Van de oorlog in de drugs

Bosnie Drugs PS Parool scrsh

PS Het Parool, 25 mei 2013

SARAJEVO

Bosnie heeft ruim twintig jaar na de oorlog nog veel problemen. Eén daarvan is een groeiend aantal drugsverslaafden. Direct en indirect als gevolg van de oorlog.

Over de met puin bezaaide vloer schiet een rat weg, traptreden zijn half weggeslagen en muren ingestort. We zijn in één van de vele gebombardeerde gebouwen van Sarajevo die er twee decennia na de oorlog nog steeds als een ruïne bij staan. Nergens hangt een bord ‘verboden toegang’, maar iedereen weet dat je er beter niet naar binnen kunt gaan. Niet alleen vanwege instortingsgevaar, het pand wordt tegenwoordig gebruikt door Sarajevo’s drugsverslaafden.

Hulpverlener Admir Zejcirovic gaat er regelmatig naartoe. “Om naalden op te rapen”, vertelt hij terwijl hij door het verlaten pand loopt. Voorzichtig pakt hij een gebruikte injectienaald van de grond “Zie je, ze liggen overal”. Zejcirovic werkt voor Proi, een non-gouvernementele organisatie die met drugsverslaafden werkt. Naast het verspreiden van schone injectienaalden, biedt de organisatie ook begeleiding en opvang voor (ex)verslaafden en preventie-programma’s voor scholen.

Bosnië en Herzegovina kampt sinds de bloedige burgeroorlog in de jaren negentig met een groeiend drugsprobleem. Officiële statistieken ontbreken, maar hulpverleners zien de aantallen gestaag stijgen. “Niet explosief”, zegt Belma Lepir, projectleider en psychologe bij de Proi. “Maar sinds de oorlog zien we ieder jaar meer zware gebruikers”.

Tijdens de belegering van Sarajevo (1992-1995) nam het drugsgebruik in de stad in korte tijd enorme proporties aan. Als gevolg van bestuurloosheid en chaos ontstond een wildgroei aan illegale handeltjes en oorlogsprofiteurs sloegen hun slag. Door schaarste was er een levendige handel in sigaretten, alcohol, levensmiddelen. Maar ook in allerlei soorten verdovende middelen.

“De meeste heroïneverslaafden van nu hebben tijdens de oorlog hun eerste shot gezet”, zegt Lepir, die dagelijks contact onderhoud met verslaafden die in een behandeltraject zitten. “Ironisch genoeg gebruiken ze in de door diezelfde oorlog vernietigde gebouwen”. Sarajevo staat vol met gebombardeerde flats en kapotgeschoten karkassen van panden. Het zijn verlaten, gevaarlijke plekken waar verslaafden rustig hun gang kunnen gaan.

Ex-verslaafde en veteraan Nenad Marusic kwam tot kort geleden vaak in één van die ruïnes in ‘sniper alley’, de beruchte straat waar door sluipschutters vanuit de bergen op werd geschoten. “Ik was negentien toen ik voor het eerst heroïne gebruikte”, diep in gedachten verzonken gaat hij terug in de tijd.

Het is 1992, de oorlog is net uitgebroken. Net als veel jonge mannen sluit Marusic zich aan bij het Bosnische leger. “We zaten soms dagenlang verscholen in een flatgebouw. Er was angst, stress en verveling”. Marusic, nu 40, vertelt er gelaten over. “We waren jonge jongens, hadden nog niks meegemaakt. Dan ga je drugs gebruiken, zoals iedereen. Om de angst te onderdrukken, om sterker te zijn”. Het begon met marihuana. “Dat was al gauw niet genoeg. Het moest sterker”. In verlaten ziekenhuizen of apotheken en in neergeschoten ambulances vonden Marusic en zijn maten allerlei verdovende middelen. “We stalen medicijnen. Tramadol (sterke pijnstiller, red.), morfine, wat we maar tegen kwamen”. Later kwam de humanitaire hulp, in de militaire pakketten die werden uitgedeeld zat morfine. Er ontstond handel, morfine werd verkocht of geruild voor sigaretten of brood.

“Iedereen gebruikte. Aan het einde van de oorlog was heroïne de populairste drugs”, gaat Marusic verder terwijl hij een sigaret opsteekt. “Het kwam via VN-soldaten binnen. Iedereen wist: voor heroïne moet je bij de Russen zijn, voor hasj bij de Spanjaarden. Zo ging dat”. Dan begint hij te lachen: “We kregen het spul soms mee in ruil voor erotische films op VHS banden die we uit verlaten huizen in de stad haalden. Vooral de Spanjaarden waren daar blij mee”.

Oorlog en drugs hebben in de geschiedenis altijd in pijnlijk verband met elkaar gestaan. In Vietnam gebruikten soldaten heroïne om zichzelf te verdoven. Dezelfde verhalen gaan de ronde over Afghanistan, het land waar opium nota bene in de velden groeit. In Bosnië waren het niet alleen de soldaten die gemakkelijk aan verdovende middelen konden komen. De handel in drugs bereikte alle lagen van de bevolking. En nog steeds laat het zijn sporen na. De wereldwijde drugshandel vond een lucratieve route dwars door de westelijke balkan, waar chaos het eenvoudig maakte voor illegale praktijken. Bosnië werd één van de doorvoerlanden voor drugs onderweg naar west-Europa.

“Indirect brengt de oorlog nog ieder jaar ‘nieuwe verslaafden’ voort”, zegt Lepir met een diepe zucht. “Het zijn stuk voor stuk tragische verhalen”. Bojan Sertic (31) was nog geen tien toen de oorlog voor zijn ogen begon. Een maand later stuurden zijn ouders hem naar een tante op het platteland, ver uit de buurt van het belegerde Sarajevo. “Ik wist een paar jaar lang niet of mijn ouders dood of in leven waren”. Daar ging het mis, zijn tante had geen overwicht en Sertic hing op straat, begon alcohol te drinken en marihuana te roken. Dat werd al snel crack en cocaïne. “Als ik gebruikte voelde ik het soort liefde waar ik naar op zoek was. Alsof er een leegte werd opgevuld”. Toen Sertic na de oorlog hoorde dat zijn ouders nog leefden, ging hij terug naar Sarajevo. Maar met de drugs kon hij niet meer stoppen. “Ik werkte als barman in een club, daar gingen de drugs gewoon over de bar. Dat gebeurt nog steeds”. Het naoorlogse Sarajevo waar de jonge Sertic in terecht kwam was een harde wereld, er was geen ontsnappen aan: “Iedereen in mijn omgeving zat aan de drugs.” Sertic is nu bijna twee jaar clean maar ziet om zich heen nog steeds jonge mensen afglijden door de drugs. Het is veel te gemakkelijk om eraan te komen, legt hij uit: “Eén telefoontje en een ontmoeting in het park en je hebt voor een tientje een gram heroïne”.

In het centrum van Sarajevo zit het ‘Drop-in-Centar’ van Proi, een plek waar verslaafden schone naalden halen en informatie over afkickmogelijkheden krijgen. Voor de deur staan twee mannen druk pratend een sigaret te roken. Een van hen draagt een rugzak. Het is Admir, voorheen hevig verslaafd, tegenwoordig aan de methadon. In de tas zitten pakjes naalden in verschillende maten. “Admir is onze veldwerker”, zegt Belma Lepir. Admir weet waar hij moet zijn, kent veel verslaafden nog persoonlijk. Omdat de meeste verslaafden zich verstoppen, zorgen mensen als Admir dat de schone naalden toch verspreid worden. “Er is veel angst voor de politie”, legt Lepir uit. Zelfs Admir heeft soms moeite de verslaafden te vinden. “Ze zijn bang dat de politie me volgt. Vaak spreek ik een plek af waar ik de zak naalden neerleg, bij een boom in het park bijvoorbeeld, dan komen ze het later zelf ophalen”.

Bosnië krabbelt nog steeds op uit een van de gruwelijkste oorlogen van de moderne tijd. Het heeft daarnaast te kampen met armoede, werkeloosheid en oorlogstrauma’s. Maar ook met een slecht functionerend politieapparaat, een corrupt rechtssysteem en het onvermogen om op politiek niveau eenduidige beslissingen te maken. Het leidt ertoe dat drugsdealers hun gang kunnen gaan en de aanpak van de verslavingsproblematiek nog in de kinderschoenen staat. Proi is één van de weinige organisaties die verslaafden direct benadert en hulp aanbiedt.

Volgens Proi zijn er naar schatting 12.000 zware drugsverslaafden, met name heroïnegebruikers, op een bevolking van nog geen 4 miljoen. Ter vergelijking, Nederland heeft 17.700 heroïneverslaafden op een bevolking van bijna 17 miljoen (bron: Jelinek). Het is nog maar het topje van de ijsberg, zegt Lepir: “Verslaving is een taboe in onze samenleving.” Ze ziet bijvoorbeeld maar weinig vrouwen die hulp zoeken. “Dat is het grootste taboe. Vrouwen gebruiken toch geen drugs, wordt gedacht. Dat is natuurlijk niet waar.” Lepir hoopt binnenkort een speciaal meldpunt voor vrouwen te openen.

Het is de jeugd, de zogenaamde tweede generatie, die Lepir het meest zorgen baart. Veel jongeren verloren ouders tijdens de oorlog, in de meeste gevallen de vader. “Moeders hebben geen controle over hun zoons”, zegt Lepir. “Onze jongeren dragen de oorlogstrauma’s van hun ouders en groeien op zonder enig perspectief voor de toekomst”.

Nenad Marusic is inmiddels clean, maar worstelt nog dagelijks met zijn verslaving die nu plaats heeft gemaakt voor een onverwerkt oorlogstrauma. “Ik heb geleerd te praten”, zegt hij zachtjes. “En ik wil de oorlog niet meer de schuld geven. Want ik heb het zelf gedaan, het is mijn eigen verantwoordelijkheid.”

Kader:

De strijd tegen drugshandel wordt in Bosnië en Herzegovina extreem moeilijk gemaakt door de complexe constructie van de regering. De Dayton-akkoorden die in 1995 een einde maakte aan de langslepende oorlog, deelden Bosnië en Herzegovina op in twee entiteiten met elk verregaande autonomie. De Bosnisch-Kroatische Federatie en de Republiek Srpska. Beide entiteiten hebben hun eigen parlement, president en politiemacht. Door moeizame samenwerking tussen beide regio’s weten criminelen eenvoudig uit handen van de autoriteiten te blijven, simpelweg door zich van de ene naar de andere entiteit te verplaatsen. Bovendien ontbreekt een landelijke aanpak van criminaliteit en drugshandel. Toch heeft het land onlangs bij grote politieactie achttien mensen gearresteerd voor onder andere georganiseerde misdaad en drugssmokkel. Eén van hen is de president van de Bosnisch-Kroatische Federatie Zivko Budimir. 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s