Servie-Albanie – Tussen vliegende stenen en stoelen

Gepubliceerd bij Metro, 15 oktober 2014

Toen Dick Advocaat maandag tijdens een persconferentie in Belgrado tegen me zei: “Wij moeten ons alleen concentreren op het voetbal”, wist hij heus dat hij een zwaar politiek beladen derby tegemoet ging. En dat voetbal waarschijnlijk een bijzaak zou worden. Maar hij had, net als ik, vast niet kunnen vermoeden dat de EK-kwalificatiewedstrijd tussen Servië en Albanië dinsdagavond zou uitlopen op een slagveld. Op de tribune én op het veld. Tussen supporters én spelers.

‘Voetbal is oorlog’, het is een uitdrukking die soms te makkelijk in de mond wordt genomen. Oorlog als metafoor voor de sport, een strijd tussen twee teams en wie er scoort die wint. Op de Balkan zie ik hoe voetbal en oorlog letterlijk verband met elkaar houden. Maar zelfs met die wetenschap, kan ik gerust zeggen: ik heb nog nooit zoiets meegemaakt als Servie-Albanie .

Zenuwachtig
We zijn terechtgekomen op de oost-tribune. Het staat er vol Servische supporters die met vlaggen zwaaien en liederen zingen. Er heerst een vreemde sfeer voor aanvang van de wedstrijd. Iedereen kijkt zenuwachtig om zich heen. Sommige koppen staan gespannen, andere strak van de adrenaline.

Geruchten gingen de ronde dat Albanese fans toch zouden proberen het stadion in te komen, ondanks het strikte verbod op supporters van de tegenpartij en opgeschroefde beveiliging bij de administratieve grens tussen Kosovo en Servie .

Serviërs en Albanezen kunnen elkaars bloed wel drinken. De Kosovo-oorlog van 98-99 staat beiden nog vers in het geheugen gegrift. En deze wedstrijd winnen, betekent wraak. Wraak voor oorlogsmisdaden. Wraak voor landjepik. Afhankelijk van wie je het vraagt. Maar de haat is van beide kanten even sterk.

Ultras
De Servische politie had duidelijk gemaakt dat elke Albanese voetbalsupporter die zich rond of in het stadion zou vertonen, gearresteerd en veroordeeld zou worden. “Maar wat nou als ze er toch tussen staan?”, spookt door mijn hoofd. Als het tot een confrontatie komt, zouden er doden kunnen vallen, hoorde ik van supporters van zowel Servië  als Albanië . Eerder op de dag las ik dat een paar Ultras uit Kosovo in de straten van Belgrado selfies hadden genomen om te laten zien dat ze er toch zijn.

De wedstrijd is nog maar een paar minuten gaande of het gaat al mis. De eerste vuurwerkbommetjes worden op het veld gegooid. Er wordt goed gemikt door Servische supporters die zonder fans van de tegenpartij alleenheerschappij hebben in het stadium. Het vuurwerk komt terecht voor de voetbalschoenen van de Albanese spelers die steeds angstiger uit hun ogen kijken.

Dan gebeurt er iets wat niemand, maar dan ook niemand had zien aankomen.  De eerder luid zingende Serviër voor me is opeens stil. Zijn hoofd draait omhoog, hij kijkt naar de lucht. Er klinkt geroezemoes op de tribune. Dan draaien alle andere hoofden ook omhoog. Er wordt gewezen. Er vliegt iets in de lucht, boven het stadion. “Het is een drone !”, roept iemand.

Het duurt maar even voordat goed zichtbaar wordt wat er aan het onbemande vliegtuigje hangt. Het is een zwarte vlag met de afbeelding van het land Albanië of zelfs van het ‘groter Albanië’ , waar sommigen Albanezen voor pleiten: Albanië  inclusief delen van Macedonië  en Kosovo, plekken waar veel etnisch Albanezen wonen.

Stunt
Er wordt nog gevoetbald, maar niemand heeft meer oog voor de bal. De sfeer slaat om zodra Servische supporters door krijgen dat het een Albanese vlag is aan die drone . Een stunt van de Albanezen, die hun team niet mochten komen aanmoedigen in Belgrado. Ludiek en symbolisch, als het niet zo extreem gevoelig zou liggen.

De emoties op de gezichten van de supporters om me heen veranderen resoluut van verbazing naar woede. Er wordt geroepen, geschreeuwd, gefloten. “Haal die vlag omlaag, haal die vlag omlaag! Vuile Albanezen!” Paniek breekt uit.

Maar niemand kan wat doen. De drone wordt op afstand bestuurd. Door het stadion lopen officiers van de oproerpolitie zenuwachtig heen en weer. De trainersstaf druipt voorzichtig af, spelers kijken verdwaasd om zich heen.

De drone cirkelt een paar minuten boven het veld. Dan zakt ie langzaam naar beneden. De wedstrijd ligt stil. De drone met de vlag komt precies op de middenstip terecht. Daar staat de Servische aanvaller Stefan Mitrovic om ‘m op te vangen. Als hij de vlag probeert los te maken van de drone , rennen een paar Albanese spelers naar hem toe. Ze proberen de vlag uit zijn handen te trekken.

Op dat moment kan het hele spektakel nog als lichtelijk komisch worden gezien. Er komen steeds meer spelers omheen staan, ze vechten om de vlag. De symboliek druipt er vanaf. Albanezen willen hun vlag redden uit handen van een Serviër. Het gebeurt allemaal in een fractie van een minuut.

Op de vuist
Maar intussen zijn een paar fans over de hekken geklommen en het veld op gerend. Eentje heeft een losgetrokken stoel in zijn handen, hij loopt ermee op de Albanese spelers af. Terwijl ik de grimmige sfeer om me heen inspecteer, gebeurt er iets onwerkelijks op het veld. Albanese en Servische voetballers zijn met elkaar op de vuist gegaan.

De Albanezen proberen nog steeds hun vlag te pakken te krijgen. Servische spelers schieten hun Mitrovic te hulp, die de Albanese vlag nog steeds in zijn handen heeft. Er vallen wat klappen. Oproerpolitie komt het veld op gerend om de mannen uit elkaar te halen.

Op de tribune proberen vaders met zoons zich een weg te banen naar de uitgang. Jonge jongens trekken capuchons over hun hoofden. Voor me wordt met kracht een paar kuipstoeltjes uit de tribune gerukt. Van achter stormen woeste fans langs me heen naar beneden. Klaar om te vechten.

Stenen en flessen
De controle is weg. Bij de uitgang staan inmiddels een paar tientallen angstige mensen die het stadion uit willen. Binnen moeten de Albanese spelers rennen voor hun leven, ze worden bekogeld met stoelen, stenen en flessen. Servische supporters jagen ze letterlijk het veld af, de kleedkamer in.

Na een verhitte escape het stadion uit, komen we aan bij een wegrestaurant in de buurt. Het is omsingeld  door oproerpolitie. De TV staat aan, de sportzender laat het stadion zien. Het veld is leeg, de spelers zijn verdwenen maar de supporters razen nog door op de tribunes. De ober kijkt chagrijnig. Hij mag de hele avond al geen alcohol schenken. “Vanwege die klotewedstrijd” , zegt ie. Hij is het wel zat inmiddels. Op tv wordt nu officieel bevestigd dat de wedstrijd niet meer verder gaat. “Dat betekent dat die monsters nu de straat op gaan”, roept mijn collega uit. Het voelt alsof we ons in de frontlinie bevinden. Een frontlinie die steeds verschuift. En er wordt ook al geen alcohol geschonken. We beraden ons op een nieuw escape.

Het werd nog een lange, onrustige nacht in Belgrado.

Advertenties

Losgespoelde landmijnen door overstroming in Bosnie

Gepubliceerd bij De Correspondent, 8 oktober 2014

Beluister mijn Radio Reportage voor VPRO Bureau Buitenland HIER.

We staan op een dijk langs de rivier de Sava in Noordoost-Bosnië. Aan de rechterkant zien we een boerendorp. Aan de linkerkant een wildbegroeide strook land die al ruim twintig jaar is afgezet. Het is een mijnenveld. Sinds de Bosnische burgeroorlog, zo’n twintig jaar geleden, heeft niemand er ooit een ontmijningsteam aan het werk gezien.

De landmijnen lagen daar sindsdien onaangeroerd in het veld. Tot dit voorjaar de natuur toesloeg.

Op 18 mei dit jaar stroomde de woeste Sava met ongekende kracht door de provincie Posavina. Door het hevige noodweer brak een dam. In het dorp Vucilovac baande het wassende water zich een weg door het mijnenveld en stroomde vervolgens de dijk over, recht het dorp in. Het hele mijnenveld stond onder water en losgewrikte explosieven verspreidden zich.

De Balkan is getroffen door de hevigste overstromingen in ruim honderd jaar tijd. Hele dorpen en steden in Bosnië, Servië en Kroatië kwamen onder water te staan. In Bosnië-Herzegovina kwamen 21 mensen om het leven. Bergachtig Noordoost-Bosnië zag zo’n 5.000 aardverschuivingen een ravage van ongekende grootte aanrichten, meer dan 100.000 huizen werden volledig verwoest. 70 procent van het overstroomde land ligt in gebieden waar de grond nog vol zit met landmijnen.

Lees HIER verder