BNR: proces kunstroof van start

BNR Nieuwsradio, 13 augustus 2013

De Roemeense verdachten van de kunstroof in Rotterdam verschijnen vandaag in Boekarest voor de rechter. Maar wat iedereen zich vooral afvraagt: waar zijn nou die schilderijen? Drie van de zeven doeken zouden verbrand zijn, maar de advocaat van één van de verdachten beweert dat alle schilderijen er nog zijn.

“Je moet je voorstellen dat die advocaten nu alles uit de kast trekken om de boel te rekken om meer tijd te hebben om de verdediging voor te bereiden”, zegt zuidoost-Europa-correspondent Mitra Nazar. “Die jongens gaan sowieso de bak in. Het is niet uitgesloten dat die schilderijen er nog zijn, maar het wordt wel ernstig betwijfeld”.

Beluister het fragment hier

Proces kunstroof van start in Boekarest

Novum Nieuws, 13 augustus 2013

Proces kunstroof van start

(Novum)- BOEKAREST -De advocaat van één van de verdachten van de Rotterdamse kunstroof wil vermoedelijk dat het proces wordt opgeschort en naar Nederland wordt verplaatst. Dat heeft de advocaat Maria Vasii aan de vooravond van de start van het proces in de Roemeense hoofdstad Boekarest gezegd. In Nederland zijn de straffen lager en de omstandigheden in de gevangenissen beter.

In totaal zes Roemenen worden verdacht van diefstal en medeplichtigheid in wat ook wel de ‘kunstroof van de eeuw’ wordt genoemd. In oktober vorig jaar werden zeven meesterwerken van onder meer Picasso, Monet en Gauguin, met een totale verzekerde waarde van achttien miljoen euro, gestolen uit de Kunsthal in Rotterdam.

Belangrijkste verdachte is Radu D., die samen met zijn vriend Adrian P. te zien is op beelden van beveiligingscamera’s. Radu D. werd in januari dit jaar opgepakt door de Roemeense politie; Adrian P. is voortvluchtig. Tegen hem is een internationaal opsporingsbevel uitgevaardigd.

De zitting begint naar verwachting om 09.00 uur lokale tijd, 08.00 uur Nederlandse tijd. De verdachten hebben al een bekentenis afgelegd. De advocaten van de verdachten zullen mogelijk direct om uitstel vragen om meer tijd te hebben de verdediging voor te bereiden. Als dat niet gebeurt, worden de verdachten gehoord en volgt mogelijk meteen een strafeis.

Het monsterproces, dat ook in Roemenië veel aandacht krijgt, wordt overschaduwd door onduidelijkheid over het lot van de gestolen schilderijen. Drie of vier van de zeven kunstwerken zijn naar alle waarschijnlijkheid door de moeder van hoofdverdachte Radu D. verbrand. Onderzoek naar de asresten die zijn aangetroffen in de oven van Olga D. wijst dat uit.

Advocaat Maria Vasii zei maandagavond in het televisieprogramma Eenvandaag dat ‘alle doeken nog bestaan’ en dat er hard wordt gewerkt ze terug te halen. De verdachten kunnen straffen van zeven tot twintig jaar cel krijgen, maar als de schilderijen worden teruggebracht kunnen de straffen tot een minimum beperkt blijven.

Experts houden er echter rekening mee dat alle schilderijen inmiddels zijn vernietigd. Vermoed wordt dat de advocaten alles uit de kast halen om het proces te rekken.

De zaak tegen Olga D. voor het verbranden van kostbare kunstwerken wordt apart afgehandeld, het onderzoek naar haar betrokkenheid loopt nog.

====

Proces kunstroof verdaagd

(Novum) – BOEKAREST – Het proces tegen de verdachten van de schilderijenroof uit de Kunsthal is verdaagd tot 10 september. Dat heeft de rechtbank in de Roemeense hoofdstad Boekarest dinsdag bepaald, kort na de start van het proces.

De advocaten van de verdachten hadden om uitstel gevraagd omdat het dossier niet compleet zou zijn. Zo zou onder meer een verklaring van de Kunsthal ontbreken. Een halfuur na aanvang besloot de rechter het proces op te schorten.

In de rechtszaal waren drie verdachten van de roof zelf aanwezig, net als de moeder van een van hen, die wordt verdacht van het verbranden van de doeken. De advocaten vroegen of ze hun straf op vrije voet mogen afwachten, omdat ze bekend hebben, maar de rechter verklaarde direct dat vrijlating geen optie is.

Een van de verdachten, Eugen Darie, richtte het woord direct tot de rechter: “Ik vraag u of ik mijn straf in vrijheid mag afwachten”, waarop de rechter nee schudde.

Een vijfde verdachte, Petre Condrat, is eerder op vrije voeten gesteld. Hij was niet aanwezig, volgens zijn advocaat omdat hij moest trainen voor een trainingskamp voor kajakken. Condrat zit in het nationale Roemeense team. Zijn afwezigheid zorgde voor de nodige commotie in de rechtszaal. De rechter liet meteen weten dat wegblijven niet acceptabel is. Verdachte nummer zes, Adrian Procop, is nog altijd voortvluchtig.

Bij de roof in oktober vorig jaar werden uit de Rotterdamse Kunsthal zeven meesterwerken gestolen van onder anderen Picasso, Monet en Gauguin, met een totale verzekerde waarde van achttien miljoen euro.

Het is nog altijd onduidelijk wat er met de doeken is gebeurd. Een aantal werken zou door de moeder van de hoofdverdachte zijn verbrand, maar volgens de advocaat van een van de verdachten zijn alle doeken er nog.

De advocaten uitten dinsdag ook kritiek op de Kunsthal en de Triton Foundation, de eigenaar van de schilderijen, omdat ze tot nu toe geen enkele betrokkenheid bij de zaak zouden hebben getoond. Bovendien vinden ze dat eerst duidelijk moet worden of het museum regels heeft overschreden rondom de beveiliging van de doeken.

=====

Kunstrovers willen schilderijen terug geven

(Novum)- BOEKAREST- De Roemeense verdachten in de kunstroofzaak willen de gestolen schilderijen teruggeven. Dat hebben de advocaten dinsdag gezegd nadat de eerste zitting werd verdaagd. De drie hoofdverdachten zouden weten waar de meesterwerken uit de Kunsthal zich bevinden. De doeken zijn volgens hen niet verbrand.

Ze willen stappen ondernemen de meesterwerken terug te geven zodra inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsvindt en mits ze ‘goed behandeld worden’. Dat kan mogelijk op 10 september gebeuren als de zaak verder gaat.

Ook hebben de advocaten erop aangedrongen dat er een tweede onderzoek komen naar de asresten die gevonden zijn in de kachel van Olga D. Dat onderzoek moet plaatsvinden in het Parijse museum het Louvre. Ze vertrouwen het eerste onderzoek niet, dat werd uitgevoerd door het Nationale Historisch Museum in Boekarest, en willen een second opinion. Ze zeggen dat niet bewezen is dat de asresten van de betreffende schilderijen zijn. “Onze cliënten zeggen dat de schilderijen zijn nog in tact zijn”, aldus advocaat Maria Vasii.

De advocaten zeggen de locatie van de schilderijen zelf niet te kennen. Als ze dat wel zouden toegeven, kunnen ze als medeplichtig worden aangemerkt.

De rechter heeft het verzoek in behandeling genomen. Ook het Louvre moet nog benaderd worden, aldus een van de advocaten dinsdag vlak na de eerste hoorzitting van het proces van de kunstroof.

Vervloekt dorp in Kosovo

Zomercolumn Het Parool, 3 augustus 2013

Plemetina meisjes

Ze werd geboren in een vluchtelingenkamp in het hart van Kosovo. Van de oorlog weet ze niks. Kika is zeven. Toch woedt de nasleep van de oorlog overal om haar heen.

Dit is Plemetina, een vervloekt dorp op tien kilometer van de Kosovaarse hoofdstad Pristina. Openbaar vervoer komt er niet. Vanuit het stadje Obilic kun je voor twee euro een taxi nemen. De chauffeur stopt aan de rand van het dorp. ‘Verder moet je lopen’, zegt hij nors.

Als Kika bovenop de oude Zastava-auto van haar vader klimt, ziet ze uiterst links de minaret van de moskee en op rechts het blinkende kruis van de orthodoxe kerk. Plemetina is uniek in Kosovo want er wonen zowel Serviërs als Albanezen, niet van harte samen overigens.

Kika is noch Servisch, noch Albanees. Haar ouders zijn Roma-zigeuners, de minderheden onder de minderheden in Kosovo maar in Plemetina in de meerderheid. Sinds de oorlog leven ze tussen twee hele hete vuren in. Ze spreken Servisch, waardoor ze door Albanezen aan de kant worden gezet. Toch zijn de Roma hier overwegend moslim, wat weer kwaad bloed zet bij de Serviërs.

Kika weet niet wat het betekent. Ongedwongen speelt ze tussen provisorisch gebouwde huizen, waar langs de weg vuilnis wordt verbrand en blaffende straathonden scharrelende kippen de stuipen op het lijf jagen.

Alsof het nog niet genoeg is, ligt Plementina onder de rook van de slecht onderhouden, vervuilende, grootste kolencentrale van Kosovo. Kika hoeft niet eens op de oude Zastava te gaan staan om de dikke schoorstenen van ‘Kosovo A’ te zien. Ze toornen uit boven het dorp, staan op nog geen tweehonderd meter afstand. De donkere rook waait dagelijks over de huizen, giftige deeltjes dalen neer op de velden en in de rivier waar gezwommen en gevist wordt.

De uitstoot die de centrale produceert is 74 keer hoger dan de Europese toegestane hoeveelheid, bewezen gevaarlijk voor de volksgezondheid. De gemeente waar Plemetina onder valt heeft de meeste kankergevallen van heel Kosovo. Kika’s vader vist in de rivier waarin restafval van verbrande kolen wordt gedumpt. Ze eten de giftige vis, want er is niks anders. Al jaren wordt een modernisering van de centrale beloofd, maar er gebeurt niks.

De ironie van dit alles? Degenen met een vervuilende elektriciteitscentrale in de achtertuin hebben meer dan de helft van de tijd… geen stroom. 

Plemetina schoorsteen

 

Wat is er aan de hand in Bulgarije?

IMG_8765

Gepubliceerd bij The Post Online en De Buitenlandredactie. 29 juli 2013

Er wordt al gesproken over een ‘Hete Bulgaarse zomer’, letterlijk en figuurlijk. Want ondanks dampende temperaturen staan zonder uitzondering iedere dag een paar duizend jonge, hoogopgeleide Bulgaren voor het parlementsgebouw in de hoofdstad Sofia. Ze eisen het aftreden van de socialistische regering, in hun ogen de oude communisten. Een regering die koud twee maanden aan de macht is nadat een vorige protestgolf leidde tot aftreden van de centrum-rechtse regering van premier Borisov. Het lijkt erop dat de Bulgaren geen enkele gevestigde partij meer accepteren, want ze hebben allemaal vuile handen.

Wat is er toch aan de hand in Bulgarije?

Al anderhalve maand (om precies te zijn 46 dagen, zie #дансwithme  op twitter) roepen tienduizenden Bulgaren om het aftreden van de nieuwe regering. Al die tijd riepen ze ook om buitenlandse aandacht, vooral uit Europa. Dat laatste kwam maar mondjesmaat, tot afgelopen dinsdagavond. Want voor het eerst escaleerde de boel flink in Sofia. Waarschijnlijk de reden waarom je dit nu leest.

Lees verder bij ThePostOnline…

BNR: Bulgaren zijn maffiapraktijken zat

IMG_8666

BNR Nieuwsradio, 24 en 25 juli 2013

24 juli: Veertig dagen demonstreren Bulgaren voor het parlement. Gisteren liep het zo uit de hand dat ze Kamerleden, ministers en journalisten gevangen hielden in het parlementsgebouw. Beluister het kruisgesprek hier.

25 juli: Duizenden demonstranten zijn gisteravond de straat op gegaan in de Bulgaarse hoofdstad Sofia. De Bulgaren zijn helemaal klaar met hun regering, die ze van maffiapraktijken betichten. Beluister mijn reportage hier.

Bulgaarse prostituees Zandpad geronseld door loverboys

RTV Utrecht, 22 juli 2013

Radio & TV-interview beluisteren en bekijken

UTRECHT – Veel Bulgaarse vrouwen die als prostituee op het Utrechtse Zandpad werken zijn door loverboys in de prostitutie terechtgekomen. Dat zegt de Utrechtse Oost-Europacorrespondent Mitra Nazar.

“Zoals we in Nederland loverboys kennen, hebben ze dat in Bulgarije tegenwoordig ook,” zegt Nazar. “Die technieken worden steeds meer gebruikt om meisjes te manipuleren en uiteindelijk ertoe te bewegen om in het westen te gaan werken.”

Donderdag is het einde verhaal voor de prostituees op het Zandpad en de Hardebollenstraat in Utrecht. De ramen moeten sluiten, omdat er volgens burgemeester Aleid Wolfsen genoeg aanwijzingen zijn dat raamexploitant Wegra betrokken is geweest bij mensenhandel. Wegra ontkent dat en stapt naar de rechter.

De Bulgaarse vrouwen komen voor een groot deel uit Sliven, een kleine stad in het noordoosten van het land met extreme armoede en één rijke wijk. Die wijk wordt wel gekscherend de Hollandse wijk genoemd. “Die rijkdom komt uit Nederland,” aldus Nazar die een reportage maakte over Sliven.

Niet alleen de prostituees bezoeken Sliven in de zomermaanden, zegt Nazar. Ook hun pooiers doen dat, onder meer om de vrouwen in de gaten te houden.

 

Zomercolumn: Turbofolk

Ceca concert

Zomercolumn Het Parool, 6 juli 2013

Ze representeert de wansmaak van de Servische turbofolk, is de weduwe van een oorlogsmisdadiger en zit tot haar nek in de criminele onderwereld. Toen ik vrienden op de Balkan vertelde dat ik naar het concert van folkdiva Ceca zou gaan, had ik wel even wat uit te leggen. In mijn kringen wordt de zangeres ordinair en fout gevonden. Ze is de personificatie van Turbofolk, een muziekstijl met bijbehorend modebeeld, in de jaren negentig in Servië gebruikt voor nationalistische staatspropaganda. Toch is Ceca voor het gros van de mensen een volksheilige en haar concert de happening van het jaar. Dat wilde ik wel eens zien. 

Met open mond keek ik naar het spektakel in concertpark Usce. Ceca bracht ruim honderdduizend mensen op de been. Een paar honderd fans die zonder toegangskaart achter de hekken stonden, werden tien minuten na aanvang spontaan nog binnengelaten. Een volksfeest van ongekende proportie. Je zou bijna vergeten wie die vrouw daar op het podium in werkelijkheid is. 

Ceca werd een ster in de schaduw van Servische oorlogsmisdaden in Kroatië en Bosnië. Rijk van de juwelen die haar echtgenoot, maffiabaas en warlord Zeljko Raznatovic alias Arkan, voor haar meenam uit verlaten Bosnische huizen. Iemand die haar roem te danken heeft aan de duistere jaren negentig, toen Servië een vacuüm van nationalisme was en criminaliteit werd verheerlijkt. Ze zong Arkans ‘Tijgers’ toe voordat ze naar het front gingen. Het is een tijd die veel Serviërs achter zich willen laten, maar dat is niet eenvoudig in een land waar iemand als Ceca nog zoveel populariteit geniet.

Na Arkans liquidatie in 2000 bleef de rondborstige zangeres betrokken bij zijn maffiazaakjes. In 2003 werd ze gearresteerd bij een grote politieactie naar de moord op premier Djindjic. Ceca ging om met leden van de beruchte bende ‘Zemunski Klan’, oude maatjes van Arkan en hoofdverdachten in de moordzaak. In de kelder van haar huis in de chique wijk Dedinje werd een arsenaal aan vuurwapens gevonden. In 2011 werd ze veroordeeld voor het verduisteren van 2,3 miljoen euro aan voetbaltransfergeld en wapenbezit. Ze ontliep celstraf, sloot een deal en is na acht maanden huisarrest weer op vrije voeten. 

Dit eerste concert sinds haar invrijheidstelling werd live uitgezonden op televisie. Ceca is terug en populairder dan ooit tevoren. Ik vraag me af of die honderdduizend fans zich wel realiseren wie Ceca is. ‘Geloof me, iedereen weet wat ze heeft gedaan en wie haar man was’, zegt een Servische vriendin. ‘Er heerst hier alleen een chronische vorm van geheugenverlies’.

Ceca concert 2

Ondergronds Gevaar: landmijnen Kroatië

pagina's LC

Gepubliceerd in Het Parool (6 juli 2013) en Leeuwarder Courant (20 juli 2013)

ZAGREB

In de brandende zon staat boer Kalevic op zijn land aarde om te spitten. Een paar meter verderop, langs de provinciale weg, staat een groot rood waarschuwingsbord: ‘Pas op, Mijnen!’. Onbekommerd is de oude boer in de weer met zijn pikhouweel. “Er liggen hier geen mijnen meer hoor”, roept hij opgewekt vanaf het veld. “Die hebben ze vorige maand opgeruimd”. De boer is blij dat hij weer kan zaaien rond zijn boerderij, want de afgelopen twintig jaar was dat te gevaarlijk. “Nu kan ik eindelijk verder met mijn leven”.

Honderd meter verderop ligt het gevaar nog wel op de loer, daar waar de voormalige frontlinie van het Joegoslavische leger lag. Meer dan twintig jaar geleden bezaaiden zowel het Joegoslavische leger als de Kroatische troepen dit gebied met explosieven om de vijand op afstand te houden, te verwonden of te doden. Tussen 1991 en 1995 zijn naar schatting in het hele land een miljoen antipersoneels- en antitankmijnen gelegd. Daar zijn nog ruim 75.000 van over, verspreid over 682 vierkante kilometer land in twaalf provincies.

Als Kroatië op 1 Juli als 28e land toetreedt tot de Europese Unie, is het het eerste EU-land dat te kampen heeft met kilometers mijnenvelden. Een pijnlijke herinnering aan de oorlog van de jaren negentig, maar vooral levensgevaarlijk voor de mensen die er wonen. En bovendien slecht voor economische vooruitgang, want veel landbouwgrond is onbruikbaar en buitenlandse investeerders blijven weg.

“Het is een van de grootste obstakels voor vooruitgang in Kroatië”, zegt Mladen Crnkovic van het Kroatische Centrum voor Ontmijning (HCR) terwijl hij zijn auto in het gras draait, pal naast geïmproviseerde lunchplek van de ontmijners. “Zeker 800.000 mensen wonen vlakbij mijnenvelden”, gaat Crnkovic verder. De provincie Karlovac, in het zuiden vlakbij de Bosnische grens, is één van de grootste mijnengebieden van het land. In tegenstelling tot de kust komen hier vrijwel geen toeristen. Als het weer het toelaat wordt er iedere dag gespeurd naar overgebleven mijnen.

Voorzichtig pakt ontmijner Marko Vukelic een van de aangetroffen antipersoneelsmijnen op. Zijn gezicht staat strak, hij houdt het kartelige explosief omhoog om te laten zien dat het nog onder de aarde zit. “Deze hebben we gisteren gevonden, hier vlak onder de grond”. De ontmijners werken vijf uur per dag. Het is zenuwslopend werk, het meeste gebeurt handmatig. Stap voor stap scannen ze het territorium af met metaaldetectors. Zodra er een aantal mijnen zijn opgegraven worden ze gecontroleerd tot ontploffing gebracht op een rustige plek in het bos.

Het is een klus die niemand graag doet. Het zijn overwegend oorlogsveteranen die zich ervoor aanmelden. Ze vinden het belangrijk dat het mijnprobleem wordt opgelost, maar niemand windt er doekjes om: Dit werk doe je voor het geld. Vukelic: “Als ik op een mijn stap ben ik er geweest, ik riskeer mijn leven. Dit doe je echt niet voor je lol”, grinnikt hij. “Ik doe het om mijn gezin een beter leven te geven”. Met twee collega’s heeft hij zojuist een stuk bos gecontroleerd. Zweetdruppels staan op zijn voorhoofd. “Dat is van de hitte”, roept hij gauw. “Ik ben niet bang hoor. Als je dit werk wil doen moet je niet teveel nadenken. Die knop zet je om”.

Het ontmijningsproces is al sinds 1998 bezig, maar snel gaat het niet. Het opsporen en verwijderen van de verstopte explosieven is een kostbare en tijdrovende klus. Bovendien ontbrak het vlak na de oorlog aan informatie over precieze locaties van mijnen. Het leger vernietigde de meeste mijnenkaarten. “Uiteindelijk hebben we toch wat kaarten gekregen van ex-militairen”, vertelt Crnkovic. “Maar het duurde erg lang voor alles in kaart was gebracht”.

Het ontruimen van mijnenvelden wordt gedaan door commerciële bedrijven. Een ontmijner verdient ongeveer duizend euro per maand terwijl het gemiddelde salaris in Kroatië rond de zevenhonderd euro ligt. Maar in verhouding tot de risico’s vinden veel ontmijners het te weinig. Er is kritiek op de privatisering van de ontmijningsindustrie. Door concurrentie worden de salarissen laag gehouden en door hoge werkeloosheid zijn er altijd mensen die het werk willen doen. Zestig ontmijners zijn tot nu toe tijdens hun werk omgekomen. Nog ruim tweehonderd raakten zwaar gewond.

Vukelic en zijn collega’s grappen nog wat met elkaar, worden dan weer bloedserieus, zetten de helm op en verdwijnen het bos weer in. Intussen schenkt Ivana Maslac een kop koffie in op de lunchplek. Ze is verpleegster en iedere dag ter plekke. “Voor de zekerheid”, zegt ze. Er staat een ambulance aan de weg. Op de picknicktafel liggen puzzelboekjes. “Het zijn lange dagen, meestal heb ik niks te doen”. Maslac heeft nog niks ernstigs meegemaakt. Zo nu en dan behandelt ze ontmijners die last van hun rug hebben. “Ik zie in hun ogen hoe stressvol dit werk is. Het is de zwaarste baan die je kunt hebben”.

Hoe langzaam het ontmijningsproces ook gaat, Kroatië heeft in de jaren veel kennis en ervaring opgebouwd. “Onze expertise is een van de beste ter wereld”, legt Crnkovic uit. “We verkopen ontmijnmachines aan andere landen”. Kroatische ontmijners gingen de afgelopen jaren naar Libië, Afghanistan en Cambodja om trainingen te geven aan lokale mijnenruimers. “Onze mannen hebben ervaring. Zie het als een geluk bij een ongeluk”.

Zo nu en dan komen er nog berichten over burgers die per ongeluk op een mijn stappen en gewond raken of om het leven komen. In de meeste gevallen zijn het boeren die ondanks de waarschuwingen toch het land in gaan, of ’s winters het bos in trekken om hout kappen.

Eind vorig jaar reed een boer uit Osijek met zijn traktor op een antitankmijn, hij overleed ter plekke. Volgens Crnkovic hoeven zulke ongelukken niet te gebeuren. “Overal waar mijnen liggen staan onze waarschuwingsborden”, zeg hij stellig. “Die boer kende het gebied heel goed, wist dat er gevaren waren maar koos ervoor toch te gaan”. Omdat mijnen een relatief onzichtbaar gevaar vormen, verdwijnt de urgentie soms ongemerkt, legt hij uit: “Zo’n boer gaat één keer het mijnveld in en komt er ongeschonden uit. Dan gaat ie makkelijker een tweede of derde keer. De vierde keer gaat het mis”.

Er staan in totaal 40.000 waarschuwingsborden in het land. De HCR controleert elk jaar of ze nog op de juiste plek staan. Want een ander probleem is diefstal. “Soms worden de borden gestolen door mensen die het materiaal verkopen”. Ook de wind blaast wel eens een bord omver.

Het feit dat 682 kilometer aan landbouw- en bosgrond onbruikbaar is, zorgt voor economische stagnatie op het platteland. De eerste jaren na de oorlog lag de prioriteit bij dichtbevolkte gebieden, rond wegen en op plekken waar veel industrie is. Ook toeristische trekpleisters werden als eerste mijnvrij gemaakt. Maar de boeren moesten wachten.

Kroatië wil in 2019 helemaal mijnvrij zijn. Crnkovic: “Als we straks meer geld van de Europese Unie krijgen moeten we de klus binnen een paar jaar af kunnen hebben”.

===

Kader:

Ontmijnen blijft mensenwerk. Ook al wordt een voormalig mijnengebied ‘schoon’ verklaard, dan is er nog steeds een risico dat er een verdwaalde mijn is blijven liggen. Kroatische wetenschappers hebben onlangs aangetoond dat mijnen die over het hoofd zijn gezien toch kunnen worden opgespoord met behulp van bijen. Honingbijen kunnen worden getraind om voedsel te associëren met de geur van explosieven. Als je die getrainde bijen vervolgens loslaat in een mijngebied zullen ze gaan rondzwermen boven de plekken waar explosieven liggen. Dan kunnen ontmijners op die plek gaan zoeken. De Kroaten hopen deze techniek binnenkort te gebruiken. 

Babyrevolutie Bosnie verenigt verdeeld volk

Babyrevolutie Metro

Gepubliceerd in Metro, 24 juni 2013

SARAJEVO

De dood van de drie maand oude baby Berima Hamidovic heeft demonstraties in de Bosnische hoofdstad Sarajevo opnieuw doen oplaaien. Vorige week gingen weer tienduizend boze Bosniërs de straat op.

De grootste protestacties sinds de oorlog begonnen begin juni vanwege een politiek dispuut over burgerservicenummers dat grote gevolgen heeft voor pasgeboren baby’s. Sinds februari worden er geen ID-nummers meer uitgegeven waardoor baby’s geen zorgverzekering en reisdocumenten kunnen krijgen. Gevolg van een uit de hand gelopen meningsverschil tussen Bosniak (moslim), Servische en Kroatische parlementsleden over de vraag of burgerregistratie op staatsniveau of lokaal niveau moet gebeuren.

Moeders met kinderwagens omsingelden het parlement waardoor ministers en parlementsleden uren opgesloten zaten. De acties kregen al gauw de bijnaam ‘Babyrevolutie’.

Onderhandelingen over de burgerservicenummers liggen stil, demonstranten zijn voorlopig niet van plan te stoppen met acties. Iedere dag verzamelt een groepje actievoerders zich bij het parlement om te laten zien dat het zo niet verder kan en te praten over verdere acties.

“Het maakt ons niet uit tot welke etnische groep je behoort, parlementariërs moeten het hele volk vertegenwoordigen”, zegt Emir Hodzic, een van de organisatoren. “We eisen simpelweg dat ze hun werk doen”.

Bosnië is sinds 1995 bestuurlijk verdeeld in de drie etnische groepen die elkaar tijdens de oorlog bevochten. De Dayton-akkoorden maakten een einde aan de bloedige gevechten, maar lieten het land verdeeld achter; opgedeeld in een Servische republiek en een Bosnisch-Kroatische Federatie met ieder verregaande zelfstandigheid. Maar besluitvorming op landelijk niveau loopt steevast uit op onenigheid en stagnatie waardoor het land zich traag ontwikkelt.

De ruzie over burgerservicenummers is één van de vele problemen. “Al twintig jaar zitten we met een niet functionerend politiek systeem”, aldus Hodzic. “Maar dit is de druppel. Nu is er een kind gestorven”.

Het is voor het eerst dat mensen van alle etnische groepen samen strijden voor hetzelfde doel. Ze willen een beter leven, naar de toekomst kijken en de etnische strijd achter zich laten. Ze hekelen de nationalistische retoriek die de politieke elite keer op keer gebruikt om het volk verdeeld te houden.

Tien jaar geleden had zo’n opstand nog niet kunnen gebeuren, denkt Hodzic. Daar was de oorlog te vers voor. “Maar mensen realiseren zich nu langzaam dat ze dezelfde problemen hebben en dat etnische verdeeldheid niet de oplossing is”.

Volgens een onlangs uitgebracht rapport van Eurostat is Bosnië het armste land van Europa. Door het politieke gesteggel en gebrek aan vooruitgang staan ook onderhandelingen voor toetreding tot de Europese Unie op een laag pitje.

De demonstranten eisen dat het probleem met burgerservicenummers voor 30 juni is opgelost. “Dit is nog maar het begin”, zegt demonstrant Darko Brkan, van Kroatische afkomst. “Er is iets belangrijks in gang gezet, we stoppen hier niet”.

=======

Emir en Edina Hamidovic, de ouders van baby Berima, geven de staat de schuld van haar dood. Emir Hamidovic:

“Berima werd geboren met een ernstige maagziekte, ze kon niet eten. De operatie kon niet in Bosnië worden gedaan, dus moesten we naar het buitenland, zo snel mogelijk. Toen we bij de politie kwamen om een reisdocument aan te vragen zeiden ze: sorry maar we mogen geen burgerservicenummers meer uitgeven. We waren in shock. Ik zei tegen die ambtenaar: wat moet ik nu doen? Moet ik mijn meisje laten sterven omdat politici het niet eens kunnen worden? Uiteindelijk hebben we haar de grens naar Servië over kunnen smokkelen voor de operatie in Belgrado, maar het was al te laat. De regering is verantwoordelijk voor de dood van mijn dochter. Als ze een burgerservicenummer had gekregen had ze op tijd geopereerd kunnen worden en misschien nog geleefd. Mijn kleine meisje is nu dood. Met demonstreren krijgen we haar niet terug, maar we moeten blijven vechten voor andere kinderen die ook de dupe kunnen worden van deze politieke chaos. Ik wil tegen die politici zeggen: stel je eens voor dat jouw kind dit overkomt. We moeten doorgaan met protesteren.”