Slovenië vlucht in nostalgie door crisis

Het Parool, zaterdag 10 november 2012

Slovenië vlucht in joegonostalgie door crisis

Slovenie mogelijk zesde land dat noodsteun nodig heeft

LJUBLJANA – Mitra Nazar

In haar omgeving ziet Daniella Radonjić (31) vrienden en familieleden hun banen verliezen. Zelf is ze blij dat ze nog werk heeft, maar vertellen dat ze slechts 4,50 euro per uur verdient, durft ze bijna niet. ‘Een paar jaar geleden verdiende ik het dubbele’, verontwaardigd schudt ze haar hoofd. ‘En dan zijn de kosten van levensonderhoud ook nog eens flink omhoog gegaan’. Radonjić werkt als serveerster in een van de vele cafés langs de rivier in hartje Ljubljana. Wanneer ze naar televisiebeelden van protesten in Griekenland en Spanje kijkt, vraagt ze zich af wanneer die chaos in haar land zal uitbreken. ‘We zijn heel dichtbij, het is een kwestie van tijd’.

De binnenstad van Ljubljana staat sinds kort vol met ondergrondse vuilcontainers voor gescheiden afval. Het is een van de vele tekenen in de Sloveense hoofdstad dat de Europese welvaart het oosten wel degelijk heeft bereikt. Het potsierlijke provinciestadje trekt veel toeristen, de kronkelige rivier doet menig fototoestel klikken en de straten zijn netjes aangeveegd. Het doet eerder denken aan Italië of Oostenrijk dan aan de Balkan. Maar achter de façade van blakende welvaart, gaat een verhaal van snelle economische neergang schuil.

Van alle oost-Europese EU-landen is Slovenië het hardst getroffen door de crisis. Volgens het IMF is de Sloveense recessie de ergste van Europa op dit moment. De werkeloosheid stijgt met de dag, en degenen die nog wel een baan hebben zien hun salarissen dalen. Premier Janez Janša sprak eerder dit jaar al van een mogelijk ‘Grieks scenario’ voor zijn land. En volgens economen is het eerder de vraag wanneer dan of het land om noodsteun moet vragen.

Zondag zijn er presidentsverkiezingen, maar die worden overschaduwd door de economische rampspoed. Kranten en journaals berichten mondjesmaat over de campagnes van de drie kandidaten. In plaats daarvan gaan de koppen over bezuinigingen, bankencrisis en bedrijven die failliet gaan. Bovendien is de functie van president in Slovenië vooral een ceremoniële. Alle ogen zijn gericht op de omstreden premier Janez Janša en zijn kabinet. Om de grootste bank van het land, de Nova Ljubljanska Banka, van de ondergang te redden heeft hij vijfhonderd miljoen euro nodig. Lukt dat niet, dan is het Europese Noodfonds nog de enige uitweg.

Een harde klap voor het kleine landje aan de ‘zonnige kant van de Alpen’. Toen Slovenië nog een republiek in Joegoslavië was, stond het bekend als het ‘Zwitserland van de Balkan’. Het rijke buitenbeentje in het geïsoleerde socialistische imperium van Josip Broz Tito. Het meeste geld werd verdiend in Slovenië, dat zelfs toen de grenzen voor de meeste Joegoslaven gesloten waren al handel dreef met de rest van Europa.

Dat Slovenië de eerste deelrepubliek was die zich in 1991 afscheidde van Joegoslavië, was dan ook geen verrassing. Zonder veel problemen werd het relatief geruisloos onafhankelijk terwijl buurlanden Kroatië, Bosnië en Servië jarenlang stagneerden door de bloedige burgeroorlog. Vanaf dat moment leek niks stuk te kunnen in het kleine landje met twee miljoen inwoners. Soepel vond het in 2004 de weg naar de Europese Unie, in 2007 volgde de Euro.

Maar aan alle het goede komt een eind. Dus ook aan de glorietijden van Slovenië, mijmert Borut Mehle, columnist van de grootste Sloveense krant Dnevnik. ‘Het ging een beetje te goed’, zegt hij zippend aan een glas bier op het terras van zijn stamkroeg. Omdat de Sloveense economie leunt op export naar andere EU-landen is het extra gevoelig voor het overslaan van een economische crisis. Toen het land in 2009 al in een recessie terecht kwam, bleven hervormingen en bezuinigingen uit. ‘Onze politici hebben te lang gedacht dat ze rijk genoeg waren’, verklaart Mehle. ‘Er heerste hier een chronische vorm van zelfoverschatting. En nu is het geld op, zo simpel is het’.

Hoe pro-Europees Slovenen ook waren toen ze net lid van de club werden, nu het land in diepe crisis verkeert slaat de stemming snel om. Het doet velen weemoedig terugverlangen naar de tijd van het socialisme, toen iedereen nog werk had, gezondheidszorg gratis was en de Joegoslavische republiek haar bijnaam ‘Het Zwitserland van de Balkan’ eer aan deed.

‘Steeds meer mensen realiseren zich dat het toen zo gek nog niet was’, gaat Mehle verder. ‘Natuurlijk is dat nostalgie, maar er zit een kern van waarheid in. Vooral ouderen herinneren zich de tijd dat niemand zich zorgen hoefde te maken, nu moeten ze leven van een pensioen waar ze de rekeningen niet van kunnen betalen.’ Onlangs werd Mehle aangesproken door een bejaarde mevrouw die hem om wat kleingeld vroeg. ‘Ze zag er verzorgd uit, had een mooie jas aan. Maar ze had geen cent te makken. Dat doet me pijn’.

Ook zijn vriend Zlatjan Cuckov, TV-editor bij de Sloveense publieke omroep, kan zich Joegoslavië nog goed herinneren. ‘Toen hadden we tenminste nog wat te dromen. We droomden van Coca Cola en Milka chocolade. Nu hebben we het allemaal, maar kunnen het niet meer betalen.’

Toch kan juist dat socialistische verleden Slovenië door de crisis heen trekken, zegt Mehle: ‘We zijn nog maar korte tijd een kapitalistisch land, we zijn nog niet vergeten hoe het is om van weinig te leven. Wij kunnen zo’n crisis beter aan dan mensen in West-Europa. Bovendien hebben veel mensen nog een flat of huis van de familie en dus geen hypotheek om zich zorgen over te maken’.

Gepensioneerd socioloog en voormalig ombudsman Matjaž Hanžek erkent dat steeds meer mensen -zowel jong als oud- terugverlangen naar Joegoslavië. ‘De industrie die in 45 jaar tijd is opgebouwd, is in de afgelopen tien jaar compleet afgebrokkeld. Mensen zien dat gebeuren en leggen het verband met het kapitalisme.’ Hanžek voorspelt weinig goeds voor de toekomst: ‘Het vertrouwen in politiek en economie is lange tijd niet zo slecht geweest.’

Ook het vertrouwen in de Europese Unie en met name de Euro keldert rap in Slovenië. Toen het land in 2004 als eerste oost-Europese land lid werden van de Europese Unie liep de massagesalon van David Novak als een trein. Maar een paar jaar later zit hij op een doordeweekse dag koffie te drinken op een terras. ‘Ik heb vandaag 1 klant gehad, als het zo door gaat kan ik de tent opdoeken’. Novak is op zoek naar een part-time baan, ‘om de rekeningen te betalen’. Maar banen zijn er niet.

In het cafe waar Daniella Radonjić werkt is het inmiddels drukker geworden. ‘Mensen komen nog steeds hoor’, legt ze uit. ‘Maar nu zit het vol met werkelozen die twee uur over een kop koffie doen’. De crisis is volgens haar niet alleen te wijten aan de Euro. Ook corrupte politici hebben hun steentje bijgedragen, vindt ze. Slovenië wordt geteisterd door corruptieschandalen. De huidige premier Janez Janša staat voor de rechter vanwege het aannemen van steekpenningen in een wapendeal. De leider van de grootste oppositiepartij en tevens burgemeester van Ljubljana, Zoran Janković, werd onlangs gearresteerd vanwege corruptie. ‘Terwijl ze hun burgers moeten beschermen voor deze crisis, blijven ze ons geld stelen.’

Intussen wringt de regering zich in allerlei bochten om de begroting sluitend te krijgen. ‘De crisis houdt ons een spiegel voor, we worden geconfronteerd met hervormingen die nu noodzakelijk zijn’, staat op de website van de Sloveense regering. Er liggen fikse bezuinigingsmaatregelen op de loer.

Een zware klus in een land waar om de haverklap een referendum wordt uitgeschreven. Plannen om het begrotingstekort terug te dringen stagneren keer op keer vanwege wat velen noemen een ‘referendum-mania’. De eisen voor het houden van een referendum zijn minimaal, er zijn 40.000 handtekeningen nodig en er is geen opkomstgrens. Vorig jaar stemde 72 procent van de burgers tegen verhogen van de pensioenleeftijd naar 65 jaar.

Vorige week kondigden de vakbonden hun eerste demonstraties tegen bezuinigingsplannen aan, op 16 november gaan ze de straat op. Columnist Mehle slaat de ontwikkelingen in zijn land met cynische blik gade. ‘Dit is altijd een winderige plek geweest’, verzucht hij. Sinds 1800 hebben de Slovenen onder tien verschillende regimes geleefd. Verschillende oorlogen brachten het kleine landje in handen van de Fransen, Oostenrijkers, Italianen, Duitsers, Joegoslaven en uiteindelijk de Slovenen zelf. ‘Iemand die honderd jaar oud is heeft dus onder twee keizers, vier koningen en vier presidenten geleefd. We zijn wel wat veranderingen gewend’, lacht hij. ‘Maar de wind die er nu waait is een venijnig koude.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s