Protest in Bulgarije

bulgarije parool

 

Het Parool, zaterdag 23 maart 2013

SOFIA –

Op een stuk hardboard staat in cyrillische letters de naam Plamen geschilderd. Een paar verse rozen, wat kaarsen en een foto sieren de gedenkplek in het tentenkamp van de demonstranten, pal voor het parlement in Sofia. Plamen Goranov is sinds zijn dood het gezicht geworden van de massale demonstraties die al een maand door het armste land van de EU razen.

Goranov (36) was fotograaf en bergbeklimmer. Opgewekt en lachend staat hij op foto’s die nu opduiken in Bulgaarse kranten. Op een koude februariochtend gebeurt er iets wat zijn omgeving nog steeds niet helemaal kan duiden. In zijn eentje trekt hij naar het gemeentehuis van zijn woonplaats Varna, een stad aan de Zwarte Zee. Hij heeft een protestbord en twee flesjes nog onbekende brandstof bij zich. Voordat hij zijn lichaam ermee overgiet, roept hij om het aftreden van de burgemeester die onder vuur ligt vanwege corruptieschandalen. Goranov wacht niet op een reactie vanuit het stadhuis, maar steekt zichzelf in brand. Zwaargewond wordt hij naar het ziekenhuis afgevoerd waar hij elf dagen later sterft.

De wind is te sterk in het tentenkamp, de kaarsen waaien uit. Maar de tentbewoners blijven die ene kerkkaars aansteken voor hun held.

Daags na de schokkende zelfverbranding trad de centrumrechtse regering af. De druk van de straatprotesten werd te groot, de demonstraties begonnen gewelddadig te worden en premier Boyko Borisov wilde een eventueel bloedvergiet niet op zijn geweten hebben. Maar het aftreden van het kabinet stemde de demonstranten niet tevreden. Nog altijd trekken honderden woedende Bulgaren iedere zondagmiddag de straat op. Ze eisen een beter leven, hogere salarissen en vooral een eind aan het corrupte klimaat dat het land sinds de val van het communisme in haar greep houdt. Het gebeurt in de schaduw van een volgens Bulgaarse media ‘golf van publieke en politiek gemotiveerde zelfmoorden’. Want Goranov is niet de enige, de teller staat inmiddels op vijf zelfverbrandingen. (zie kader)

Sommigen spreken van een revolutie, een beginnende ‘Bulgaarse lente’. Anderen hebben het over een herkansing van de afbraak van het communistische verleden. Toen het oostblok in 1989 massaal loskwam uit Sovjetgreep, gebeurde dat in Bulgarije lang niet zo succesvol als in Polen, Oost-Duitsland of Tsjechië. De eerste democratische verkiezingen in 1990 werden gewonnen door de voormalig communisten en hervormingen op weg naar transparante democratie werden uitgesteld. De tweede poging tot verandering vond plaats in 1997 toen een hyperinflatie Bulgarije vleugellam maakte. Hevige protesten wipten het ex-communistische bewind uit het zadel. De deuren naar privatisering, de NAVO en de EU stonden open. Maar weer veranderde er weinig.

De demonstraties begonnen met woede over hoge elektriciteitsrekeningen. Tienduizenden mensen stonden hun rekeningen te verbranden op de stoep van overheidsinstanties. Het symboliseert de algehele lage levensstandaard in Bulgarije, volgens rapporten het armste land van de Europese Unie. Met een gemiddeld salaris van 400 euro en een pensioenuitkering van 150 euro per maand, lopen veel Bulgaren op hun laatste benen. In de wintermaanden stegen de kosten voor elektra en verwarming zo enorm, dat de rekeningen voor sommige Bulgaren hoger waren dan hun maandelijkse inkomen.

“Die elektra-rekeningen waren de druppel”, zegt politiek analist Ognyan Minchev. Maar de opstand gaat veel verder dan hoge rekeningen alleen. “Als je om je heen een kleine groep heel rijk ziet worden, en je kunt zelf de rekeningen niet betalen dan is op een zeker moment de grens bereikt”. Die grens is nu bereikt. “Het feit dat zoveel Bulgaren de straat op zijn gegaan, zegt veel over de problemen waar dit land mee te kampen heeft”.

Ivailo Franz, één van de protestleiders, staat met een megafoon op een keukentrapje in de straat waar zowel het ministerie van Financiën als die van Energie zitten. Een honderdtal mensen is op deze vijfde zondag na het begin van de protesten uitgerukt. De merchandise vaart goed bij de protesten. Mannen op leeftijd sjouwen rond met kilo’s vlaggen, buttons en vaantjes. Allemaal in de wit-groen-rode kleuren van de Bulgaarse vlag. Maar genoeg om de elektriciteitsrekening van te betalen is de opbrengst al lang niet meer. De protesten nemen iedere week in omvang af. Nu de regering is gevallen en er een datum ligt voor vervroegde verkiezingen, wachten velen af voor ze de kou weer in gaan om hun stem te verheffen.

Waar de Bulgaren het kwaadst om zijn is de corruptie; de schimmige dealtjes tussen politici en de zakenlieden en de monopolie-economie. Op spandoeken wordt het woord ‘maffia’ veelvuldig gebruikt. Volgens onderzoek van het Centrum voor Democratische Studies in Sofia is corruptie in Bulgarije drie keer hoger dan het EU-gemiddelde. Hun rapporten spreken van 150.000 omkoopgevallen per maand.

Verklaring is volgens Minchev het gebrek aan hervorming na de val van het communisme. “We zijn formeel een democratie, maar hebben een economisch systeem dat praktisch in handen is van oligarchen”. De privatisering die onder druk van de EU mondjesmaat plaatsvond, verliep hectisch en gebeurde veelal illegaal. “Een kleine groep zakenmensen hebben controle over bijna de hele economie van dit land”. De politicoloog gebruikt er de metafoor van water en olie voor: “Dat mengt niet. Een democratie gaat niet samen met een oligarchische monopolie economie”. Een voorbeeld is de monopolie op de energiemarkt, volgens velen de reden van de hoge prijzen voor elektriciteit en verwarming.

Vera (25) is een van de bewoonsters van het tentenkamp in de achtertuin van het parlement. Ze ritst haar koepeltent open, trekt een paar handschoenen aan en komt naar buiten. “We blijven hier zitten tot de verkiezingen. Waarschijnlijk langer, want niemand gelooft dat verkiezingen wel verandering zullen brengen”. Het is een kleine protestkamp, geïnspireerd op de occupy-beweging. Negen tenten staan er maar. Maar de jonge werkeloze Vera heeft veel aanspraak van de straat. Regelmatig komen stadsgenoten hun steun betuigen en een babbeltje maken.

Een oudere man met wandelstok loopt tussen de bomen de geïmproviseerde kampeerplaats op. Hij is nieuwsgierig en vraagt of het niet te koud is. De man stelt zich voor als Mladen Mladenov. Hij is 80 jaar oud. “Natuurlijk steun ik ze”, zegt hij. “De jeugd is nu aan de beurt om wat te veranderen in dit land”. Zelf ging hij de barricades op toen er een eind kwam aan de Sovjetcontrole op Bulgarije. Het doet hem pijn te zien wat er van zijn vrijgevochten Bulgarije is geworden: “Sinds 1989 is er niks veranderd. Het zijn nog dezelfde mensen die de macht hebben. Ze hebben ons wat meer vrijheid gegeven ja, maar beter is het niet geworden”. Op de vraag of de toetreding tot de Europese Unie in 2007 dan niets heeft gebracht, antwoord hij cynisch lachend: “Ze hebben een paar snelwegen gebouwd ja. Maar wie gaat die gebruiken? Wij kunnen de benzine niet betalen.” Mladenov ontvangt een pensioen van 150 euro per maand. Daar kan hij niet van leven, zijn rekeningen zijn soms hoger dan zijn inkomen. Dus sturen zijn volwassen dochters, die in Amerika wonen, hem iedere maand geld toe.

Werkeloosheid en een gebrek aan kansen heeft in de afgelopen jaren geleid tot een enorme uittocht van Bulgaren naar de rest van de EU. De populatie is in 20 jaar tijd geslonken van 9 miljoen naar minder dan 7 miljoen. Het is een demografisch drama waar demonstranten de machthebbers de schuld van geven. ‘Stop de demografische ramp en genocide in Bulgarije’ staat op een van de spandoeken. Naar schatting een half miljoen Bulgaren wonen en werken in het buitenland, vooral in west-Europa. Vanaf 1 januari 2014 worden werkrestricties voor Roemenen en Bulgaren in de EU opgeheven en wordt een nog grotere exodus verwacht. “De afgelopen vier jaar hebben een half miljoen mensen hun baan verloren”, zegt Georgi Angelov, econoom verbonden aan het Open Society Institute in Sofia. “Voor hen is er nog maar één kans: emigreren”.

Iedere Bulgaar heeft wel een familielid of kennis die in west-Europa woont. “Juist omdat de grenzen open zijn realiseren we ons meer dan ooit hoe slecht de leefomstandigheden hier zijn. Vroeger vergeleken we onze situatie met andere Sovjet-republieken, nu met rijkere EU-landen”. Volgens Angelov hebben de prioriteiten te lang scheef gelegen. “De politiek dacht dat ze burgers wel konden paaien met het bouwen van nieuwe snelwegen en sportcomplexen. Maar tijdens een crisis willen mensen banen, geen wegen”.

Behalve het aftreden van het kabinet, hebben de demonstraties wel degelijk effect, vindt hij. “Er is een beetje meer begrip ontstaan voor de grootste problemen; werkeloosheid en de arbeidsmarkt. Dat is een direct verdienste van deze protesten”. Maar of dat in het licht van de komende verkiezingen op lange termijn ook verandering gaat brengen, valt nog te bezien. Op 12 mei zijn vervroegde verkiezingen, campagnes zullen naar verwachting inspelen op de eisen van de demonstranten.

Tot die tijd blijft de harde kern van de opstand iedere zondag met de Bulgaarse vlag zwaaien. “Weet je, Bulgaren zijn rustige mensen”, zegt Volodia Jankov, een scheikundige die vanaf het begin betrokken is bij de protestacties. “Wij gaan pas de straat op als het mes ons op de keel staat”. Op de achtergrond klinkt nog steeds de megafoon van Ivailo Franz: “We moeten de muur van twintig jaar lijden doorbreken”, roept hij. De demonstranten zijn inmiddels op een plein in het centrum van Sofia aangekomen. “Onze landgenoten steken zichzelf in brand! Zo groot is de wanhoop.”

Zelfverbranding

Zelfverbrandingen kennen we vooral van de Tibetaanse monikken. Maar ook Bulgarije heeft een geschiedenis van politiek gemotiveerde zelfmoorden, net als andere voormalige Sovjetlanden. Het bekendste geval is de Tsjechische student Jan Palach, die zichzelf in 1969 publiek verbrandde uit protest tegen de Sovjet-invasie. Na zijn zelfmoord begingen drie andere demonstranten hetzelfde lot. In Bulgarije lijkt de huidige zelfverbrandingsgolf ook een vorm van politiek protest te zijn, vooral in het geval van Plamen Goranov, die in Bulgarije als ware martelaar de ‘Bulgaarse Palach’ wordt genoemd. In 2010 was het Mohamed Bouazizi in Tunesië die de wereld opschrikte met zijn zelfverbranding, die bekend staat als het begin van de Arabische Lente.

Bulgarije kent een gemiddelde van 7,4 publieke zelfverbrandingen per jaar. Veel meer dan in de rest van Europa. Uit onderzoek blijkt dat een derde daarvan het gevolg is van psychiatrische stoornissen; een meerderheid van de zelfverbrandingen zijn politiek gemotiveerd.

Advertenties

Kroatië-Servië: De wedstrijd van het decennium

Flag-Pins-Serbia-CroatiaVrijdag 22 maart 2013. Een datum die al maanden in de agenda’s van vele Kroaten en Serviërs stond genoteerd. Ook in die van de autoriteiten en veiligheidsdiensten. Want de WK-kwalificatiewedstrijd tussen Kroatië en Servië is niet alleen een historische wedstrijd (de eerste keer dat de naties als onafhankelijke landen tegen elkaar uitkomen), maar ook één met een hoog risico. Zowel in Zagreb als in Belgrado bleef het vrijdagavond- en nacht rustig. Vooral te danken aan de strikte veiligheidsmaatregelen die door autoriteiten van beide landen werden getroffen. Servische fans waren niet welkom in het stadion in Zagreb. Sterker nog, ze werden het land niet binnengelaten. Omgekeer zullen Kroatische voetbalfans in september (als dezelfde derby in Belgrado wordt gehouden) niet welkom zijn in Servië.

Vrijdagmorgen vertelde ik erover op de Belgische en Nederlandse radio.

VRT Radio 1

KRO Goedemorgen Nederland, radio 1

Tandeloos op de Balkan

toothless-man

Schokkende cijfers bij de tandarts in Servië. Negen procent van de volwassen bevolking heeft geen tanden. Nog veel meer mensen hebben een slecht gebit en gaan vrijwel nooit naar de tandarts. Het geldt waarschijnlijk voor de hele Balkan. Oorzaak? Men kan de tandarts niet betalen. Vroeger, ja vroeger was uiteraard alles beter…

Voor Metropolis Radio ging ik naar een tandarts in Belgrado. Beluister de reportage hier.

Noodklok in cultureel Sarajevo

Mona-Lisa-Shurdown_poster_ss

Meer dan 200 musea wereldwijd (waaronder zes Nederlandse) zijn vandaag, maandag 4 maart, solidair met noodlijdende en gesloten musea en culturele instellingen in Sarajevo. Kunststukken worden afgeplakt met geel/zwart tape in het kader van de Day of Museum Solidarity. Hoe komt het dat musea in de Bosnische hoofdstad geen geld hebben om elektriciteit te betalen, laat staan voor personeel en onderhoud? Ik vertelde erover op Radio 1 bij KRO Goedemorgen Nederland. Hier te beluisteren.

‘Servië houdt Roma tegen bij de grens’

Het Parool, zaterdag 2 maart 2013

“Alle zigeuners willen hier weg”, roept Ajrija met schorre stem. “Maakt niet uit waar naartoe, als het er maar beter is”. In een gammel huis, gemaakt van hout en golfplaat, aan de rand van Belgrado woont Ajrija Demir met haar gezin in twee provisorische kamertjes. Ajrija is een van de ruim zestigduizend mensen uit de Westelijke Balkan die de afgelopen drie jaar asiel hebben aangevraagd in de Europese Unie. Een paar keer in Duitsland en één keer in Nederland. Al haar aanvragen werden afgewezen.

Bussen vol Romazigeuners bij de grensovergang tussen Servië en Hongarije, het is geen vreemd gezicht meer. Sinds 2009 mogen burgers uit de Westelijke Balkan zonder visum naar de Schengen-zone reizen, en daar maakt vooral de Servische Roma-minderheid gretig gebruik van. Via Hongarije reizen ze door naar andere EU-landen waar ze vervolgens asiel aanvragen.

Daar lijkt nu een eind aan te komen. EU-lidstaten deden hun beklag bij de Servische regering. Het aantal valse asielaanvragen is explosief toegenomen en dat gaat ten koste van echte vluchtelingen. Als Servië dit probleem niet snel oplost, moet de EU mogelijk weer visa gaan invoeren. Om dat te voorkomen heeft de Servische regering maatregelen getroffen: extra controles bij de grens en mensen terugsturen die niet aan de voorwaarden voldoen.

Maar die maatregelen gaan te ver, zegt Marko Vasiljevic van het Servische Centrum voor Minderheden. De NGO komt op voor rechten van Roma in Servië. Hij heeft sterke aanwijzingen dat er etnisch onderscheid wordt gemaakt. Zigeuners worden uit de bus gehaald, geïntimideerd en teruggestuurd: “Het is voor Roma inmiddels moeilijker het land uit te reizen dan de EU binnen te komen”, vertelt hij vanuit het kantoor in het centrum van Belgrado. “Roma krijgen een andere behandeling dan andere Serviërs”.

Vasiljevic heeft gevallen gedocumenteerd van Roma die bedreigd werden; als ze nog eens zouden proberen de grens over te steken, zal hun paspoort worden ingenomen. “We weten van mensen die hun familie in het buitenland wilden bezoeken, en werden tegengehouden omdat ze ooit asiel hebben aangevraagd in de EU”.

Ook Human Rights Watch luidt nu de noodklok. Volgens de mensenrechtenorganisatie is er reden tot zorg. “Er is sprake van discriminatie van Servische burgers van Roma afkomst als gevolg van druk uit de Europese Unie”, aldus een woordvoerder. “Ook maken we ons zorgen om het schenden van het basisrecht om je land te kunnen verlaten”.

Dat er een probleem is, valt niet te ontkennen. Romazigeuners zijn de grootste minderheidsgroep in Servië. Er wonen naar schatting tussen de 400.000 en 500.000 Roma in het Balkanland, de meesten in illegaal opgeslagen kampen zonder elektriciteit en stromend water. Veel kinderen gaan niet naar school of komen terecht op speciale scholen. “Roma worden structureel gediscrimineerd, zijn volkomen uitgesloten van de samenleving en leven in extreme armoede”, zegt Vasiljevic. “Het is een vicieuze cirkel waar ze niet uitkomen”. Hij vind het dan ook niet gek dat veel Roma op zoek gaan naar een beter leven. “Ze vertrekken omdat ze wanhopig zijn”. Het is de Servische regering die dit probleem moet oplossen, vindt Vasiljevic. “Niet door inhumane grensterreur, maar door Roma kansen te geven in hun eigen land, door hun leefsituatie te verbeteren. Zodat ze niet gedwongen zijn hun heil elders te zoeken”.

De meeste Roma weten heel goed dat hun asielaanvraag in de meeste EU-landen niet wordt ingewilligd. Servië staat inmiddels te boek als ‘veilig land’, dus worden vrijwel alle aanvragen afgewezen. Maar zolang de procedure duurt, kunnen ze blijven. “Dat is al voldoende voor ons”, zegt Ajrija. “We worden opgevangen en krijgen wat geld”. Met het geld dat ze overhield aan haar laatste asielaanvraag in Duitsland, maakte ze afgelopen winter een dak op haar huis.

Servische zigeuners hebben hun eigen methoden ontwikkeld om de strenge grenscontroles te omzeilen. “Als een bus helemaal vol zit met Roma, is de kans groter dat je wordt terug gestuurd”, legt Ajrija uit. “Dus gaan we vooraf naar het busstation en vragen we de naamlijst op. Als er al andere Roma in de bus zitten, dan nemen we de volgende. We verspreiden ons.” Het blijft een risico. “Een kaartje naar Duitsland kost honderd euro. Als je wordt teruggestuurd, ben je dat kwijt”.

Volgens officiële berichten van de Servische overheid zijn inmiddels 5500 burgers teruggestuurd die de grens naar Hongarije wilden oversteken. Zonder voldoende financiële middelen, een reisverzekering en gegronde reden voor de reis, kan de grenspolitie burgers verbieden het land te verlaten.

De autoriteiten ontkennen dat er onderscheid wordt gemaakt tussen Roma en andere burgers. “Als ze niet aan de voorwaarden voldoen, worden ze teruggestuurd. Niet omdat ze een andere etnische achtergrond hebben”, aldus een woordvoerder van het ministerie van binnenlandse zaken.

Het is moeilijk te bewijzen dat mensen op etnische grond worden tegengehouden, erkent Vasiljevic. “De meeste Roma voldoen namelijk niet aan die voorwaarden, maar dat staat los van het feit dat er gediscrimineerd wordt”. Zijn club gaat voorlopig door met het documenteren van gevallen van discriminatie en intimidatie aan de grens. Ook Human Rights Watch laat weten de zaak te blijven monitoren.

Ajrija gaat het binnenkort toch weer proberen. Wederom naar Duitsland, waar een deel van haar familie al woont. “Als ik genoeg geld bij elkaar heb voor een busticket, dan gaan we”.

886770_10151534156561419_1302216615_o