“Roemenen zijn gastvrijer dan wij zijn”

Gepubliceerd in: PS Het Parool op 9 november 2013

Nederlandse arbeidsmigranten wel welkom in Roemenie

Nederland bereid zich voor op 1 januari 2014, als de grenzen opengaan voor Roemeense en Bulgaarse werknemers. Geert Wilders demonstreerde in september bij de Roemeense ambassade, hij waarschuwde voor hordes Roemenen, criminaliteit en het inpikken van banen. Roemenen zijn wat hem betreft niet welkom in Nederland.

Andersom zijn Nederlandse arbeidsmigranten wel van harte welkom in Roemenie.

Niemand weet precies hoeveel het er zijn, want als Europeaan hoef je je niet te registreren in Roemenie, wat tot 1 januari 2014 andersom wel geldt voor Roemenen in Nederland. Volgens de Nederlandse ambassade in Boekarest zijn er naar schatting tussen de 2000 en 3000 Nederlandse arbeidsmigranten in Roemenie.

In 1990 kwam Jaap Veldjesgraaf voor het eerst in Roemenie. Af en aan werkte en woonde hij er, maar de laatste tien jaar heeft hij zich er permanent gevestigd. Het softwarebedrijf dat hij in 1992 oprichtte, verkocht hij. Nu runt Veldjesgraaf een schapenboerderij in Campenesti, een klein dorp vlakbij de stad Cluj Napoca. Hij houdt 1200 schapen, wekt energie op met zonnepanelen en windmolens en geniet er van het leven.

“Het was destijds een totaal andere cultuur”, vertelt hij terwijl hij over zijn landgoed tuurt. “Er is veel minder stress, het leven is relexter en relaties zijn hechter”. Als mens voelt hij zich in Roemenie veel beter op zijn plek. Hij streek er destijds neer omdat in Roemenie goede programmeurs te vinden waren. In het begin had hij geen concurrentie, nu zijn er honderden Nederlandse outsourcingsbedrijven.

“Hier voel ik me vrij. Het landschap is prachtig. En de vrouwen.”, verzucht hij. “Een vrouw is hier veel vrouwelijker dan in Nederland.”

Veldjesgraaf heeft zijn handen vol aan zijn nieuwe boerenbedrijf. “Ik ben geen boer”, zegt hij meteen. “Maar ben wel op het platteland geboren”. Personeel met expertise huurt hij in, maar daarmee stuit hij wel meteen op een probleem. “Roemenie loopt leeg”, zegt hij. Alle goede Roemeense krachten trekken naar west-Europa waar ze meer kunnen verdienen. Een probleem waar Roemenie de komende jaren tegenaan gaat lopen, stelt hij: “Ze moeten hier nu als de sodemieter gastarbeiders uit Azie gaan halen.”

Veldjesgraaf volgt de Roemenendiscussie in Nederland op afstand. “Het leeft hier wel”, zegt hij. “Men ziet in dat ze er niet best voor staan. Men schaamt zich ervoor Roemeen te zijn. Maar het merendeel steelt of skimt natuurlijk niet.”

Als buitenlander wordt hij goed ontvangen. “Roemenen zijn gastvrijer dan wij zijn”, verklaart Veldjesgraaf. “De Nederlander is zuiniger. Je krijg een koekje, dan gaat de koektrommel dicht. De Roemeen zegt: neem ze allemaal, dan zien we morgen wel weer.”

Bovenal geniet hij van het land. “Ik hou van het ongeorganiseerde hier. In Nederland is alles al af. Hier is altijd nog wel iets te doen.”

Eric van den Abbeelen werkte in Nederland als inkoper voor een schoenenimporteur, maar greep de kans een nieuw leven op te bouwen in Roemenie. Nu woont hij al bijna veertien jaar in Cluj Napoca, hij ontmoette er zijn vrouw en stichtte een gezin.

“Ik zat vast, was het beu in Nederland, er moest wat gebeuren”, vertelt Van den Abbeelen. “Ik was alleenstaand, kon gaan waar ik wilde.” Hij overtuigde zijn baas dat er wat te doen was in Roemenie, pakte zijn spullen in en vertrok. In eerste instantie voor twee jaar. “Ik dacht, dit is mijn kans. Hier kan ik jaren blijven zitten.”

Inmiddels werkt hij voor een internationaal outsourcingsbedrijf. “Ik zag het destijds al aankomen dat veel administratieve taken van bedrijven naar goedkopere landen zouden gaan. De salarissen zijn hier lager en Roemenen spreken veel talen.”

Hij voelt zich welkom in Roemenie, maar er is ook scepsis. “De eerste jaren merkte ik dat sommige Roemenen niet blij waren met buitenlanders die komen profiteren van lage lonen. Of ze denken dat je hun vrouwen komt stelen”, lacht de man die een Roemeense vrouw trouwde. “Ja, Roemeense vrouwen zijn bizar mooi, en met ons westerse geld trekt dat wel aan. Dus ik kan het me wel indenken.”

Van Abbeelen houdt vooral van de Roemeense gastvrijheid. “Je komt bij mensen thuis die amper geld hebben, dan staat de tafel toch vol eten. In het begin voelde ik me schuldig. Maar ze willen met je delen omdat je een gast bent.” En het weer: “De zomers zijn langer en warmer dan in Nederland.”

Het beeld over Roemenie in Nederland is vertroebeld, merkt hij als hij zo nu en dan hij in Nederland komt. “Mijn moeder vraagt me: Is het echt zo erg daar?” Onterecht en jammer, vindt hij: “Je moet je bijna verdedigen als je vertelt dat je in Roemenie woont.”

Marien Kroon verhuisde in 2000 met zijn gezin naar Roemenie. Zijn kinderen zijn inmiddels meer Roemeens dan Nederlands. Hij runt samen met zijn vrouw een naschoolse opvang voor Romakinderen.

“Het lijkt wel of er een hetze is tegen alles wat Roemeens is.” Niet goed wordt Kroon van Nederlandse krantenkoppen met de term ‘de Roemenen’. Kroon wil mensen juist vertellen dat Roemenie meer is dan criminaliteit en armoede. “Het is een heel mooi land. Het stereotype beeld van paard en wagen is er heus nog wel op het platteland, maar we hebben ook gewoon internet”, lacht hij.

Dat er problemen zijn ontkent Kroon niet, vooral in de Romagemeenschap waar hij door zijn werk veel van weet. “Je hoort alleen over problemen die de Roma veroorzaken. Niemand zegt: laten we eens kijken hoe we dat kunnen veranderen.” Met zijn organisatie Charis stimuleert hij kinderen op jonge leeftijd naar school te gaan, want ruim zestig procent maakt de basisschool niet af. “Kinderen leven hier op de vuilnisbelt, We kijken met z’n allen de andere kant op”, zegt hij emotioneel. “Dat maakt me echt boos.”

Toen het gezin besloot te verhuizen hadden ze een goed leven in Waddinxveen. “Maar we dachten: is dit nou het leven? Wel erg saai.” Kroon is van Roemenie gaan houden. Hij spreekt inmiddels een goed woordje Roemeens, maar echt ingeburgerd? “Je blijft altijd een Nederlander. Je past je aan, maar je neemt je eigen cultuur met je mee.” Als hij twee weken op vakantie in Nederland is, mist hij Roemenie. “Weet je”, zegt hij. “In Nederland pas ik er niet meer in. Maar in Roemenie pas ik ook niet helemaal in het plaatje.”

Menno en Annet Straver wilden hun leven omgooien, dus trokken ze vijf jaar geleden met twee jonge kinderen oostwaarts. In Roemenie vonden ze een nieuw avontuur. Menno werkt er als handelsagent voor Nederlandse bedrijven, Annet zorgt voor de kinderen en geeft Nederlandse les.

“Mensen hier zijn verbaasd”, zegt Annet. “Ze zeggen: ‘Wat kom je hier in hemelsnaam doen?’ De meeste Roemenen proberen juist weg te komen.” Het gezin Straver is altijd al avontuurlijk ingesteld. Toen ze nog geen kinderen hadden reisden ze de wereld over. Nu kreeg Menno de kans voor zijn werkgever in Roemenie aan de slag te gaan. Ze bedachten zich geen moment. “Wij hadden ook vooroordelen voordat we verhuisden. Een oost-Europees land, vierkante betonblokken, communisme”, zegt Menno. “Maar toen we hier kwamen zagen we al snel dat het een land in ontwikkeling is.” Annet: “We waren verbaasd dat de stad bezaaid is met leuke fleurige speeltuintjes.”

Hun kinderen van zeven en drie gaan naar een Roemeense school. “Ik vind het belangrijk dat ze al jong beseffen dat de wereld groter is. Dat mensen verschillende talen spreken en andere gewoonten hebben”, zegt Annet. “Onze kinderen krijgen van twee culturen leuke dingen mee: Sinterklaas, maar ook het orthodoxe pasen dat hier groot is.”

Ze kunnen het Roemenen niet kwalijk nemen dat ze nieuwe kansen zien in Nederland. “Wat je in Nederland in een maand verdient, kunnen ze hier gewoon drie maanden van leven.” De discussie over integratie en inburgering in Nederland heeft ze wel doen denken over hun eigen integratie in de Roemeense samenleving. “Ik vind dat ik te weinig Roemeens spreek”, zegt Menno. “Ik kan me wel redden, maar zakelijk ga ik toch vaak over in het Engels.” Annet: “In Nederland gaat het vaak over inburgering. Ik zal maar eerlijk bekennen: onze inburgering kan beter.”

====

Advertenties