het is onbekend hoeveel mensen er precies wonen. 

Ik stop mijn camera wat dieper weg in mijn tas. We besluiten dat het beter is niet te vertellen dat ik journalist ben. Dat wekt argwaan, weet V. Ook foto’s makende toeristen worden niet hartelijk ontvangen in de ghetto (‘we zijn geen apen’). Niet dat er ooit toeristen komen.

V. heeft de hele dag vrij genomen om me te helpen bij mijn zoektocht. De voorgaande avond ontmoeten we elkaar voor het eerst face to face in het restaurant van mijn hotel. We praten urenlang. Of eigenlijk: V. praat en ik maak aantekeningen. Haar verhalen zijn aangrijpend. Niet alleen voor mij. Als ik haar de volgende ochtend vraag hoe ze heeft geslapen, schudt ze zuchtend haar hoofd: ‘Ik heb de hele nacht liggen piekeren’. Ik excuseer me, het is mijn schuld dat V. ellende en bedreigingen uit het verleden weer heeft moeten oprakelen. Maar ze wil er niks van weten. ‘Kom we gaan, we hebben veel te doen vandaag!’

Om erachter te komen hoe in de zigeunerwijk wordt gedacht over Nederland, vrouwen en prostitutie, moeten we met een goed verhaal komen. Tijdens een kop koffie bedenken we een list. Het plan luidt als volgt: Ik heb jaren geleden een meisje uit Sliven ontmoet die als prostituee in Nederland werkte. We zijn bevriend geraakt, maar ze is teruggekeerd naar Bulgarije en we zijn elkaar uit het oog verloren. Nu zoek ik haar. Ze heet Maria. ‘Maria is een veel voorkomende naam hier’, zegt V. ‘Daarmee zijn we veilig’.

We lachen, maar weten ook dat we moeten oppassen. We slenteren door de wijk, kijken om ons heen en worden meteen gespot door een groep mannen op het stoepje voor een half afgebouwd huis. Ze roepen hartelijk, willen dat we binnen komen. ‘Zullen we gaan?’ vraagt V. ‘Ja natuurlijk!’ bevestig ik. Ik laat V. in het Bulgaars het woord doen, ondertussen wordt ik van top tot teen gescreend door de jonge mannen. ‘Amsterdam!’ roept er eentje vrolijk. Hij vertelt dat veel meisjes uit zijn buurt daar werken. ‘Kijk om je heen’, zegt hij. ‘Zie jij vrouwen? Nee, die zijn allemaal in het buitenland. In Amsterdam!’ Ik vraag via V. wat voor werk ze daar doen. ‘Tulpen plukken natuurlijk’, grijnst er eentje. Ik kijk V. vragend aan. ‘Dat is een veel gebruikte grap hier, ze weten heus wel wat hun vrouwen daar werkelijk doen.’

‘Maria zeg je?’, de leider van het groepje fronst even. ‘Ik ken wel een paar Maria’s, maar die zijn in Nederland’. De groep begint te lachen. Dan wordt het rumoerig, er komen meer mannen om ons heen staan. Een meisje van een jaar of vijf rent op blote voeten door de straat. Ze huilt. Haar oudere broer zit achter haar aan met een kettingzaag. Daarmee zaagde hij even daarvoor nog boomstronken doormidden voor de winter. Er wordt hard gelachen, het meisje kruipt weg achter de benen van haar moeder die hard begint te schreeuwen.

‘Of wacht… ben je hier om meisjes uit te zoeken?’ gaat de ‘leider’ verder. ‘Want ik heb er nog wel een paar hele mooie in de aanbieding.’

Bulgarije staat in de top van bronlanden als het gaat om vrouwenhandel en seksuele uitbuiting in west-Europa, waaronder in Nederland. Ik ben in Bulgarije om uit te zoeken waar die vrouwen vandaan komen en hoe ze in Nederland achter de ramen terecht komen. Dat doe ik met financiële steun van Free Press Unlimited, Postcode Loterij Fonds voor journalisten.

Servië woedend om vrijspraak Gotovina

In Servië is woedend gereageerd op de vrijspraak van de Kroatische generaal Ante Gotovina en politiecommandant Mladen Markac. Een paar honderd Servische nationalisten hebben zaterdag gedemonstreerd voor het presidentiële paleis in Belgrado. Na een protestmars en speeches van de plaatsvervangend leider van de Servische Radicale Partij, werd er een Kroatische vlag in brand gestoken.

Vanmorgen vertelde ik over de Servische reacties bij Goedemorgen Nederland (KRO) op Radio 1. Terugluisteren!

Gotovina en Markac waren veroordeeld voor het vermoorden en uitdrijven van etnisch Serviërs in Kroatie tijdens ‘Operatie Strom’ in 1995. Vrijdag werden ze in hoger beroep vrijgesproken vanwege gebrek aan bewijs.

President Nikolic kwam vrijdag met een statement waarin hij zei dat het Joegoslavië Tribunaal niet objectief is maar louter een ‘politiek instrument’. De vrijspraak is slecht voor de stabiliteit in de regio en het haalt oude wonden open, zei hij.

Op banners staan teksten als ‘Niemand is schuldig tot is bewezen dat hij Servier is’, wat vertolkt wat veel Serviërs denken: dat het Joegoslavië Tribunaal alleen is opgericht om Serviërs te veroordelen. Sommigen noemen het zelfs ‘Servië Tribunaal’. Met deze vrijspraak worden zij bevestigd in hun oordeel. De Kroatische vlag ging in vlammen op onder luid geroep van leuzen als ‘Vrijheid voor Seselj’, ‘Ratko Mladic!’ en ‘Stop de tirannie van Den Haag’.

De demonstratie werd georganiseerd door de Servische Radicale Partij. Een partij die bekend staat om zijn afkeer van het Joegoslavië Tribunaal en alles wat met Europa te maken heeft. Ze wapperden vlaggen met de foto van hun leider Voljislav Seselj, die al een jaren in Den Haag zit waar hij terecht staat voor oorlogsmisdaden.

Van de nationalisten was te verwachten dat ze op deze manier zouden reageren. Dat zijn de mensen die oorlogsmisdadigers als Mladic en Kardzic als helden zien. Zij zullen altijd blijven zeggen dat er een complot tegen Servië gaande is.

Maar juist ook voor Serviërs die zich distantiëren van nationalistische retoriek is de vrijspraak als een schok gekomen. Juist die mensen die het Tribunaal wel erkennen en vinden dat oorlogsmisdadigers als Mladic en Karadzic veroordeeld moeten worden, weten niet nu meer wat ze moeten geloven.

Er werd ook gedemonstreerd voor het EU-kantoor in Belgrado. Demonstranten riepen op alle banden met het Tribunaal te verbreken en te stoppen met de onderhandelingen voor toetreding tot de Europese Unie.

Blog: ‘Onze hoeren doen goede zaken bij jullie hè’

‘Onze hoeren doen wel goede zaken bij jullie hè’, lacht Bojan. Hij werkt in een kleine diner in hartje Sofia. Ik zit al een poosje te werken aan het tafeltje bij het raam. Omdat ik de enige gast ben en Bojan zich verveelt, komt hij vragen waar ik vandaan kom. Als ik Nederland zeg, verschijnt er een grijns op zijn gezicht. Een ietwat cynische grijns die ik sinds mijn verblijf hier vaker heb gespot. Ik vertel hem dat ik naar Bulgarije ben afgereisd om te zien waar de Bulgaarse prostituees die in Nederland achter de ramen zitten eigenlijk vandaan komen. ‘Nou, dan moet je naar Sliven’.

De naam Sliven duikt al langer op in mijn research. Het is een middelgrote plaats in het oosten van Bulgarije met een grote Roma-gemeenschap. Het straatarme provinciestadje heeft een bijzondere band met Nederland. En dan heb ik het niet over een culturele uitwisseling of een stedenband. Sliven voorziet veel Nederlandse steden al jarenlang van prostituees. Het is big business en er zit een grote criminele industrie achter. En het geld dat in de Nederlandse hoerenbuurten van Amsterdam, Utrecht en Groningen wordt verdiend, duikt weer op in de dubieuze maffia-economie van Sliven. 

Ik moet dus naar Sliven. Naar de bron. Daar waar de kern van het probleem van uitbuiting en verhandeling van kwetsbare vrouwen en meisjes ligt. ‘Schrijven over dit onderwerp heeft me bijna mijn leven heeft gekost’, schrijft journaliste V. in een email. Ze schreef jarenlang over pooiers, maffiabazen en prostituees in haar woonplaats Sliven. Ze zocht uit hoe de criminele netwerken in elkaar zitten en probeerde te praten met de meisjes. Ze kwam te dicht bij het vuur. In 1995 werd ze in elkaar geslagen door een pooier vanwege een artikel over een van zijn prostituees. ‘Maar ik kan proberen je met de juiste mensen in contact te brengen’, voegt ze eraan toe. 

In sta in een druk cafe met harde muziek in Sofia als ik haar email lees. Een rilling gaat door mijn lijf. Ik kijk naar het meisje achter de bar. Hoe oud zou ze zijn? Achttien, negentien misschien. Ze oogt fragiel. Een makkelijk slachtoffer, hoor ik mezelf denken.

Bulgarije staat in de top van bronlanden als het gaat om vrouwenhandel en seksuele uitbuiting in west-Europa, waaronder in Nederland. Ik ben in Bulgarije om uit te zoeken waar die vrouwen vandaan komen en hoe ze in Nederland achter de ramen terecht komen. Dat doe ik met financiële steun van Free Press Unlimited, Postcode Loterij Fonds voor journalisten.

Slovenië vlucht in nostalgie door crisis

Het Parool, zaterdag 10 november 2012

Slovenië vlucht in joegonostalgie door crisis

Slovenie mogelijk zesde land dat noodsteun nodig heeft

LJUBLJANA – Mitra Nazar

In haar omgeving ziet Daniella Radonjić (31) vrienden en familieleden hun banen verliezen. Zelf is ze blij dat ze nog werk heeft, maar vertellen dat ze slechts 4,50 euro per uur verdient, durft ze bijna niet. ‘Een paar jaar geleden verdiende ik het dubbele’, verontwaardigd schudt ze haar hoofd. ‘En dan zijn de kosten van levensonderhoud ook nog eens flink omhoog gegaan’. Radonjić werkt als serveerster in een van de vele cafés langs de rivier in hartje Ljubljana. Wanneer ze naar televisiebeelden van protesten in Griekenland en Spanje kijkt, vraagt ze zich af wanneer die chaos in haar land zal uitbreken. ‘We zijn heel dichtbij, het is een kwestie van tijd’.

De binnenstad van Ljubljana staat sinds kort vol met ondergrondse vuilcontainers voor gescheiden afval. Het is een van de vele tekenen in de Sloveense hoofdstad dat de Europese welvaart het oosten wel degelijk heeft bereikt. Het potsierlijke provinciestadje trekt veel toeristen, de kronkelige rivier doet menig fototoestel klikken en de straten zijn netjes aangeveegd. Het doet eerder denken aan Italië of Oostenrijk dan aan de Balkan. Maar achter de façade van blakende welvaart, gaat een verhaal van snelle economische neergang schuil.

Van alle oost-Europese EU-landen is Slovenië het hardst getroffen door de crisis. Volgens het IMF is de Sloveense recessie de ergste van Europa op dit moment. De werkeloosheid stijgt met de dag, en degenen die nog wel een baan hebben zien hun salarissen dalen. Premier Janez Janša sprak eerder dit jaar al van een mogelijk ‘Grieks scenario’ voor zijn land. En volgens economen is het eerder de vraag wanneer dan of het land om noodsteun moet vragen.

Zondag zijn er presidentsverkiezingen, maar die worden overschaduwd door de economische rampspoed. Kranten en journaals berichten mondjesmaat over de campagnes van de drie kandidaten. In plaats daarvan gaan de koppen over bezuinigingen, bankencrisis en bedrijven die failliet gaan. Bovendien is de functie van president in Slovenië vooral een ceremoniële. Alle ogen zijn gericht op de omstreden premier Janez Janša en zijn kabinet. Om de grootste bank van het land, de Nova Ljubljanska Banka, van de ondergang te redden heeft hij vijfhonderd miljoen euro nodig. Lukt dat niet, dan is het Europese Noodfonds nog de enige uitweg.

Een harde klap voor het kleine landje aan de ‘zonnige kant van de Alpen’. Toen Slovenië nog een republiek in Joegoslavië was, stond het bekend als het ‘Zwitserland van de Balkan’. Het rijke buitenbeentje in het geïsoleerde socialistische imperium van Josip Broz Tito. Het meeste geld werd verdiend in Slovenië, dat zelfs toen de grenzen voor de meeste Joegoslaven gesloten waren al handel dreef met de rest van Europa.

Dat Slovenië de eerste deelrepubliek was die zich in 1991 afscheidde van Joegoslavië, was dan ook geen verrassing. Zonder veel problemen werd het relatief geruisloos onafhankelijk terwijl buurlanden Kroatië, Bosnië en Servië jarenlang stagneerden door de bloedige burgeroorlog. Vanaf dat moment leek niks stuk te kunnen in het kleine landje met twee miljoen inwoners. Soepel vond het in 2004 de weg naar de Europese Unie, in 2007 volgde de Euro.

Maar aan alle het goede komt een eind. Dus ook aan de glorietijden van Slovenië, mijmert Borut Mehle, columnist van de grootste Sloveense krant Dnevnik. ‘Het ging een beetje te goed’, zegt hij zippend aan een glas bier op het terras van zijn stamkroeg. Omdat de Sloveense economie leunt op export naar andere EU-landen is het extra gevoelig voor het overslaan van een economische crisis. Toen het land in 2009 al in een recessie terecht kwam, bleven hervormingen en bezuinigingen uit. ‘Onze politici hebben te lang gedacht dat ze rijk genoeg waren’, verklaart Mehle. ‘Er heerste hier een chronische vorm van zelfoverschatting. En nu is het geld op, zo simpel is het’.

Hoe pro-Europees Slovenen ook waren toen ze net lid van de club werden, nu het land in diepe crisis verkeert slaat de stemming snel om. Het doet velen weemoedig terugverlangen naar de tijd van het socialisme, toen iedereen nog werk had, gezondheidszorg gratis was en de Joegoslavische republiek haar bijnaam ‘Het Zwitserland van de Balkan’ eer aan deed.

‘Steeds meer mensen realiseren zich dat het toen zo gek nog niet was’, gaat Mehle verder. ‘Natuurlijk is dat nostalgie, maar er zit een kern van waarheid in. Vooral ouderen herinneren zich de tijd dat niemand zich zorgen hoefde te maken, nu moeten ze leven van een pensioen waar ze de rekeningen niet van kunnen betalen.’ Onlangs werd Mehle aangesproken door een bejaarde mevrouw die hem om wat kleingeld vroeg. ‘Ze zag er verzorgd uit, had een mooie jas aan. Maar ze had geen cent te makken. Dat doet me pijn’.

Ook zijn vriend Zlatjan Cuckov, TV-editor bij de Sloveense publieke omroep, kan zich Joegoslavië nog goed herinneren. ‘Toen hadden we tenminste nog wat te dromen. We droomden van Coca Cola en Milka chocolade. Nu hebben we het allemaal, maar kunnen het niet meer betalen.’

Toch kan juist dat socialistische verleden Slovenië door de crisis heen trekken, zegt Mehle: ‘We zijn nog maar korte tijd een kapitalistisch land, we zijn nog niet vergeten hoe het is om van weinig te leven. Wij kunnen zo’n crisis beter aan dan mensen in West-Europa. Bovendien hebben veel mensen nog een flat of huis van de familie en dus geen hypotheek om zich zorgen over te maken’.

Gepensioneerd socioloog en voormalig ombudsman Matjaž Hanžek erkent dat steeds meer mensen -zowel jong als oud- terugverlangen naar Joegoslavië. ‘De industrie die in 45 jaar tijd is opgebouwd, is in de afgelopen tien jaar compleet afgebrokkeld. Mensen zien dat gebeuren en leggen het verband met het kapitalisme.’ Hanžek voorspelt weinig goeds voor de toekomst: ‘Het vertrouwen in politiek en economie is lange tijd niet zo slecht geweest.’

Ook het vertrouwen in de Europese Unie en met name de Euro keldert rap in Slovenië. Toen het land in 2004 als eerste oost-Europese land lid werden van de Europese Unie liep de massagesalon van David Novak als een trein. Maar een paar jaar later zit hij op een doordeweekse dag koffie te drinken op een terras. ‘Ik heb vandaag 1 klant gehad, als het zo door gaat kan ik de tent opdoeken’. Novak is op zoek naar een part-time baan, ‘om de rekeningen te betalen’. Maar banen zijn er niet.

In het cafe waar Daniella Radonjić werkt is het inmiddels drukker geworden. ‘Mensen komen nog steeds hoor’, legt ze uit. ‘Maar nu zit het vol met werkelozen die twee uur over een kop koffie doen’. De crisis is volgens haar niet alleen te wijten aan de Euro. Ook corrupte politici hebben hun steentje bijgedragen, vindt ze. Slovenië wordt geteisterd door corruptieschandalen. De huidige premier Janez Janša staat voor de rechter vanwege het aannemen van steekpenningen in een wapendeal. De leider van de grootste oppositiepartij en tevens burgemeester van Ljubljana, Zoran Janković, werd onlangs gearresteerd vanwege corruptie. ‘Terwijl ze hun burgers moeten beschermen voor deze crisis, blijven ze ons geld stelen.’

Intussen wringt de regering zich in allerlei bochten om de begroting sluitend te krijgen. ‘De crisis houdt ons een spiegel voor, we worden geconfronteerd met hervormingen die nu noodzakelijk zijn’, staat op de website van de Sloveense regering. Er liggen fikse bezuinigingsmaatregelen op de loer.

Een zware klus in een land waar om de haverklap een referendum wordt uitgeschreven. Plannen om het begrotingstekort terug te dringen stagneren keer op keer vanwege wat velen noemen een ‘referendum-mania’. De eisen voor het houden van een referendum zijn minimaal, er zijn 40.000 handtekeningen nodig en er is geen opkomstgrens. Vorig jaar stemde 72 procent van de burgers tegen verhogen van de pensioenleeftijd naar 65 jaar.

Vorige week kondigden de vakbonden hun eerste demonstraties tegen bezuinigingsplannen aan, op 16 november gaan ze de straat op. Columnist Mehle slaat de ontwikkelingen in zijn land met cynische blik gade. ‘Dit is altijd een winderige plek geweest’, verzucht hij. Sinds 1800 hebben de Slovenen onder tien verschillende regimes geleefd. Verschillende oorlogen brachten het kleine landje in handen van de Fransen, Oostenrijkers, Italianen, Duitsers, Joegoslaven en uiteindelijk de Slovenen zelf. ‘Iemand die honderd jaar oud is heeft dus onder twee keizers, vier koningen en vier presidenten geleefd. We zijn wel wat veranderingen gewend’, lacht hij. ‘Maar de wind die er nu waait is een venijnig koude.’