Metropolis radio

VPRO – Metropolis radio – Radio 1.

12 maart 2013

Verstandelijk gehandicapten zijn niet zielig en horen er gewoon bij in Nederland. Dat is de norm. De werkelijkheid is vaak anders. Hoe is dat elders in de wereld? Onze Metropolis-correspondenten gaan deze week op onderzoek. Vandaag Servie, een verslag van Mitra Nazar.

5 maart 2013

Deze week onderzoekt Metropolis hoe het in de wereld zit met overspel. Wie denkt dat het vooral mannen zijn die vreemdgaan, heeft het mis. In Servië nemen vrouwen het heft in eigen handen. Metropoliscorrespondent Mitra Nazar duikt met drie jongedames de kroeg in.

25 februari 2013

Geen tranen maar testosteron, baardgroei en spierballen. Metropolis Radio gaat deze week op zoek naar de Echte Man. Vandaag Servië, vanuit een tattoeagestudio. Want een echte man, heeft natuurlijk een tattoo…

20 februari 2013

Borsten, billen, buiken.. alles kan strakker gemaakt worden met de hulp van een plastisch chirurg. Metropolis Radio duikt deze week in de wondere wereld van mensen die hun lichaam laten bijschaven of helemaal ombouwen. Vandaag een bijdrage van Mitra Nazar uit Servië.

Advertenties

Vijf jaar Kosovo, geen reden tot feest in Mitrovica

Radio 1.  Bureau Buitenland – VPRO

Zondag 17 februari 2013 

Kosovo viert vandaag haar vijfde onafhankelijkheidsdag. In hoofdstad Pristina is het feest. Maar Kosovo blijft hopeloos verdeeld tussen de Albanese meerderheid en de Serviers in het noorden. De stad Mitrovica is daar sinds het einde van de oorlog toonbeeld van. Albanezen wonen in het zuiden, Serviërs in het noorden.

Nederland betaalde 400 duizend euro om jonge muzikanten van beide etnische groepen bij elkaar te brengen in een muziekschool. Correspondent Mitra Nazar ging kijken hoe harmonieus de Servische en Albanese studenten inmiddels samen musiceren.

Beluister de reportage hier

Rock verbroedert in Kosovo, een beetje

Het Parool, zaterdag 16 februari 2013

Kosovo is vijf jaar onafhankelijk. Maar de stad Mitrovica is verdeeld en een muziekschool kan dat niet doorbreken.

Met grote ogen wijst de achttienjarige Albanees-Kosovaarse Visar Kasa naar een foto op zijn facebookpagina: “Dit is Jelena, ze is Servisch. We zijn vrienden”. Visar woont in het Albanese zuiden van de stad Mitrovica, Jelena in het Servische noorden. Ze schrijven samen liedjes en chatten over muziek. Beide zitten ze op de Rockschool van Mitrovica. Maar er is één probleem: ze kunnen elkaar niet fysiek ontmoeten in de stad waar ze wonen. Dat kan alleen in het buitenland. Of op facebook.

Terwijl de Kosovaarse hoofdstad Pristina zondag de vijfde verjaardag van de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid viert, is de spanning in Mitrovica deze dagen om te snijden. In de door oorlog verscheurde stad leven Serviërs en Albanezen ruim een decennium na de oorlog nog steeds strikt gescheiden van elkaar. Serviërs wonen in het noorden, Albanezen in het zuiden. De onafhankelijkheid is een pijnpunt voor de Servische Kosovaren in het noorden. Ze erkennen het bestuur van Kosovo niet en leven geïsoleerd van de Albanese meerderheid.

De rivier de Ibar trekt een scherpe lijn tussen twee werelden. De beruchte brug over het water is als een stuk niemandsland. Het is er verdacht stil. Auto’s kunnen er sinds flinke rellen in 2011 niet meer overheen. De noordkant van de brug is afgesloten met grote hopen stenen. Bedoeld als barricade, om Albanezen tegen te houden. Een internationale politiemacht bewaakt de brug dag en nacht. Langs de reling van de brug loopt een wandelpad. Vrijwel niemand durft er over te steken.

Hoewel talloze NGO’s en internationale organisaties de afgelopen jaren pogingen hebben ondernomen iets te doen aan de etnische verdeeldheid, heeft maar weinig geholpen. De verschillen waren te groot, oorlogswonden te vers en de politieke situatie te instabiel. De situatie in Mitrovica wordt in conflictrapporten al jaren aangeduid als ‘bevroren conflict’.

Maar in 2008 stichtten de Nederlandse NGO Musicians Without Borders en de locale organisatie Community Building Mitrovica een Rockschool. Een verzoeningsproject voor jongeren van beide kanten in de ooit zo muzikaal bruisende stad. De muziekschool zou aanvankelijk in het cultureel centrum in het zuiden van de stad moeten komen. Een locatie dichtbij de rivier, om het ook makkelijk toegankelijk te maken voor Servische jongeren uit het noorden. Want als de jeugd elkaar leert kennen, is de eerste stap naar vreedzaam samenleven gezet.

Al snel bleek het een iets te optimistisch plan. “Het was mogelijk, maar niet veilig om het zo te doen”, verklaart Edon Ramadani, één van de managers van de Rockschool. De Serviërs zouden simpelweg niet komen als de school in het zuiden zou staan. Net als dat de Albanezen niet naar een school in het noorden zouden gaan.

De school kwam er toch, met financiële steun van onder andere de Nederlandse overheid. Na wikken en wegen werd de oplossing gevonden in twee afzonderlijke afdelingen, één in het noorden en één in het zuiden van de stad. “Spijtig ja”, gaat Ramadani verder. “Maar in deze omstandigheden is dit al behoorlijk revolutionair. We zijn één school, met twee afdelingen. Het enige probleem is dat we elkaar in Mitrovica niet kunnen ontmoeten.” Maar schiet je daarmee het doel niet voorbij? Nee, zegt Ramadani. Het succes van de school zit ‘m in de jaarlijkse zomerkampen, legt hij uit. Eén keer per jaar ontmoeten de studenten elkaar toch. Dat kan alleen in het buitenland, op neutraal terrein. Het zomerkamp wordt gehouden in de Macedonische hoofdstad Skopje. Met afzonderlijke bussen trekken studenten uit Noord en Zuid er naartoe om vijf dagen lang samen muziek te maken.

IMG_6700

Rockschoolstudent Visar Kasa (links) met twee medestudenten

Visar is zanger, speelt piano en schrijft zelf liedjes. Tijdens het zomerkamp in Skopje in 2008 ontmoette hij voor het eerst leeftijdsgenoten uit het noorden: “Ik had geen enkel contact met ze, het was best spannend. Maar toen we begonnen te praten bleken we veel gemeen te hebben. Op de eerste plaats natuurlijk onze liefde voor muziek. Het was gewoon vijf dagen lang heel cool”.

Vriendschappen ontstonden, gemengde bands werden gevormd. Etnische verschillen zijn dan heel even niet belangrijk, aldus Ramadani: “Tijdens zo’n zomerkamp is er geen tijd om over verschillen na te denken. Het gaat alleen om de muziek.” Want hoe grimmig de sfeer ook is tussen Albanezen en Serviërs, jongeren willen elkaar dolgraag leren kennen, aldus de manager en muziekleraar. “Hoe jonger je bent, hoe gemakkelijker dat gaat. Als je twaalf bent heb je de oorlog niet persoonlijk meegemaakt. Deze kids moeten het verschil gaan maken”.

Politiek is een verboden onderwerp tijdens de zomerkampen, maar ook op internet. “Dat hebben we vanaf het begin goed afgesproken”, vertelt Visar. “Anders kan het snel escaleren. Het is een soort ongeschreven regel”.

IMG_6703

Hemelsbreed slechts een paar honderd meter van de Rockschool in zuid, aan de andere kant van de brug, is de noord-branche van de school gevestigd. Achterin een cultureel centrum staan drie ruimtes vol muziekinstrumenten en geluidsapparatuur. “Alles gaat hier precies zoals in het zuiden”, vertelt manager Nikola R. terwijl hij de oefenruimtes laat zien. “We hebben zelfs dezelfde lesschema’s”. Ook hij is, ondanks alles, tevreden over de resultaten van de Rockschool. Maar het betrokken zijn bij een project samen met de Albanezen ligt toch een stuk gevoeliger in het noorden. Ook al willen de jongeren het conflict graag achter zich laten, de druk uit de gemeenschap is groot. De studenten willen liever niet dat bekend wordt dat ze betrokken zijn bij het project. Door recente politieke gebeurtenissen zijn medewerkers en muzikanten in het noorden terughoudend geworden.

Momenteel wordt de administratieve grens tussen Servië en Kosovo vrijwel iedere week gebarricadeerd door Serviërs uit noorden uit protest tegen de verregaande onderhandelingen tussen leiders van beide landen. Afspraken over het samen bemannen van de grens afgelopen december werden wereldwijd gezien als een stap voorwaarts in het conflict, maar zetten de spanningen op scherp in Mitrovica. Locale media berichten wekelijks over schietincidenten en bomaanslagen. De ene keer in het Servische noorden, dan weer in het Albanese zuiden. Onlangs ging de door de Rockschool gevormde gemengde band ‘The Architects’ uit elkaar. Het was de trots van de school; Servische en Albanese muzikanten die samen een band vormden en succesvol optraden in het buitenland. Waarom de samenwerking plotseling stopte wordt niet duidelijk. “Ik ken inmiddels veel studenten uit het noorden”, zegt Visar. “Ze vertellen me dat ze zijn bang zijn voor de mensen uit hun eigen gemeenschap die afkeuren dat we met elkaar omgaan.”

Inmiddels hebben ruim 250 leerlingen meegedaan aan de Rockschool en noemen de medewerkers en studenten het project een groot succes. Maar hoe succesvol kan zoiets zijn, als de studenten van beide kanten van de rivier elkaar niet kunnen ontmoeten? Nederland stak er twee jaar lang bijna vier ton in. Het ministerie van buitenlandse zaken betreurt het dat de veiligheidssituatie ertoe heeft geleid dat de school nog steeds twee locaties heeft. “(…) Maar de school heeft er aan bijgedragen dat er communicatielijnen zijn geopend tussen de jongeren van verschillende etnische achtergronden in Kosovo die voorheen niet bestonden”, aldus een woordvoerder van het ministerie.

Visar zit lachend achter zijn laptop. Hij voert een chatgesprek met een Servische vriend. “Hij vraagt hoeveel de nieuwe iPhone hier in het zuiden kost”. Na het vergelijken van de prijzen, constateren de jongens dat de smartphone aan beide kanten van de rivier even duur is. Er is nog een lange weg te gaan. Maar intussen zijn sociale media de redding voor jongeren die elkaar graag willen leren kennen. Langzaamaan wordt een virtuele brug geslagen: “Het klinkt heel treurig, maar zonder facebook zouden we helemaal geen contact hebben.”

=====

De oorlog

In navolging van Slovenië, Kroatië en Bosnië, begon de roep om onafhankelijkheid van Joegoslavië in de deelrepubliek Kosovo eind jaren negentig steeds sterker te worden. Het UCK (Het Kosovo Bevrijdingsleger), opgericht in 1993, ontwikkelde een ondergrondse parallelle regering en eind jaren negentig brak het gewapende conflict los. Kosovo bestond voor negentig procent uit etnisch Albanezen. Aanslagen op Serviërs in Kosovo en Albanezen die samenwerkten met Serviërs volgden. De Servische president Slobodan Milosevic antwoordde in 1998 met een groot militair offensief om het UCK uit te schakelen. Servië werd al gauw beschuldigd van etnische zuivering en de internationale gemeenschap greep in. Pas na de NAVO-bombardementen op Belgrado in 1999, gaf Milosevic in en trok hij zijn leger terug uit Kosovo. Kosovo kwam onder het bestuur van de Verenigde Naties te staan. Albanezen keerden terug naar hun huizen en Serviërs trokken naar het noordelijke overwegend Servische deel. Tot op de dag van vandaag is er een parallelle bestuursstructuur.

Tijdens de oorlog hebben een miljoen Kosovaren moeten vluchten, de helft van de hele bevolking. Er zijn ongeveer 2600 mensen om het leven gekomen.

Er zijn nog ruim 5500 NAVO-troepen en 3000 buitenlandse politieagenten en medewerkers van de EULEX rule of law missie in Kosovo. Servische orthodoxe kerken en kloosters worden streng bewaakt.

Op 17 februari 2008 riep Kosovo eenzijdig de onafhankelijkheid uit. De onafhankelijkheid wordt inmiddels erkend door 98 van de 193 landen die lid zijn van de Verenigde Naties.

De grootste confrontatie na de oorlog was in 2004. Hevige rellen braken uit nadat drie Albanees-Kosovaarse kinderen verdronken in de rivier de Ibar. Een gerucht ging dat Serviërs de kinderen met honden de rivier in hadden gedreven. Er vielen negentien doden, Albanezen en Serviërs. Ruim 900 mensen raakten gewond en opnieuw sloegen duizenden mensen op de vlucht. In 2011 liep het wederom uit op schermutselingen tussen de twee rivaliserende etnische groepen. Een politieagent kwam om het leven, vele anderen raakten gewond.

856580_10151508808586419_609923848_o