Anatomy of an exodus

Longread for Delayed Gratification #18

James Montague & Mitra Nazar

9th December 2014
Pristina, Republic of Kosovo

Despite the perpetual motion of people passing through it, the Pristina bus station is a grey and dismal place. It looks run-down and dirty, no matter how many times its concrete steps are swept and cleaned.

It’s 11pm, and it’s getting cold. There is one bus left for the night, but the stalls, shops and one cafe still thrum with people. For years the bus to the Serbian capital of Belgrade would leave every evening almost completely empty, passing the border that separates Kosovo and Serbia with just a handful of passengers. Not tonight.

Several hundred people have crowded around the bus to Belgrade. They have packed lightly. There are young families clustered together in fours and fives. Young men – friends – in groups of two and three. Older men travelling alone.

They all have tickets but there are not enough seats to go around and, as the bus leaves, the aisles are full to bursting with standing passengers. It is a six-hour journey to Belgrade, but it only takes an hour to get to the Kosovo-Serbia border.

In the past the bus, with its meagre numbers, would be quickly waved through. But today a Kosovar border guard ushers the coach to one side for an inspection. Everyone is ordered off and their papers are checked. Most are allowed to cross but about a third – a mix of men, women and children – are told they cannot travel any further.

They walk back down the unlit road towards Pristina without argument. Before they begin the long trudge home, they stop a few hundred metres from the border post. Dozens more are waiting there, the remnants from the previous bus. They are unsure of what to do or where to go next.

Those who survived the cull smoke cigarettes before re-boarding the bus. Where are they going? Why are they going? And why now? “I will tell you,” one young man says, looking around to see if he is being overheard. “But not here.” He walks around to the back of the bus, away from the guards, as if about to reveal a shameful secret.

“We are escaping,” he tells me. “First we go to Belgrade. Then we go to Subotica.”

3rd January 2015
The woods outside Subotica, Republic of Serbia

A campfire burns on the floor inside an abandoned brick factory on the outskirts of the northern Serbian city of Subotica. Three young men sit around it. Their clothes are dirty and an icy wind is blowing through the glassless windows. The men are a long way from home. All three of them came here from Afghanistan. They didn’t know each other until a few hours ago.

“First Turkey, then Bulgaria and now Serbia,” says Mahmad, a man in his early twenties, when asked how he reached Subotica. He is the only one of the three who speaks a little bit of English. Mahmad pulls his black hat over his ears against the cold wind. His new friends don’t say a word, but stare silently into the fire. “I came here yesterday,” Mahmad continues. “Tomorrow I will go to Hungary.” (….)

Continue reading on the website of Delayed Gratification

Kosovars turned back from the EU

Within a few months, around 50,000 people have left Kosovo. Thanks to a change in travel restrictions, they’ve headed via Serbia to Hungary, an EU member state and part of the border free Schengen zone. The mass exodus has taken the Kosovan authorities and EU governments by surprise. Many of these would-be emigrants have already been sent home from EU countries. Mitra Nazar reports from Kosovo.

Listen to the full radio report for Deutsche Well English 

Kosovo loopt leeg

Het is een koude vrijdagmorgen in februari. We zijn in de Hongaarse gemeente Ásotthalom, aan de landsgrens met Servië. Zoltan trekt zijn donkergroene muts tot over zijn wenkbrauwen. Hij heeft de Lada Niva, waarmee we vanuit het dorp naar de grens zijn gereden, langs de beek geparkeerd. We staan aan de rand van het bos, in een open veld aan een stromende beek die de groene grens tussen Servië en Hongarije markeert.

‘Dit is de plek waar de meesten zijn overgestoken,’ vertelt Zoltan. ‘Je ziet de spullen die ze hebben achtergelaten.’ Aan de oever ligt een kapotte paraplu en wat kledingstukken.

Hier heeft Zoltan de afgelopen twee maanden in totaal, schat hij, wel een paar duizend Kosovaren uit het water zien komen. Maar vandaag is het stil. Aan de overkant zien we in de verte een Servische patrouillewagen wegrijden. ‘De Servische grenspolitie probeert ze nu te pakken,’ verklaart Zoltan. ‘Ze verstoppen zich.’

Lees verder bij De Correspondent

Poverty forces a mass exodus from Kosovo

Kosovo has marked seven years of independence from Serbia. But there wasn’t much to celebrate. Since the beginning of the year there’s been a mass exodus from the country: according to some estimates, up to 100,000 people have left. The Kosovars are fleeing from poverty and unemployment back home in the hope of a better life elsewhere. Mitra Nazar followed them to the border of Serbia and Hungary.

Listen to the 11 minute radio reportage for Deutsche Welle English.

Radiorepo: Thessaloniki en de crisis

Uitgezonden op 20 januari 2015 bij VPRO Bureau Buitenland, beluister de hele reportage. 

Komende zondag zijn er verkiezingen in Griekenland, met mogelijk verstrekkende gevolgen voor de rest van Europa en de Euro. De partij Syriza staat op winst in de peilingen, en die wil in ieder geval een einde maken aan de grote Griekse schuldenlast en het strakke begrotingsregime. Correspondent Mitra Nazar reisde naar Thessaloniki, de tweede stad van het land om te kijken wat de gevolgen zijn geweest van alle bezuinigingen. En waarom zoveel burgers voor radicale verandering stemmen.

Onrust in Hongarije – anti-regeringsdemonstraties

Gepubliceerd bij VPRO Bureau Buitenland, 18 november 2014

Beluister de radioreportage hier

Hongarije is in de ban van anti-regeringsdemonstraties. Het protest richt zich bijna uitsluitend op één man: premier Viktor Orban, de leider die zich heeft ontpopt als een autocraat die geen tegenspraak duldt. En dat terwijl hij eens vrijheidsstrijder was.

‘Delete Viktor’ staat op één van de spandoeken die maandagavond in overvloed te zien waren op het plein voor het parlementsgebouw in Boedapest. Naar schatting tienduizend Hongaren gingen de straat op om hun democratie te verdedigen en het aftreden van premier Viktor Orban te eisen. Het protest kwam na een verrassend grote demonstratie eind oktober tegen de invoering van een controversiële belasting op het internet. Premier Orban kondigde niet veel later aan dat de internetbelasting voorlopig van de baan is, maar de Hongaren namen daar geen genoegen mee. Nu het land vier jaar stevig in de grip is van Orban en zijn partij Fidesz, broeit er iets in de Hongaarse samenleving.

Premier Orban gedraagt zich steeds meer als een autocraat, een autoritair leider met conservatief-nationalistische denkbeelden die geen tegenspraak duldt. Tijdens zijn vier jaar leiderschap heeft hij de controle over de media, de rechtelijke macht, economische instellingen, het bedrijfsleven volledig naar zich toe getrokken. Hij herschreef de grondwet en veranderde de kieswet en heeft nu ook de aanval geopend op door het buitenland gefinancierde non-gouvernementele organisaties.

Maar Hongarije is wél lid van de Europese Unie. En die zit niet te wachten op een autocratie in zijn midden. De zorgen groeien nu Orban zich ook nog eens naar het oosten keert, door deals te sluiten met de Russen over gas en de investering in een kerncentrale.

Het is bijna niet te bevatten dat diezelfde Viktor Orban zo’n 25 jaar geleden een anti-Russische vrijheidsstrijder was die aan de wieg stond van de democratisering in Hongarije.

Het is woensdagavond. Ik ontmoet Laszlo Keri in de studentensociëteit Bibo, in het Pest-district van Boedapest. De gepensioneerde hoogleraar politicologie is uitgenodigd om een lezing te geven over de huidige politieke crisis in Hongarije aan studenten politicologie en rechten.

‘Wil je zien waar Orban zijn eerste politieke stappen heeft gezet?’ vroeg Keri toen ik hem eerder op de dag belde. ‘Kom vanavond, dan vertel ik je alles over de dubbele persoonlijkheid van Viktor Orban.’ Lees HIER verder

Servie-Albanie – Tussen vliegende stenen en stoelen

Gepubliceerd bij Metro, 15 oktober 2014

Toen Dick Advocaat maandag tijdens een persconferentie in Belgrado tegen me zei: “Wij moeten ons alleen concentreren op het voetbal”, wist hij heus dat hij een zwaar politiek beladen derby tegemoet ging. En dat voetbal waarschijnlijk een bijzaak zou worden. Maar hij had, net als ik, vast niet kunnen vermoeden dat de EK-kwalificatiewedstrijd tussen Servië en Albanië dinsdagavond zou uitlopen op een slagveld. Op de tribune én op het veld. Tussen supporters én spelers.

‘Voetbal is oorlog’, het is een uitdrukking die soms te makkelijk in de mond wordt genomen. Oorlog als metafoor voor de sport, een strijd tussen twee teams en wie er scoort die wint. Op de Balkan zie ik hoe voetbal en oorlog letterlijk verband met elkaar houden. Maar zelfs met die wetenschap, kan ik gerust zeggen: ik heb nog nooit zoiets meegemaakt als Servie-Albanie .

Zenuwachtig
We zijn terechtgekomen op de oost-tribune. Het staat er vol Servische supporters die met vlaggen zwaaien en liederen zingen. Er heerst een vreemde sfeer voor aanvang van de wedstrijd. Iedereen kijkt zenuwachtig om zich heen. Sommige koppen staan gespannen, andere strak van de adrenaline.

Geruchten gingen de ronde dat Albanese fans toch zouden proberen het stadion in te komen, ondanks het strikte verbod op supporters van de tegenpartij en opgeschroefde beveiliging bij de administratieve grens tussen Kosovo en Servie .

Serviërs en Albanezen kunnen elkaars bloed wel drinken. De Kosovo-oorlog van 98-99 staat beiden nog vers in het geheugen gegrift. En deze wedstrijd winnen, betekent wraak. Wraak voor oorlogsmisdaden. Wraak voor landjepik. Afhankelijk van wie je het vraagt. Maar de haat is van beide kanten even sterk.

Ultras
De Servische politie had duidelijk gemaakt dat elke Albanese voetbalsupporter die zich rond of in het stadion zou vertonen, gearresteerd en veroordeeld zou worden. “Maar wat nou als ze er toch tussen staan?”, spookt door mijn hoofd. Als het tot een confrontatie komt, zouden er doden kunnen vallen, hoorde ik van supporters van zowel Servië  als Albanië . Eerder op de dag las ik dat een paar Ultras uit Kosovo in de straten van Belgrado selfies hadden genomen om te laten zien dat ze er toch zijn.

De wedstrijd is nog maar een paar minuten gaande of het gaat al mis. De eerste vuurwerkbommetjes worden op het veld gegooid. Er wordt goed gemikt door Servische supporters die zonder fans van de tegenpartij alleenheerschappij hebben in het stadium. Het vuurwerk komt terecht voor de voetbalschoenen van de Albanese spelers die steeds angstiger uit hun ogen kijken.

Dan gebeurt er iets wat niemand, maar dan ook niemand had zien aankomen.  De eerder luid zingende Serviër voor me is opeens stil. Zijn hoofd draait omhoog, hij kijkt naar de lucht. Er klinkt geroezemoes op de tribune. Dan draaien alle andere hoofden ook omhoog. Er wordt gewezen. Er vliegt iets in de lucht, boven het stadion. “Het is een drone !”, roept iemand.

Het duurt maar even voordat goed zichtbaar wordt wat er aan het onbemande vliegtuigje hangt. Het is een zwarte vlag met de afbeelding van het land Albanië of zelfs van het ‘groter Albanië’ , waar sommigen Albanezen voor pleiten: Albanië  inclusief delen van Macedonië  en Kosovo, plekken waar veel etnisch Albanezen wonen.

Stunt
Er wordt nog gevoetbald, maar niemand heeft meer oog voor de bal. De sfeer slaat om zodra Servische supporters door krijgen dat het een Albanese vlag is aan die drone . Een stunt van de Albanezen, die hun team niet mochten komen aanmoedigen in Belgrado. Ludiek en symbolisch, als het niet zo extreem gevoelig zou liggen.

De emoties op de gezichten van de supporters om me heen veranderen resoluut van verbazing naar woede. Er wordt geroepen, geschreeuwd, gefloten. “Haal die vlag omlaag, haal die vlag omlaag! Vuile Albanezen!” Paniek breekt uit.

Maar niemand kan wat doen. De drone wordt op afstand bestuurd. Door het stadion lopen officiers van de oproerpolitie zenuwachtig heen en weer. De trainersstaf druipt voorzichtig af, spelers kijken verdwaasd om zich heen.

De drone cirkelt een paar minuten boven het veld. Dan zakt ie langzaam naar beneden. De wedstrijd ligt stil. De drone met de vlag komt precies op de middenstip terecht. Daar staat de Servische aanvaller Stefan Mitrovic om ‘m op te vangen. Als hij de vlag probeert los te maken van de drone , rennen een paar Albanese spelers naar hem toe. Ze proberen de vlag uit zijn handen te trekken.

Op dat moment kan het hele spektakel nog als lichtelijk komisch worden gezien. Er komen steeds meer spelers omheen staan, ze vechten om de vlag. De symboliek druipt er vanaf. Albanezen willen hun vlag redden uit handen van een Serviër. Het gebeurt allemaal in een fractie van een minuut.

Op de vuist
Maar intussen zijn een paar fans over de hekken geklommen en het veld op gerend. Eentje heeft een losgetrokken stoel in zijn handen, hij loopt ermee op de Albanese spelers af. Terwijl ik de grimmige sfeer om me heen inspecteer, gebeurt er iets onwerkelijks op het veld. Albanese en Servische voetballers zijn met elkaar op de vuist gegaan.

De Albanezen proberen nog steeds hun vlag te pakken te krijgen. Servische spelers schieten hun Mitrovic te hulp, die de Albanese vlag nog steeds in zijn handen heeft. Er vallen wat klappen. Oproerpolitie komt het veld op gerend om de mannen uit elkaar te halen.

Op de tribune proberen vaders met zoons zich een weg te banen naar de uitgang. Jonge jongens trekken capuchons over hun hoofden. Voor me wordt met kracht een paar kuipstoeltjes uit de tribune gerukt. Van achter stormen woeste fans langs me heen naar beneden. Klaar om te vechten.

Stenen en flessen
De controle is weg. Bij de uitgang staan inmiddels een paar tientallen angstige mensen die het stadion uit willen. Binnen moeten de Albanese spelers rennen voor hun leven, ze worden bekogeld met stoelen, stenen en flessen. Servische supporters jagen ze letterlijk het veld af, de kleedkamer in.

Na een verhitte escape het stadion uit, komen we aan bij een wegrestaurant in de buurt. Het is omsingeld  door oproerpolitie. De TV staat aan, de sportzender laat het stadion zien. Het veld is leeg, de spelers zijn verdwenen maar de supporters razen nog door op de tribunes. De ober kijkt chagrijnig. Hij mag de hele avond al geen alcohol schenken. “Vanwege die klotewedstrijd” , zegt ie. Hij is het wel zat inmiddels. Op tv wordt nu officieel bevestigd dat de wedstrijd niet meer verder gaat. “Dat betekent dat die monsters nu de straat op gaan”, roept mijn collega uit. Het voelt alsof we ons in de frontlinie bevinden. Een frontlinie die steeds verschuift. En er wordt ook al geen alcohol geschonken. We beraden ons op een nieuw escape.

Het werd nog een lange, onrustige nacht in Belgrado.

Losgespoelde landmijnen door overstroming in Bosnie

Gepubliceerd bij De Correspondent, 8 oktober 2014

Beluister mijn Radio Reportage voor VPRO Bureau Buitenland HIER.

We staan op een dijk langs de rivier de Sava in Noordoost-Bosnië. Aan de rechterkant zien we een boerendorp. Aan de linkerkant een wildbegroeide strook land die al ruim twintig jaar is afgezet. Het is een mijnenveld. Sinds de Bosnische burgeroorlog, zo’n twintig jaar geleden, heeft niemand er ooit een ontmijningsteam aan het werk gezien.

De landmijnen lagen daar sindsdien onaangeroerd in het veld. Tot dit voorjaar de natuur toesloeg.

Op 18 mei dit jaar stroomde de woeste Sava met ongekende kracht door de provincie Posavina. Door het hevige noodweer brak een dam. In het dorp Vucilovac baande het wassende water zich een weg door het mijnenveld en stroomde vervolgens de dijk over, recht het dorp in. Het hele mijnenveld stond onder water en losgewrikte explosieven verspreidden zich.

De Balkan is getroffen door de hevigste overstromingen in ruim honderd jaar tijd. Hele dorpen en steden in Bosnië, Servië en Kroatië kwamen onder water te staan. In Bosnië-Herzegovina kwamen 21 mensen om het leven. Bergachtig Noordoost-Bosnië zag zo’n 5.000 aardverschuivingen een ravage van ongekende grootte aanrichten, meer dan 100.000 huizen werden volledig verwoest. 70 procent van het overstroomde land ligt in gebieden waar de grond nog vol zit met landmijnen.

Lees HIER verder

Chefs Test Each Other’s Balls in Serbia

It’s been another gripping year at the World Championship Testicle Cooking contest, held last weekend in the Sumadija region of central Serbia.

Mitra Nazar for BIRN

A team gears up for “World Testicle Cooking Championship 2014”. | Photo by Mitra Nazar

“Gentlemen, start your testicles!” Ljubomir Erovic stands on an improvised stage, erected in a field halfway up Mt Rudnik in central Serbia. The organiser and founder of “Mudijada”, equally known around the world in English as the “Balls Cup,” holds a microphone in one hand and a glass of rakija in other. “Let the best balls win!” he exclaims.

It’s Saturday afternoon, the sun is burning and the first bottles of rakija have been opened.

“This is a festival for men with balls,” says Erovic, a testicle-cooking expert himself. He’s wearing a T-shirt with a drawing of a chef whose own testicles are dangling in a bowl of boiling soup. “World Testicle Cooking Championship 2014,” it reads.

The unofficial World Cup has drawn growing attention from the media internationally over the years. This year’s competition was held on Mt Rudnik, near the town of Gornji Milanovac. It hosted around 20 teams from all over Serbia and two foreign teams – one from Britain, (the crew from Vice, filming a series on the festival) and one from Finland. Around a hundred visitors came to try testicle dishes and enjoy live music, including guests from Denmark, Iceland, Germany, America and Russia.

Preparing and eating testicles is an old tradition in the Balkans. In Serbia they are called “white kidneys” and Yugoslavia’s late president, Josip Broz Tito, was known as a fan. Serbia’s 19th-century king, Milos, was also fond of eating balls.

“People in Bosnia, Serbia and Bulgaria all eat testicles because it is very nutritious, it is strong food,” said Erovic, who also wrote the cookbook, “Cooking with Balls.” explains. “Poor people used to keep their animals alive and only cut off the testicles to eat,” he notes.

There is another reason why Erovic thinks all men in particular should eat testicles.

“The most important reason”, he says, whispering, “is that it is very good for the libido. When a man eats testicles, believe me, he will have a very good night with his wife.”

A foal’s testicles are the best aphrodisiac, Erovic claims. “But bull balls are fine, too.” He starts laughing as he pours another glass of rakija. “Really. You can ask my wife.”

By noon, all the competitors have set up their tents and started campfires. They’ve collected their testicles over weeks, or even months. The testicles are from bulls, rams, donkeys and horses. In previous years, there have been balls from kangaroos, sharks and ostriches.

The challenge is to make the best testicle goulash. The dishes are judged by a jury, consisting of founder Ljubomir Erovic and self-proclaimed “testicle expert” Anna Wexler, an American filmmaker who has been visiting the festival for the past seven years. Taste, color and texture are important. The testicles should also be recognisable on the plate.

Men compete to make the best testicle goulash. | Photo by Mitra Nazar

Smoke rises above the mountains from the kettles with boiling goulash in the field. Pavle Pavlovic from Kraljevo is one of the competitors. He found wild mushrooms in the woods, which he plans to use in the bull testicle goulash that he and his team are preparing. “We want to give it a special touch,” he says. “The judges will be surprised.”

It’s not an easy task to find the testicles, Pavlovic explains. “You have to ask everyone you know in the countryside to keep the balls for you. We have ten testicles for this dish. We’ve got them from our family in the village.”

Last year’s winner, Zoltan Levaji, 64, works with baby bull balls. He wears a white chef’s hat and stirs through the bowl of boiling testicles. “There is no secret”, he says. “The trick is time. You have to marinade the testicles for at least 24 hours. Then, the balls loose some liquid and they taste like chicken.”

As an experienced testicle eater, Levaji doesn’t believe it is an aphrodisiac. “That’s what they say,” he laughs. “But your libido doesn’t come from eating testicles. It comes from your brain. And it depends on the woman you are with.”

Ismo Dalhberg, from Finland, came to Serbia to cook testicles for the first time in his life. “I’ve never prepared testicles and I’ve never even eaten them,” he says, struggling to keep his campfire going. “This is something so crazy. I wanted to be a part of it.”

The balls cup seems to be a male party. There are only a few women on the festival, but one is Jovana Erovic, the founder’s daughter and the only female competitor this year. “I want to show the men that girls can do it, too”, she says, determined to win. She found two big bull balls at a local butcher and marinaded them the night before.

“I’m only a little scared for the women here”, she adds, chuckling. “These men drink and eat testicles all day. Woman should beware. They should wear a big T-shirt.”

At the end of the day, as the sun goes down behind the rolling hills, most of the chefs aren’t able to walk straight anymore. Jovana Erovic thinks this is her chance to score points in the competition. “They are all drunk now, they don’t know what they are putting in their goulash any longer.”

After cooking testicles for hours, the jury goes around to taste and observe the dishes one by one. A team called “Kod Mrsa” from Cacak wins first prize. “Eko Ibar” from Kraljevo comes in second. Third prize goes to first-timer Ismo Dalhberg from Finland.

While the special “Cooking with Balls Band” plays rock songs on the stage, Ljubomir Erovic looks around his festival, satisfied. “The rakija is very important here. Before you eat testicles, you should drink rakija. And after you eat them, too.”

The cooking competition seems to have become a side issue. “The real competition is tonight,” Erovic continues. “Tonight we will know who the real winner is. And then it is our wives who judge.”

Macedonische boer zoekt vrouw, liefst vruchtbaar, voor volk en vaderland

Gepubliceerd bij De Correspondent, 2 augustus 2014

Burgemeester Milosim Vojneski zit op het terras van de kafana, het buurtcafé, tegenover het gemeentehuis. Het is warm, te warm eigenlijk voor het driedelige pak dat hij draagt. Met een servetje veegt hij de zweetdruppels van zijn voorhoofd.

‘Alles was geregeld,’ zucht hij. ‘En nu gaat het niet door.’ Er lag een inschrijflijst op het bureau van de secretaresse in het gemeentehuis van Makedonski Brod. Vierentwintig vrijgezelle mannen van middelbare leeftijd hadden zich al aangemeld. Er zou een bus worden gehuurd, en dan en route naar Oekraïne. Doel: een huwbare vrouw vinden om mee terug te nemen en het leven mee te delen op het Macedonische platteland.

Burgemeester Vojneski is nu vier jaar de grootste koppelaar van het dorp. Hij zorgde naar eigen zeggen al voor 78 verse bruiden uit Albanië. Volgens de statistieken van de gemeente zijn uit die huwelijken inmiddels 109 kinderen geboren.

Het Macedonische platteland loopt leeg. Meer dan honderd van de bijna tweeduizend dorpen is compleet verlaten. De dorpen waar nog wel mensen wonen, kampen met een groot probleem: er is een groeiend gebrek aan vrouwen. Het gevolg: mannen, veelal boeren, blijven alleen en ongehuwd achter.

De burgemeester van een kleine plattelandsgemeente zet nu alles op alles om zijn mannen aan de vrouw te helpen en organiseert busreizen naar Albanië en binnenkort misschien zelfs naar Oekraïne. Alles wordt betaald door de gemeente. Maar dan moeten de mannen wel terugkomen met een huwbare, en liefst ook vruchtbare bruid.

Gastcorrespondent Mitra Nazar bezocht een van de armste landen van de Balkan en doet verslag. Lees hier verder.