Het Bosnische boek van de doden

Gepubliceerd in Het Parool op woensdag 16 januari 2013

Beluister mijn toelichting bij KRO Goedemorgen Nederland op Radio 1

‘Dit zijn onze doden’

SARAJEVO – Mitra Nazar

Vier dikke hardcover pillen liggen op de salontafel in het kantoor van Mirsad Tokaca. Vers van de drukker. “Ik heb ze op de weegschaal gelegd”, zegt hij. “Negen kilo”. Het Bosnische dodenboek telt vierduizend pagina’s met alleen maar namen. “Letterlijk en figuurlijk zware kost”.

IMG_6633

Mirsad Tokaca is de drijvende kracht achter het Research en Documentatie Centrum (RDC), een Bosnische NGO gefinancierd door diverse internationale organisaties en de Europese Unie. Dankzij het 17-koppige RDC-onderzoeksteam ligt er voor het eerst een officiële telling van het aantal slachtoffers als gevolg van de Bosnische oorlog in de jaren negentig. Misschien wel het belangrijkste naoorlogse project in Bosnië. In 2007 publiceerde het RDC de eerste resultaten in een online database. Maandag (21 januari) verschijnen de definitieve resultaten in het boek met de nietsverhullende titel ‘The Bosnian book of the dead’.

Hij glimlacht als hij de boeken optilt, want trots is Tokaca op het langdurige diepgravende onderzoek. Maar bloedserieus wordt hij als ze openslaat. Kolommen met namen komen tevoorschijn; welgeteld 95.940 namen van Bosniërs die de oorlog niet overleefden. Van ieder slachtoffer is naam, geboortedatum en plaats, sterfdatum en plaats, burger of militair en oorzaak van dood genoteerd. “Deze vrouw kwam om in 1992 in Sarajevo, door een scherpschutter”, leest Tokaca, die de belegering van Sarajevo zelf meemaakte, rustig voor. “Hier een kind, zeven jaar oud en geraakt door een granaat”.

Ruim 7000 getuigenverklaringen, 25.000 foto’s van grafstenen, 50.000 geschreven documenten en alle beschikbare informatie van gemeenten en NGO’s vormen de basis. Onderzoeksteams van het RDC zaten tussen 2003 en 2008 verspreid over het hele land. “Het was als een puzzel”, zegt Tokaca, die de teams leidde. “Om een volledig plaatje van iemand te kunnen maken, moet je zoveel mogelijk bronnen combineren.”

Voordat het RDC de resultaten publiek maakte, bestonden er louter schattingen. Schattingen die ver uiteen liepen, van 25.000 tot zelfs 300.000 doden. “Afhankelijk van de politieke agenda”, legt Tokaca uit. Het is dan ook niet gek, vindt hij, dat er vanuit alle windrichtingen op de Balkan kritiek kwam op zijn onderzoek. Bosnische Serviërs beweerden dat hij teveel doden heeft gedocumenteerd, Bosniakken (Bosnische moslims) op hun beurt dat het er te weinig zijn. “Als ze hun kritiek kunnen onderbouwen wil ik best luisteren. Maar niemand heeft bewijs. Niemand heeft namen.” Critici menen bijvoorbeeld dat het aantal kinderen dat als gevolg van de oorlog niet verwekt en geboren zijn, zouden moeten worden meegeteld.

Dat hij zelfs door mensen uit zijn eigen gemeenschap – Tokaca is een Bosniak – wordt bekritiseerd, kan hem weinig schelen. “We moeten geen mythe willen creëren rondom het lijden van ons volk”, zegt hij met vurige ogen. “Alsof 100.000 doden niet genoeg is!”

Hoewel het boek 95.940 namen van doden registreert, houdt Tokaca het aantal op ongeveer 100.000. Een dergelijke telling is vrijwel altijd een minimum, legt hij uit. “We moeten er rekening mee houden dat er slachtoffers zijn waar geen informatie over is. Maar het is onwaarschijnlijk dat er nog 100.000 bij komen. Hooguit een paar honderd.”

IMG_6635

Hoe morbide het ook mag klinken, het tellen van doden na een oorlog is belangrijk. Menig oorlog mondt jaren na dato uit in een strijd om de getallen. De Balkan kent een traditie van het opbieden van aantallen oorlogsslachtoffers. Over de Tweede Wereldoorlog bestaat ruim 70 jaar later nog altijd onduidelijkheid. Voor Tokaca was het een drijfveer: “Toen ik wilde weten wat er met mijn opa is gebeurd, kon ik niks vinden. Zijn naam staat nergens geregistreerd”, vertelt hij geroerd. “Dat mag niet meer gebeuren, zeker niet in de moderne tijd waarin we de middelen hebben om het te doen”.

Het Boek van de doden maakt geen onderscheid in etniciteit of religie. “We hebben simpelweg alle doden geregistreerd”. Het betekent dat Bosnische moslims, Kroaten en Serviërs door elkaar staan. Per gemeente, op alfabetische volgorde. “We moeten ophouden met de termen als ‘mijn slachtoffers, jouw slachtoffers”, zegt de onderzoeker fel. Hij legt zijn hand plechtig op de vier dikke boeken. “Dit zijn onze slachtoffers”.

Het is een dappere benadering in Bosnië waar anno 2013 nog steeds sterke etnische spanningen zijn. Na de oorlog werd het land volgens het Dayton akkoord opgedeeld in twee entiteiten. De Bosnische Federatie, waar Bosniakken en Kroaten deel van uitmaken en de Servische Republiek, waar de Bosnische Serviërs de macht hebben. De segregatie voert door in alle facetten van de samenleving, kinderen van verschillende achtergronden gaan nog altijd niet samen naar school. Elke groep heeft zijn eigen versie van de geschiedenis, het boek is daarom van wezenlijk belang voor de toekomst, benadrukt Tokaca. “Het gaat om ons collectieve geheugen. Dit boek is voor de volgende generatie die moet weten wat er is gebeurd. Niet op basis van politiek gekleurde schattingen, maar op basis van de feiten”. De statistieken van het RDC worden inmiddels als betrouwbaar en objectief aangenomen door de meeste Bosnische instituties, internationale organisaties en de media.

Kader:

Globale resultaten van het RDC onderzoek:

Totaal aantal doden(inclusief vermisten) als gevolg van de oorlog in de jaren negentig: 95.940. Aantal burgers: 38.239. Aantal militairen: 57.701. Waarvan 65% Bosniakken (Bosnische moslims); 26% Bosnische Serviërs en 9% Bosnische Kroaten.

Per etnische groep: Bosniakken: 62.013 (31.107 burgers en 30.906 soldaten); Bosnische Kroaten: 8403 (2484 burgers en 5919 soldaten); Bosnische Serviërs: 24.953 (4178 burgers en 20.775 soldaten); Overig: 571 (470 burgers en 101 soldaten).

Advertenties