Balkan Stedentrips

Gepubliceerd in Het Parool, PS De Wereld. 13 april 2013

Backpackers hebben de Balkan allang ontdekt als bijzondere en goedkope reisbestemming. Maar ook voor stedentrippers begint Zuidoost Europa te lonken. Een turbulent verleden, grote culturele diversiteit en oneindige gastvrijheid; Balkansteden zijn stuk voor stuk interessante plekken om een paar dagen door te brengen. Je struikelt er nog niet over Nederlandse toeristen en er spotgoedkoop. Bovendien vlieg je er low budget naartoe. Drie Balkansteden:

Belgrado

IMG_7146

Het was lange tijd een weinig populaire bestemming vanwege de burgeroorlog en de Navo-bombardementen in de jaren negentig. Maar de Servische hoofdstad is in rap tempo bezig aan een inhaalslag. Steeds meer toeristen kiezen voor de voormalige hoofdstad van Joegoslavië die bovendien een walhalla voor feestbeesten is; Belgrado werd door de Lonely Planet uitgeroepen tot uitgaanshoofdstad van Europa. Ook bij daglicht heeft de stad genoeg te bieden. Je kunt uiteraard kiezen voor een toeristische bustour, maar veel leuker én goedkoper is de tram (een ritje kost 0,50 cent). Een alternatieve manier om de stad te bekijken, die budget-reizende toeristen mondjesmaat ontdekken. Tramlijn 2 is een gewone ringlijn die onbedoeld een reis langs alle culturele en historische hoogtepunten van de stad maakt. Het leidt je langs de rivieren Sava en Donau naar Fort Kalemegdan, geschiedkundig de belangrijkste plek van de stad. Tevens een groot park en ontmoetingsplek voor verliefde stelletjes en gepensioneerde schaakspelende mannen. Een cafe middenin het Fort heeft ’s zomers het beste terras van de hele stad. Je rijdt vervolgens langs de oude klassieke wijk Dorcol met ontelbare koffietentjes en boetiekjes, door naar de Tempel van Sint Sava, de grootste orthodoxe kerk ter wereld die na 78 jaar bouwen nog steeds niet helemaal af is. Stap ook uit bij een van de pijnlijkste herinneringen van de Serviërs: De in 1999 door de Navo gebombardeerde overheidspanden die er nog bij staan alsof het gisteren gebeurde. De totaal verwoeste panden zijn door de regering tot cultureel erfgoed uitgeroepen om niemand te laten vergeten wat er is gebeurd. Een surrealistisch beeld waar Serviërs zonder op te kijken aan voorbij lopen. In de vroege avond ga je naar een traditionele kafana. Kafana’s zijn typisch Servische (eet)cafe’s, in het idyllische kunstenaarswijkje Skadarlija bijvoorbeeld. Vanaf de straat is de accordeonmuziek al te horen en eenmaal binnen word je hevig ondergedompeld in de lokale cultuur. Er is altijd live muziek, klanten zingen uit volle borst mee terwijl ze het ene na het ander glas rakija (lokale likeur) achterover slaan. Het nachtleven begint pas na middernacht, zelfs de meest doorgewinterde feestbeesten worden op de proef gesteld want reken er niet op dat je voor het ochtendgloren thuis bent. Op de ‘splavs’, feestboten langs de kade van de rivier Sava, is waar het ’s zomers gebeurt. Verschillende boten met elk een andere muziekstijl liggen op een rij. De meeste clubs zijn gratis toegankelijk en hebben geen sluitingstijd.

Tips:

Exit festival, 10 – 14 juli in Novi Sad (1,5 uur van Belgrado). Populair jaarlijks popfestival in een middeleeuws fort.

-Museum van de geschiedenis van Joegoslavië en Tito’s graftombe.

-Doe een toeristische fietstour met iBike Belgrade, gerund door een enthousiaste Nederlandse in Belgrado woonachtige fietsfanaat.

Skopje

IMG_6721

Toerisme in Skopje staat nog in de kinderschoenen en dat leidt gemakkelijk tot bijzondere ontmoetingen. Voor je het weet zit je bij een Macedonische familie thuis aan de maaltijd. Macedonië heeft een woelige geschiedenis achter de rug en daar ontsnap je niet aan tijdens een wandeling door de stad. In 1963 verwoestte een grote aardbeving driekwart van de gebouwen. Omdat Macedonië onderdeel was van Joegoslavië, werd de stad daarna volgebouwd met socialistische architectuur. Maar een aantal jaar geleden besloot de regering dat het tijd was voor een nieuwe wederopbouw. Een project, ‘Skopje 2014’ genoemd, werd een complete stadsvernieuwing met nieuwe musea, barokfacades en heel veel standbeelden van helden uit de vroege geschiedenis. Eindelijk zou Skopje meer te bieden hebben aan toeristen, en dat is gelukt ook. Het dertig meter hoge standbeeld van Alexander de Grote te paard op het stadsplein is niet te missen. De vier bronzen leeuwen onderaan de monsterlijke sokkel ook niet. In de zomer spuit een fontein gekleurd water op de maat van bombastische klassieke muziek. Veel locals noemen het inmiddels een soort Disneyland, een megalomaan kitsch-project dat vooral veel geld heeft gekost. Je kunt je hele dagen vermaken met een spelletje standbeelden tellen. Vergeet ook niet de marmeren replica van de Arc de Triompf en het nepstrandje met geïmporteerde palmbomen te bezoeken. Saillant detail: een bronzen beeld van Prometheus werd onlangs onderwerp van protest door een vrouwenorganisatie; het was te naakt. Een week later had Prometheus opeens kuis een bronzen doekje voor zijn edele delen. Het meest bijzondere, maar tegelijk ook het grote pijnpunt van Skopje, is de mix van Christelijke en Islamitische cultuur. Een smeltkroes is het niet; orthodoxe Macedoniërs wonen aan de ene kant van de stad, etnisch Albanese moslims aan de andere kant. Strikt gescheiden door de rivier Vardar. Als toerist merk je weinig van spanningen. De oud Ottomaanse bazaar Carsija begint zodra je de Byzantijnse ‘Stenen brug’ uit de 15e eeuw oversteekt. Je waant je opeens in een klein Istanbul met kleine winkeltjes, koffiehuizen en oriëntaalse souvenirtentjes. Minaretten steken uit boven de lage bebouwing en verrimpelde mannetjes zitten op straat handgemaakte leren schoenen te maken. Een letterlijk hoogtepunt is het Kale Fort, alleen al vanwege het fenomenale uitzicht, strategisch gelegen op het hoogste punt van de oude stad. In de bazaar zit de prachtige oude wijnbar Vinoteka Temov, een mekka voor wijnliefhebbers. In Skopje hoef je overigens nergens bang te zijn dat je slechte wijn voorgeschoteld krijgt, wijn zit de Macedoniërs in het bloed.

Tips:

-Oude treinstation, deels blijven staan na de aardbeving. Nu een monument en museum voor moderne kunst

-Het gloednieuwe museum over het lijden van het Macedonische volk met zo’n 100 wassen beelden.

Sofia 

IMG_7070

‘Dat was 6000 jaar Bulgaarse geschiedenis in zes minuten’, zegt de gids van Free Sofia Tour. Ze snapt goed dat je een toerist niet te lang moet vervelen met historische feitjes. Maar als je in Sofia bent, kun je een historische context simpelweg niet wegdenken. Eerst kwamen de Traciers, toen de Romeinen, de Byzantijnen, de Ottomanen en als laatste de Sovjets. Allemaal terug te zien in het straatbeeld. Laat je niet misleiden door de lelijke Sovjetblokken die je in de buitenwijken ziet tijdens het taxi-ritje vanaf het vliegveld. Twee decennia na de val van het ijzeren gordijn is Bulgarije als lid van de Europese Unie een moderne stad die niet onderdoet voor steden in west-Europa. Sofia hoopt zelfs culturele hoofdstad van Europa in 2019 te worden. De enthousiaste gidsen van de populaire Free Sofia Tour nemen je twee uur lang mee langs de hoogtepunten van de stad. De tour is gratis, na afloop beslis je zelf of je een donatie wil geven. Sofia is één van de oudste steden van Europa en werd gesticht na de vondst van medicinale waterbronnen. Eén van die bronnen in het centrum is nog steeds voor iedereen toegankelijk. Bulgaren geloven er heilig in en staan in de rij om hun petflessen te vullen. Dat de stad trots is op haar Romeinse geschiedenis is te zien. Middeleeuwse opgravingen zijn geconserveerd en voor het publiek zichtbaar gemaakt. Loop door de poort van de Romeinse stad Serdica (zoals Sofia toen heette), waar nu een metrostation zit. Het bouwen van de metrolijn duurde 20 jaar omdat er steeds weer nieuwe Romeinse artefacten ontdekt werden. Nu is het station een klein museum. Constantijn de Grote, die Sofia stichtte noemde de stad niet voor niets ‘zijn Rome’. Vanuit het centrum heb je bij helder weer zicht op de prachtige bergtoppen van Vitosha. Met de taxi ben je binnen veertig minuten voor slechts een tientje aan de top. Dan kun je naar beneden wandelen of de kabelbaan terug naar de stad nemen. Liefhebbers van het communistische verleden moeten in het Museum voor Socialistische Kunst zijn. Bij het museum is een beeldenpark met levensgrote standbeelden uit communistische Bulgarije, met onder andere het standbeeld van Lenin, dat tot de jaren negentig in het stadscentrum stond. Sofia’s muzikale zigeuners maken de voormalige paleistuin in het hart van de stad ’s zomers tot één groot open-air cafe. Neem zoals de locals dat doen eten en drinken mee en geniet van accordeonklanken van straatmuzikanten. Sofia is bovendien één van de wifi-vriendelijkste steden van de regio. Het centrum heeft een gratis open netwerk, net als vrijwel alle cafe’s.

Tips:

Free Sofia Tour. Twee keer per dag lopende stadstour, gratis.

-Cafe Haramba. Stamcafe van intellectuelen tijdens het communisme. Nog steeds het enige cafe waar geen elektriciteit wordt gebruikt. Bier drinken bij kaarslicht.

-De prachtige overdekte markt Tsentralni Sofiyski Hali, waar Bulgaren hun boodschappen doen. Van levensmiddelen, groente/fruit tot traditionele souvenirs.

Self-immolation sparks ongoing protests in Bulgaria

Published on april 5 2013 @ Waging NonViolence

“Without revolution, we are lost,” wrote Plamen Goranov on his Facebook page two days before he set himself on fire in front of the municipality building in his hometown Varna, the third largest city in Bulgaria. “We need action, not just words,” he continued. On March 3 Goranov took action, and it ended tragically. In the month since then, six people have set themselves on fire in Bulgaria. Four of them died; the others remain in critical condition. Bulgarian media are talking about a “wave of politically motivated suicides.”

The memorial for... at the encampment in... (WNV/Mitra Nazar)

The memorial for Plamen Goranov at the encampment in Sofia. (WNV/Mitra Nazar)

Goranov became the face of the country’s protests that began more than a month ago. Protesters created a memorial for their new “Bulgarian hero” in a small park opposite of the parliament building in the capital Sofia. They wrote “Plamen” in Cyrillic on a piece of carton, with fresh flowers, candles and a picture of him.

The protests started with anger over high electricity bills. Tens of thousands hit the streets in mid-February, burning their bills in front of government buildings in all of the country’s major cities. This action symbolized the overall low standard of living in the poorest country in the European Union, where the average salary of €400 ($514) per month is not enough for many people to live on. In the winter months electricity and heating costs skyrocketed; some Bulgarians received bills larger than their monthly income. The protests resulted in the resignation of the center-right government of Prime Minister Boyko Borisov, but the people are not yet satisfied. Nobody answered their demands for a better life, higher salaries, and an end to corruption and monopolies.

“Those electricity bills were the spark,” said political analyst Ognyan Minchev. “But [they are] definitely not the only reason why people are angry.” People look around and see a small group getting very rich while they are not able to pay the bills, he explains. “Their eyes opened, people had enough and they are showing it now.”

Some call it a revolution, an erupting “Bulgarian Spring.” Others speak about it as yet another attempt to rid themselves of their communist past. The aftermath of the break-up of the Soviet Union in Bulgaria wasn’t as successful as in countries like Poland and the Czech Republic. When the first democratic elections were held in 1990 and won by former communists, democratic reforms didn’t follow. The second attempt to change the system came in 1997, when hyperinflation hit the country. Large protests resulted in the resignation of the former communist regime and opened the doors to membership to the European Union and NATO. But again little changed in the core of the system, which according to many people is saturated with corruption.

In front of the parliament building, inspired by the Occupy movement, a tent encampment appeared. A woman who goes by Vera is one of the activists who has been living in the camp permanently since the protests started. “We will stay as long as necessary,” she said.

Mladen Mladenov at the encampment. (WNV/Mitra Nazar)

Mladen Mladenov at the encampment. (WNV/Mitra Nazar)

An older man passes by and expresses his support. “They are the new generation; it’s their turn to make changes in this country.” He introduced himself as Mladen Mladenov. Now 80 years old, he was one of the people who took to the streets when the Soviet system was collapsing, and it hurts him to see that nothing really changed. “The same people are in power. They gave us a bit more freedom, but now we’re not able to survive.” Mladenov receives a pension of 150 lev ($96) per month. Since it’s barely enough to pay his bills — let alone pay for medication — his daughters who live in the United States send him extra money.

Many protest banners say “Stop the Mafia.” According to the Center for Democratic Studies in Sofia, the level of corruption in Bulgaria is three times higher than the EU average. Its report cites 150,000 bribes every month in all sectors of society, from the judiciary and police to customs and government licenses.

“Formally we are a democracy,” Minchev said. “But we have an economic system completely controlled by oligarchs.” The privatization that happened under pressure of the EU was in many cases illegal, he pointed out. “It’s like oil and water. A democracy doesn’t mix well with an oligarchic monopoly economy. It simply doesn’t work.” A key example of this problem is the monopoly on the energy market, which is the main reason for the high prices for electricity and heating.

“Over the past four years half a million people lost their jobs,” explained Georgi Angelov, an economist at the Open Society Institute in Sofia. Unemployment and a lack of economic opportunities have led to a massive exodus from Bulgaria. The population declined by 2 million over the last 20 years. An estimated half a million Bulgarians live and work abroad, mainly in Western Europe. With the lifting of labor restrictions for Romanians and Bulgarians on January 1, 2014, an even bigger exodus is expected. “For many people it’s the only way out,” said Angelov.

On the morning of March 17, people started gathering again in the street where the ministries of finance and energy are located. Ivailo Franz, one of the protest leaders, spoke through a megaphone to make sure that everyone could hear him. “People are burning themselves. We have to act now!”

Some blame the EU for the rising poverty in the country, others blame it on oligarchs and politicians. Some want to nationalize all the privatized companies, others ask for more liberalization. As the demonstrations continue, these various factions are failing to cooperate with each other. There is great diversity and several protest leaders are speaking to the public separately. Recently three prominent Bulgarian protest leaders established a group called Movement for Civic Control. The student group EaglesBridge, which is named after a famous bridge in Sofia, is also active.

“Suddenly, every Bulgarian is … the organizer of the protests,” Angel Slavchev, one of the leaders of the Movement for Civic Control, told Reuters last month. “I have had enough of fakes.”

The problem, Ognyan Minchev said, is the lack of leadership. “There’s a lack of experience and still no charismatic leader stood up.” With early elections scheduled for May 12, protesters have no one to address their demands to, so they stay home. After the previous government resigned, a caretaker government that was not able to change laws and was only responsible for organizing the parliamentary elections took its place.

Nevertheless, every Sunday a couple hundred people still take to the streets in all the major cities to raise their voices.

Protest in Bulgarije

bulgarije parool

 

Het Parool, zaterdag 23 maart 2013

SOFIA –

Op een stuk hardboard staat in cyrillische letters de naam Plamen geschilderd. Een paar verse rozen, wat kaarsen en een foto sieren de gedenkplek in het tentenkamp van de demonstranten, pal voor het parlement in Sofia. Plamen Goranov is sinds zijn dood het gezicht geworden van de massale demonstraties die al een maand door het armste land van de EU razen.

Goranov (36) was fotograaf en bergbeklimmer. Opgewekt en lachend staat hij op foto’s die nu opduiken in Bulgaarse kranten. Op een koude februariochtend gebeurt er iets wat zijn omgeving nog steeds niet helemaal kan duiden. In zijn eentje trekt hij naar het gemeentehuis van zijn woonplaats Varna, een stad aan de Zwarte Zee. Hij heeft een protestbord en twee flesjes nog onbekende brandstof bij zich. Voordat hij zijn lichaam ermee overgiet, roept hij om het aftreden van de burgemeester die onder vuur ligt vanwege corruptieschandalen. Goranov wacht niet op een reactie vanuit het stadhuis, maar steekt zichzelf in brand. Zwaargewond wordt hij naar het ziekenhuis afgevoerd waar hij elf dagen later sterft.

De wind is te sterk in het tentenkamp, de kaarsen waaien uit. Maar de tentbewoners blijven die ene kerkkaars aansteken voor hun held.

Daags na de schokkende zelfverbranding trad de centrumrechtse regering af. De druk van de straatprotesten werd te groot, de demonstraties begonnen gewelddadig te worden en premier Boyko Borisov wilde een eventueel bloedvergiet niet op zijn geweten hebben. Maar het aftreden van het kabinet stemde de demonstranten niet tevreden. Nog altijd trekken honderden woedende Bulgaren iedere zondagmiddag de straat op. Ze eisen een beter leven, hogere salarissen en vooral een eind aan het corrupte klimaat dat het land sinds de val van het communisme in haar greep houdt. Het gebeurt in de schaduw van een volgens Bulgaarse media ‘golf van publieke en politiek gemotiveerde zelfmoorden’. Want Goranov is niet de enige, de teller staat inmiddels op vijf zelfverbrandingen. (zie kader)

Sommigen spreken van een revolutie, een beginnende ‘Bulgaarse lente’. Anderen hebben het over een herkansing van de afbraak van het communistische verleden. Toen het oostblok in 1989 massaal loskwam uit Sovjetgreep, gebeurde dat in Bulgarije lang niet zo succesvol als in Polen, Oost-Duitsland of Tsjechië. De eerste democratische verkiezingen in 1990 werden gewonnen door de voormalig communisten en hervormingen op weg naar transparante democratie werden uitgesteld. De tweede poging tot verandering vond plaats in 1997 toen een hyperinflatie Bulgarije vleugellam maakte. Hevige protesten wipten het ex-communistische bewind uit het zadel. De deuren naar privatisering, de NAVO en de EU stonden open. Maar weer veranderde er weinig.

De demonstraties begonnen met woede over hoge elektriciteitsrekeningen. Tienduizenden mensen stonden hun rekeningen te verbranden op de stoep van overheidsinstanties. Het symboliseert de algehele lage levensstandaard in Bulgarije, volgens rapporten het armste land van de Europese Unie. Met een gemiddeld salaris van 400 euro en een pensioenuitkering van 150 euro per maand, lopen veel Bulgaren op hun laatste benen. In de wintermaanden stegen de kosten voor elektra en verwarming zo enorm, dat de rekeningen voor sommige Bulgaren hoger waren dan hun maandelijkse inkomen.

“Die elektra-rekeningen waren de druppel”, zegt politiek analist Ognyan Minchev. Maar de opstand gaat veel verder dan hoge rekeningen alleen. “Als je om je heen een kleine groep heel rijk ziet worden, en je kunt zelf de rekeningen niet betalen dan is op een zeker moment de grens bereikt”. Die grens is nu bereikt. “Het feit dat zoveel Bulgaren de straat op zijn gegaan, zegt veel over de problemen waar dit land mee te kampen heeft”.

Ivailo Franz, één van de protestleiders, staat met een megafoon op een keukentrapje in de straat waar zowel het ministerie van Financiën als die van Energie zitten. Een honderdtal mensen is op deze vijfde zondag na het begin van de protesten uitgerukt. De merchandise vaart goed bij de protesten. Mannen op leeftijd sjouwen rond met kilo’s vlaggen, buttons en vaantjes. Allemaal in de wit-groen-rode kleuren van de Bulgaarse vlag. Maar genoeg om de elektriciteitsrekening van te betalen is de opbrengst al lang niet meer. De protesten nemen iedere week in omvang af. Nu de regering is gevallen en er een datum ligt voor vervroegde verkiezingen, wachten velen af voor ze de kou weer in gaan om hun stem te verheffen.

Waar de Bulgaren het kwaadst om zijn is de corruptie; de schimmige dealtjes tussen politici en de zakenlieden en de monopolie-economie. Op spandoeken wordt het woord ‘maffia’ veelvuldig gebruikt. Volgens onderzoek van het Centrum voor Democratische Studies in Sofia is corruptie in Bulgarije drie keer hoger dan het EU-gemiddelde. Hun rapporten spreken van 150.000 omkoopgevallen per maand.

Verklaring is volgens Minchev het gebrek aan hervorming na de val van het communisme. “We zijn formeel een democratie, maar hebben een economisch systeem dat praktisch in handen is van oligarchen”. De privatisering die onder druk van de EU mondjesmaat plaatsvond, verliep hectisch en gebeurde veelal illegaal. “Een kleine groep zakenmensen hebben controle over bijna de hele economie van dit land”. De politicoloog gebruikt er de metafoor van water en olie voor: “Dat mengt niet. Een democratie gaat niet samen met een oligarchische monopolie economie”. Een voorbeeld is de monopolie op de energiemarkt, volgens velen de reden van de hoge prijzen voor elektriciteit en verwarming.

Vera (25) is een van de bewoonsters van het tentenkamp in de achtertuin van het parlement. Ze ritst haar koepeltent open, trekt een paar handschoenen aan en komt naar buiten. “We blijven hier zitten tot de verkiezingen. Waarschijnlijk langer, want niemand gelooft dat verkiezingen wel verandering zullen brengen”. Het is een kleine protestkamp, geïnspireerd op de occupy-beweging. Negen tenten staan er maar. Maar de jonge werkeloze Vera heeft veel aanspraak van de straat. Regelmatig komen stadsgenoten hun steun betuigen en een babbeltje maken.

Een oudere man met wandelstok loopt tussen de bomen de geïmproviseerde kampeerplaats op. Hij is nieuwsgierig en vraagt of het niet te koud is. De man stelt zich voor als Mladen Mladenov. Hij is 80 jaar oud. “Natuurlijk steun ik ze”, zegt hij. “De jeugd is nu aan de beurt om wat te veranderen in dit land”. Zelf ging hij de barricades op toen er een eind kwam aan de Sovjetcontrole op Bulgarije. Het doet hem pijn te zien wat er van zijn vrijgevochten Bulgarije is geworden: “Sinds 1989 is er niks veranderd. Het zijn nog dezelfde mensen die de macht hebben. Ze hebben ons wat meer vrijheid gegeven ja, maar beter is het niet geworden”. Op de vraag of de toetreding tot de Europese Unie in 2007 dan niets heeft gebracht, antwoord hij cynisch lachend: “Ze hebben een paar snelwegen gebouwd ja. Maar wie gaat die gebruiken? Wij kunnen de benzine niet betalen.” Mladenov ontvangt een pensioen van 150 euro per maand. Daar kan hij niet van leven, zijn rekeningen zijn soms hoger dan zijn inkomen. Dus sturen zijn volwassen dochters, die in Amerika wonen, hem iedere maand geld toe.

Werkeloosheid en een gebrek aan kansen heeft in de afgelopen jaren geleid tot een enorme uittocht van Bulgaren naar de rest van de EU. De populatie is in 20 jaar tijd geslonken van 9 miljoen naar minder dan 7 miljoen. Het is een demografisch drama waar demonstranten de machthebbers de schuld van geven. ‘Stop de demografische ramp en genocide in Bulgarije’ staat op een van de spandoeken. Naar schatting een half miljoen Bulgaren wonen en werken in het buitenland, vooral in west-Europa. Vanaf 1 januari 2014 worden werkrestricties voor Roemenen en Bulgaren in de EU opgeheven en wordt een nog grotere exodus verwacht. “De afgelopen vier jaar hebben een half miljoen mensen hun baan verloren”, zegt Georgi Angelov, econoom verbonden aan het Open Society Institute in Sofia. “Voor hen is er nog maar één kans: emigreren”.

Iedere Bulgaar heeft wel een familielid of kennis die in west-Europa woont. “Juist omdat de grenzen open zijn realiseren we ons meer dan ooit hoe slecht de leefomstandigheden hier zijn. Vroeger vergeleken we onze situatie met andere Sovjet-republieken, nu met rijkere EU-landen”. Volgens Angelov hebben de prioriteiten te lang scheef gelegen. “De politiek dacht dat ze burgers wel konden paaien met het bouwen van nieuwe snelwegen en sportcomplexen. Maar tijdens een crisis willen mensen banen, geen wegen”.

Behalve het aftreden van het kabinet, hebben de demonstraties wel degelijk effect, vindt hij. “Er is een beetje meer begrip ontstaan voor de grootste problemen; werkeloosheid en de arbeidsmarkt. Dat is een direct verdienste van deze protesten”. Maar of dat in het licht van de komende verkiezingen op lange termijn ook verandering gaat brengen, valt nog te bezien. Op 12 mei zijn vervroegde verkiezingen, campagnes zullen naar verwachting inspelen op de eisen van de demonstranten.

Tot die tijd blijft de harde kern van de opstand iedere zondag met de Bulgaarse vlag zwaaien. “Weet je, Bulgaren zijn rustige mensen”, zegt Volodia Jankov, een scheikundige die vanaf het begin betrokken is bij de protestacties. “Wij gaan pas de straat op als het mes ons op de keel staat”. Op de achtergrond klinkt nog steeds de megafoon van Ivailo Franz: “We moeten de muur van twintig jaar lijden doorbreken”, roept hij. De demonstranten zijn inmiddels op een plein in het centrum van Sofia aangekomen. “Onze landgenoten steken zichzelf in brand! Zo groot is de wanhoop.”

Zelfverbranding

Zelfverbrandingen kennen we vooral van de Tibetaanse monikken. Maar ook Bulgarije heeft een geschiedenis van politiek gemotiveerde zelfmoorden, net als andere voormalige Sovjetlanden. Het bekendste geval is de Tsjechische student Jan Palach, die zichzelf in 1969 publiek verbrandde uit protest tegen de Sovjet-invasie. Na zijn zelfmoord begingen drie andere demonstranten hetzelfde lot. In Bulgarije lijkt de huidige zelfverbrandingsgolf ook een vorm van politiek protest te zijn, vooral in het geval van Plamen Goranov, die in Bulgarije als ware martelaar de ‘Bulgaarse Palach’ wordt genoemd. In 2010 was het Mohamed Bouazizi in Tunesië die de wereld opschrikte met zijn zelfverbranding, die bekend staat als het begin van de Arabische Lente.

Bulgarije kent een gemiddelde van 7,4 publieke zelfverbrandingen per jaar. Veel meer dan in de rest van Europa. Uit onderzoek blijkt dat een derde daarvan het gevolg is van psychiatrische stoornissen; een meerderheid van de zelfverbrandingen zijn politiek gemotiveerd.

Bulgaarse Maria: Verkocht en verkracht in Amsterdam

Het Parool, zaterdag 24 november 2012

Maria uit Bulgarije: Verstandelijk gehandicapt en verkocht in Amsterdam

Mitra Nazar

Het is vroeg in de ochtend als Maria wordt gevonden in het gras bij een benzinestation in de omgeving van Hoorn. Ze is nauwelijks aanspreekbaar, haar lichaam zit onder de blauwe plekken en ontstoken brandwonden. Ze kan amper lopen en spreekt alleen Bulgaars. De politie brengt haar naar een tijdelijk opvanghuis in Amsterdam. De hel waarin Maria twee maanden gevangen zat, is voorbij. Op een onbekende plek in Amsterdam werd ze in een kamertje opgesloten, verkracht, gedwongen tot prostitutie en gruwelijk mishandeld.

Een aantal maanden later is ze terug in Bulgarije en woont ze in een geheim opvanghuis voor slachtoffers van vrouwenhandel in Varna. Ze loopt nog iedere dag het gevaar dat haar pooier haar vindt. Maria, net 25 geworden, heeft mooie lange haren en sprekende donkere ogen. Veel praten doet ze niet. ‘Het is moeilijk met haar te communiceren’, vertelt Anna Nikolova, manager en psychologe van het vrouwenhuis. ‘Ik versta haar soms niet eens’. Bovendien wil ze het liefst nooit meer praten over wat haar is overkomen in Nederland. ‘Maria heeft veel moeten vertellen in therapiesessies, dat heeft er behoorlijk ingehakt’, legt Nikolova uit.

Maria is een speciaal geval. Haar IQ is lager dan 70, ze kan niet lezen of schrijven en heeft de sociale vaardigheden van een kind van twaalf. Ze heeft een aangeboren verstandelijk handicap, door pedagogen wel mentale retardatie genoemd.

Het geheime vrouwenhuis ligt ver buiten het stadscentrum van Varna, in een gewone woonwijk waar honderden grijze flatgebouwen bijna niet van elkaar te onderscheiden zijn. In een van de betonnen huizenblokken met gammele balkonnetjes deelt Maria een kamer met een meisje dat gedwongen werd tot prostitutie in Duitsland. In de andere kamer wonen twee meisjes met soortgelijke ervaring in Oostenrijk en Spanje. Er is dag en nacht begeleiding.

Bulgarije is een van de grootste bronlanden als het gaat om vrouwenhandel naar west-Europa. In Nederland staat het oost-Europese land al jaren in de top vijf van landen waar verhandelde vrouwen vandaan komen. De Bulgaarse Nationale Commissie voor de Bestrijding van Mensenhandel telde in 2011 541 slachtoffers, het merendeel seksueel geëxploiteerde vrouwen. Grootste exportlanden zijn Nederland, België en Duitsland. Die aantallen zijn nog maar het topje van de ijsberg, er zijn aanwijzingen dat het aantal slachtoffers veel groter is.

Een nieuwe zorgwekkende ontwikkeling is de groei van het aantal verstandelijk gehandicapte slachtoffers zoals Maria. Er bestaan geen specifieke statistieken, zowel in Bulgarije als Nederland gaan deze gevallen nog op in de algemene cijfers. Maar deskundigen in Bulgarije zien het uitbuiten van mentaal zwakkeren wel degelijk groeien. ‘Het afgelopen jaar hebben we vijf vrouwen gehad zoals Maria’, zegt Nikolova vanaf de bank in de woonkamer van het opvanghuis. ‘Ik ben daar erg van geschrokken. Dat zagen we de jaren ervoor nauwelijks’. Ook het Nederlandse coördinatiecentrum mensenhandel Comensha erkent dat er in het algemeen een trend is in het ronselen van verstandelijk gehandicapte vrouwen voor prostitutie.

Er is wel een verklaring voor te vinden, legt Nikolova uit. Door strengere straffen en harder optreden tegen mensenhandelaren zowel in Bulgarije als in Nederland, veranderen mensenhandelaren hun tactiek. ‘Een vrouw met een mentale stoornis is niet alleen meer kwetsbaar en eenvoudig te manipuleren, wat het een pooier makkelijker maakt haar in de val te lokken. Belangrijker is dat zo’n vrouw vaak niet kan getuigen vanwege haar achtergebleven cognitieve ontwikkeling. De pooier kan met haar doen wat hij wil met en gaat in de meeste gevallen vrij uit’.

Dat is ook met Maria’s pooier het geval. Ze kan geen enkele zaak tegen hem beginnen, de Bulgaarse politie accepteert haar verklaring niet. De man die haar verkocht loopt nog steeds vrij rond. ‘Wij kunnen niks meer doen’, verzucht Nikolova, die Maria intensief begeleid. ‘We kunnen er alleen voor zorgen dat ze hem niet weer tegen komt’.

Het heeft maanden geduurd voordat Maria kon vertellen wat er precies is gebeurd. Vanwege haar beperking haalt ze veel door elkaar. Maar langzaamaan, na vele gesprekken, werd duidelijk wat haar is overkomen.

Maria’s verhaal begint als die van zo veel vrouwen die in handen vallen van vrouwenhandelaren. Ongeveer een jaar geleden leert ze haar vriend Marko kennen. Maria komt uit een klein dorp in centraal Bulgarije. Haar ouders zijn -net als zij- verstandelijk beperkt. Ze kunnen niet werken en leven van het schijntje van het pensioen van oma. Marko woont in het aangrenzende dorp. Ze ontmoeten elkaar op straat, waar ze ’s avonds rondhangen omdat er verder niks te doen is. Marko heeft het zichtbaar beter dan Maria, hij heeft een auto en een mobiele telefoon. Hij koopt mooie kleding voor Maria en behandelt haar als een prinses. Die aandacht heeft ze nooit eerder ervaren; ze wordt verliefd. Op een dag, ze kennen elkaar dan een paar maanden, vraagt Marko of ze zin heeft mee te gaan op vakantie. Een weekje naar Nederland. Hij heeft vrienden in Amsterdam, ze kunnen de stad bekijken. Samen gaan ze naar het gemeentehuis om een paspoort aan te vragen, want die heeft ze niet. Het is een lange reis met de auto, maar als ze aankomen in Amsterdam kijkt Maria haar ogen uit. Ze gaan meteen naar het huis van de vriend van Marko, ook een Bulgaar. Zodra ze binnen zijn slaat de stemming snel om. Er komt een andere man langs, waarschijnlijk een Turkse man, maar dat weet ze niet precies. Ze spreken in een andere taal, Maria begrijpt er niks van. Een paar uur later is Marko plotseling verdwenen en neemt de onbekende man haar mee naar een andere locatie. Hij sluit Maria op in een kamer, kleedt haar uit en neemt haar tas en paspoort mee.

Marko heeft Maria verkocht. Poedelnaakt ligt ze in het kamertje tot er een andere man binnenkomt. Ze wordt verkracht. Als ze van zich af probeert te slaan, krijgt ze een flinke schop. Dan komt er een andere man. Die drukt sigaretten uit op de binnenkant van haar dijbeen. Zo nu en dan krijgt ze wat te eten of een flesje water. De twee maanden die volgen werkt Maria gedwongen als prostituee. Mannen komen en gaan. Ze weet niet eens meer hoeveel, ze is verdoofd.

‘Waarschijnlijk konden ze haar niet meer gebruiken’, verklaart Nikolova de relatief korte periode van Maria’s uitbuiting. ‘Ik denk dat ze mentaal toch ongeschikt bleek voor het werk, dus hebben ze haar gedumpt. Ze werd gevonden met haar paspoort in haar hand’.

De dubbele voordeur van de ‘safe house’ heeft aan de binnenkant vier sloten. In de gang hangt een zogenaamde ‘panic button’. ‘Als we die knop indrukken komt de politie direct’, vertelt Nikolova. Eenmaal binnen, gaat de deur grondig op slot. Op het balkon staat een jonge vrouw een sigaret te roken. Het geluid van een huilende baby klinkt door de gang, er komt muziek uit een van de slaapkamers.

‘Meisjes als Maria zijn zo kwetsbaar. Ze dromen van de prins op het witte paard die haar zal onderhouden. Ze willen een gezin stichten, geliefd worden. En dan lopen ze tegen zo’n ‘loverboy’ aan die ze precies geeft waar ze van dromen’. Maria wist voordat ze in Amsterdam aankwam niet dat ze als prostituee zou moeten werken. ‘Maar veel meisjes als Maria gaan daar gewoon mee akkoord, zo erg worden ze bespeeld’, vertelt Nikolova.

Mensenhandelaren worden steeds gewelddadiger, signaleert Ani Torozova, hoofd van Animus Association in Sofia. Ze coördineert de opvang van terugkerende slachtoffers en ziet veel vrouwen binnenkomen na een dergelijke ‘reis’. ‘Vrouwen worden de laatste tijd op een gruwelijke manier mishandeld. Ze worden met brandende sigaretten bewerkt op de meest intieme plekken van het lichaam en geslagen met zware voorwerpen. We zien heel sadistische vormen van geweld.’

Maria knapt inmiddels flink op in het vrouwenhuis. Ze sluit vriendschap met de andere vrouwen. Ze blijkt een succesvolle kok en bereid regelmatig een maaltijden voor haar huisgenoten. Sinds kort gaat ze naar een dagopvang voor verstandelijke beperkte volwassenen. Daar leert ze lezen, schrijven en ontwikkelt ze sociale vaardigheden. Maar haar toekomst blijft ongewis.

In de meeste Bulgaarse opvanghuizen is de maximale verblijftermijn drie maanden. Veel te kort, vindt Torozova. ‘Het grootste probleem is dat er geen vervolgtraject is. Na drie maanden verdwijnen de vrouwen uit beeld.’ Vanwege economisch slechte omstandigheden in Bulgarije is het moeilijk binnen die korte termijn een huis en een baan te vinden. De meeste vrouwen hebben geen opleiding en al helemaal geen werkervaring. Bovendien zijn ze emotioneel nog niet stabiel genoeg, zegt Torozova. ‘Voor alle vrouwen die hier binnenkomen geldt een negentig procent risico dat ze opnieuw in de vrouwenhandel terecht komen’. In bijna alle dossiers staat met vette letters ‘hoog risico’. Sommigen vrouwen zoeken zelf weer contact met hun pooier zodra ze op straat staan. ‘Na een tijdje zitten ze gewoon weer in het buitenland’.

Terug gaan naar familie in haar geboortedorp is voor Maria voorlopig geen optie. ‘Het zou het beste zijn als ze daar nooit meer naartoe gaat’, zegt Nikolova spijtig. ‘In Maria’s geval betekent terugkeer naar dat dorp zeker dat ze opnieuw verhandeld zal worden.’ Nikolova en haar collega’s bezochten onlangs het ouderlijk huis van Maria en spraken met haar moeder. ‘Ik heb haar verteld dat haar dochter veilig is. Ze huilde. Breng haar thuis, riep ze. Het was niet makkelijk uit te leggen dat dat niet kan.’

Nu ze nog in het opvanghuis woont, hebben hulpverleners Maria ervan weten te overtuigen dat ze ver bij haar woonplaats uit de buurt moet blijven. ‘Maar het blijft natuurlijk haar eigen keuze. Ik ben bang voor het moment dat wij geen zicht meer op haar hebben.’ Nikolova heeft informatie dat de man die Maria verkocht nog altijd vlakbij haar ouderlijk huis woont. ‘Als een vreemde haar vandaag op straat zou vragen: ga je met me mee? Dan huppelt ze er rustig achteraan. Zo kwetsbaar is Maria’, zegt ze ongerust. ‘Kun je nagaan wat er gebeurt als ze terug gaat naar haar familie. Hij zal haar direct vinden en dan begint alles weer van voren af aan.’

Maria is niet haar echte naam. Uit veiligheidsoverwegingen moet haar identiteit geheim blijven. De man die haar naar Amsterdam lokte en doorverkocht loopt nog vrij rond. Maria loopt groot risico om weer in zijn greep te vallen.

Kader/Cijfers:

– Bulgarije heeft in totaal acht opvanghuizen voor slachtoffers van mensenhandel verspreid over het land. In 2011 werden 150 slachtoffers opgevangen en begeleid. Specifieke cijfers over landen waar de slachtoffers werden aangetroffen ontbreken.

– In augustus 2012 begon een samenwerkingsproject tussen de Bulgaarse Commissie voor de Bestrijding van Mensenhandel en het Nederlandse Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel. Nederlandse onderzoekers adviseren hun Bulgaarse collega’s bij het verzamelen en analyseren van statistieken over mensenhandel in Bulgarije.

– In juli dit jaar waarschuwde politie in Limburg zorginstellingen voor mensenhandelaren die verstandelijk gehandicapte meisjes en vrouwen voor prostitutie ronselen. Het OM en de politie signaleerden een trend nadat er in Limburg vijf gevallen bekend werden.

– Uit het laatste rapport van Coordinatiecentrum Mensenhandel Comensha van 2011 blijkt dat het aantal slachtoffers uit Hongarije (120) en Bulgarije (73) sterk is toegenomen ten opzichte van 2010. In dat rapport staat ook dat Bulgarije op nummer 2 (na Nederland) staat als het gaat om vrouwenhandel als gevolg van loverboytechnieken. Het gaat met name om vrouwen van 18 tot 23 jaar.

– Volgens het toonaangevende Amerikaanse Trafficking in Persons rapport van 2012 doet de Bulgaarse overheid nog niet genoeg om mensenhandel in het land aan te pakken. Wel is Bulgarije op de goede weg en worden steeds meer mensenhandelaren veroordeeld.

-De afgelopen tien jaar stonden Bulgaren in de top vier van veroordelingen voor mensenhandel in Nederland.

-Het is onbekend hoeveel Bulgaarse vrouwen precies in de prostitutie in Nederland werken. Ook niet of ze dat gedwongen, semi-gedwongen of vrijwillig doen.

 

Blog: Tulpen plukken in Amsterdam?

Ook te lezen op de website van Free Press Unlimited.

Een penetrante geur van verbrand afval hangt boven de wijk, kinderen spelen op straat tussen luid blaffende honden en elektriciteitskabels hangen los. We lopen door de zigeunerwijk van Sliven. Een andere wereld. Hier houden de huizen van steen op en verschijnen de daken gemaakt van golfplaat. Veel van de meisjes die in handen vallen van pooiers en mensenhandelaren komen uit de Roma-gemeenschap en wonen dus hier. Veel Roma zijn niet geregistreerd en kinderen gaan nauwelijks naar school. Het is onbekend hoeveel mensen er precies wonen. 

Ik stop mijn camera wat dieper weg in mijn tas. We besluiten dat het beter is niet te vertellen dat ik journalist ben. Dat wekt argwaan, weet V. Ook foto’s makende toeristen worden niet hartelijk ontvangen in de ghetto (‘we zijn geen apen’). Niet dat er ooit toeristen komen.

V. heeft de hele dag vrij genomen om me te helpen bij mijn zoektocht. De voorgaande avond ontmoeten we elkaar voor het eerst face to face in het restaurant van mijn hotel. We praten urenlang. Of eigenlijk: V. praat en ik maak aantekeningen. Haar verhalen zijn aangrijpend. Niet alleen voor mij. Als ik haar de volgende ochtend vraag hoe ze heeft geslapen, schudt ze zuchtend haar hoofd: ‘Ik heb de hele nacht liggen piekeren’. Ik excuseer me, het is mijn schuld dat V. ellende en bedreigingen uit het verleden weer heeft moeten oprakelen. Maar ze wil er niks van weten. ‘Kom we gaan, we hebben veel te doen vandaag!’

Om erachter te komen hoe in de zigeunerwijk wordt gedacht over Nederland, vrouwen en prostitutie, moeten we met een goed verhaal komen. Tijdens een kop koffie bedenken we een list. Het plan luidt als volgt: Ik heb jaren geleden een meisje uit Sliven ontmoet die als prostituee in Nederland werkte. We zijn bevriend geraakt, maar ze is teruggekeerd naar Bulgarije en we zijn elkaar uit het oog verloren. Nu zoek ik haar. Ze heet Maria. ‘Maria is een veel voorkomende naam hier’, zegt V. ‘Daarmee zijn we veilig’.

We lachen, maar weten ook dat we moeten oppassen. We slenteren door de wijk, kijken om ons heen en worden meteen gespot door een groep mannen op het stoepje voor een half afgebouwd huis. Ze roepen hartelijk, willen dat we binnen komen. ‘Zullen we gaan?’ vraagt V. ‘Ja natuurlijk!’ bevestig ik. Ik laat V. in het Bulgaars het woord doen, ondertussen wordt ik van top tot teen gescreend door de jonge mannen. ‘Amsterdam!’ roept er eentje vrolijk. Hij vertelt dat veel meisjes uit zijn buurt daar werken. ‘Kijk om je heen’, zegt hij. ‘Zie jij vrouwen? Nee, die zijn allemaal in het buitenland. In Amsterdam!’ Ik vraag via V. wat voor werk ze daar doen. ‘Tulpen plukken natuurlijk’, grijnst er eentje. Ik kijk V. vragend aan. ‘Dat is een veel gebruikte grap hier, ze weten heus wel wat hun vrouwen daar werkelijk doen.’

‘Maria zeg je?’, de leider van het groepje fronst even. ‘Ik ken wel een paar Maria’s, maar die zijn in Nederland’. De groep begint te lachen. Dan wordt het rumoerig, er komen meer mannen om ons heen staan. Een meisje van een jaar of vijf rent op blote voeten door de straat. Ze huilt. Haar oudere broer zit achter haar aan met een kettingzaag. Daarmee zaagde hij even daarvoor nog boomstronken doormidden voor de winter. Er wordt hard gelachen, het meisje kruipt weg achter de benen van haar moeder die hard begint te schreeuwen.

‘Of wacht… ben je hier om meisjes uit te zoeken?’ gaat de ‘leider’ verder. ‘Want ik heb er nog wel een paar hele mooie in de aanbieding.’

Bulgarije staat in de top van bronlanden als het gaat om vrouwenhandel en seksuele uitbuiting in west-Europa, waaronder in Nederland. Ik ben in Bulgarije om uit te zoeken waar die vrouwen vandaan komen en hoe ze in Nederland achter de ramen terecht komen. Dat doe ik met financiële steun van Free Press Unlimited, Postcode Loterij Fonds voor journalisten.

Blog: ‘Onze hoeren doen goede zaken bij jullie hè’

‘Onze hoeren doen wel goede zaken bij jullie hè’, lacht Bojan. Hij werkt in een kleine diner in hartje Sofia. Ik zit al een poosje te werken aan het tafeltje bij het raam. Omdat ik de enige gast ben en Bojan zich verveelt, komt hij vragen waar ik vandaan kom. Als ik Nederland zeg, verschijnt er een grijns op zijn gezicht. Een ietwat cynische grijns die ik sinds mijn verblijf hier vaker heb gespot. Ik vertel hem dat ik naar Bulgarije ben afgereisd om te zien waar de Bulgaarse prostituees die in Nederland achter de ramen zitten eigenlijk vandaan komen. ‘Nou, dan moet je naar Sliven’.

De naam Sliven duikt al langer op in mijn research. Het is een middelgrote plaats in het oosten van Bulgarije met een grote Roma-gemeenschap. Het straatarme provinciestadje heeft een bijzondere band met Nederland. En dan heb ik het niet over een culturele uitwisseling of een stedenband. Sliven voorziet veel Nederlandse steden al jarenlang van prostituees. Het is big business en er zit een grote criminele industrie achter. En het geld dat in de Nederlandse hoerenbuurten van Amsterdam, Utrecht en Groningen wordt verdiend, duikt weer op in de dubieuze maffia-economie van Sliven. 

Ik moet dus naar Sliven. Naar de bron. Daar waar de kern van het probleem van uitbuiting en verhandeling van kwetsbare vrouwen en meisjes ligt. ‘Schrijven over dit onderwerp heeft me bijna mijn leven heeft gekost’, schrijft journaliste V. in een email. Ze schreef jarenlang over pooiers, maffiabazen en prostituees in haar woonplaats Sliven. Ze zocht uit hoe de criminele netwerken in elkaar zitten en probeerde te praten met de meisjes. Ze kwam te dicht bij het vuur. In 1995 werd ze in elkaar geslagen door een pooier vanwege een artikel over een van zijn prostituees. ‘Maar ik kan proberen je met de juiste mensen in contact te brengen’, voegt ze eraan toe. 

In sta in een druk cafe met harde muziek in Sofia als ik haar email lees. Een rilling gaat door mijn lijf. Ik kijk naar het meisje achter de bar. Hoe oud zou ze zijn? Achttien, negentien misschien. Ze oogt fragiel. Een makkelijk slachtoffer, hoor ik mezelf denken.

Bulgarije staat in de top van bronlanden als het gaat om vrouwenhandel en seksuele uitbuiting in west-Europa, waaronder in Nederland. Ik ben in Bulgarije om uit te zoeken waar die vrouwen vandaan komen en hoe ze in Nederland achter de ramen terecht komen. Dat doe ik met financiële steun van Free Press Unlimited, Postcode Loterij Fonds voor journalisten.