Roadmove Chora – Tarin Kowt

“Ligt de journaliste in deze tent?” Het is zes uur ’s morgens op de eerste dag van 2010. Koud (letterlijk) drie uur eerder rolde ik één van de legergroene tenten op de vooruitgeschoven patrouillepost Mirwais (Chora) in. Met sokken aan en muts tot over mijn ogen getrokken, lig ik gekruld in mijn slaapzak. “Ja, hier!”, roep ik met schorre stem. Er komt een condenswolkje uit mijn mond.

Ik word gewekt, want over een half uur vertrekt een colonne voertuigen terug naar Tarin Kowt. Een zogenaamde Roadmove. Een deel van de groep die net een operatie in de Baluchivallei heeft uitgevoerd, gaat terug naar Kamp Holland of zoals ze zelf zeggen: naar ‘huis’. Na weken op de primitieve post en daarbuiten, mogen ze even bijtanken op het relatief comfortabele thuiskamp. Er wordt vooral uitgekeken naar de eetzaal, de douches en de toiletten.

De maaltijden op Mirwais bestaan uit gevechtsrantsoenen (zakken met prut wat pasta heet), noedels en pannenkoeken (gemaakt met door thuis opgestuurde pakken pannenkoekmix waar slechts water aan hoeft worden toegevoegd). De toiletten op Mirwais zijn doorgaans prima, ware het niet dat ze al dagen niet functioneren. Als alternatief is er een hokje van een vierkante meter op twee meter boven de grond gebouwd. Daarin een zogenaamde wc-pot, een rol vuilniszakken ernaast. Je bindt een vuilniszak vast aan de ‘wc-pot’, doet je behoefte, neemt de zak mee en verbrandt de boel.

Ik spring uit de foetushouding, prop de slaapzak in de tas en wrijf nog eens in mijn ogen. Buiten is de duisternis weer schemering geworden. Een laag nevel hangt boven de vallei waarop we uitkijken, alleen de bovenrand van de quala’s komt boven de mist uit. De mannen zijn al druk bezig de voertuigen vertrekklaar te maken. Ik haal een kopje koffie en stop twee keiharde droge boterhammen en een kuipje chocopasta in mijn zak.

Met 13 voertuigen zijn we onderweg naar hoofdstad van Uruzgan, nog geen 30 kilometer rijden. Maar vanwege de IED (Improvised Explosive Device aka bermbom)-dreiging is de minimale reistijd 3,5 uur. Maar ze hebben er ook wel eens 10 uur over gedaan.

Ik ben ingedeeld in de Patria (pantsergevechtsvoertuig) in het midden van het konvooi. Het is het op één na veiligste voertuig (de Bushmaster is veiliger). Als je op een goede bermbom klapt is geen enkele wagen een garantie voor overleving. Maar beter in een Patria dan in een MB’tje (Mercedes Benz jeep), wordt me gezegd.

Ik vraag erover door. Ik wil weten wat er precies gebeurt als we daadwerkelijk op een bom rijden. “Dat hangt er vanaf hoe die bom is gelegd, en wat voor bom het is”, legt Robin de boordschutter uit. “Maar als je je benen op de bank voor je legt, dan heb je in elk geval je onderbenen nog, mocht het gebeuren.”

Ik denk even aan de molestverzekering die is afgesloten voor ik naar Uruzgan vertrok. Het is een raar gevoel. Alsof je in een tikkende tijdbom rijdt. Het kan ieder moment gebeuren. Het is psychologisch interessant te constateren hoe je daarop reageert. Zoiets weet je niet van tevoren. Nooit eerder stond ik zo zwart/wit in de kwestie leven/dood.

Een paar dagen eerder op Kamp Holland sprak ik een militair die begin december het voertuig dat voor hem reed zag ontploffen. Zijn collega raakte zwaar gewond; raakte één been kwijt, verbrijzelde het andere. Ik vraag hem of hij nu niet bang is. “Weet je,” zegt hij. “Als het je tijd is om te gaan, dan is het je tijd om te gaan. Zo simpel is het. Anders kun je dit werk niet doen.”

En zo simpel is het ook. Ik haal mijn benen van de bank. Kruip het duistere hol van de binnenkant van de Patria uit en steek mijn hoofd door het luik naar buiten. Boordschutters Robin en Yuri genieten van de zon terwijl ze door de loop van hun wapen de omgeving scannen. We rijden een stuk door het water, door een dorpje en daarna oneindig door grof zand. De woestijn is adembenemend mooi. Rechts achter de bergen ligt de Baluchivallei, vertelt Robin. “Daar zit het vol met boefjes”. Een kudde dromedarissen sjokt langs. In de verte staat een boer met zijn schapen te wachten tot de gewapende stoet monstervoertuigen voorbij is.

“Is ze blond?” Schreeuwt Robin boven het lawaai van het voertuig uit. “Nee,” antwoord Yuri. “Heeft ze in de playboy gestaan?” Een spelletje ‘Wie is Het’, editie ‘lekkere wijven’. De verveling slaat toe. We zijn al vier uur onderweg. “Is ze bekend van televisie?”

Dan staat de stoet plotseling stil. We naderen een smalle doorgang tussen twee bergen. Een ideale plek om bermbommen te verstoppen. In de weidse woestijn kun je elke keer een andere route nemen en is de kans op een treffer minimaal. Maar hier is slechts één route mogelijk. Het is ‘searchen’ geblazen. Uit het eerste voertuig springen twee militairen met een metaaldetector. Het duurt zeker een uur voor we verder kunnen.

Een half uur later staan we weer stil. Midden in de woestijn. Er komt rook uit de motor van één van de laatste voertuigen. “Negatief” Wordt door over de radio geroepen. “Dit gaat wel even duren,” zegt Robin terwijl we toekijken. Het voertuig, ook een Patria, moet worden gesleept. Maar nu moeten de ‘searchers’ het hele gebied rondom het konvooi afzoeken.

Hij zet zijn voet delicaat voor de andere terwijl hij de metaaldetector van links naar rechts laat bewegen. Als in slowmotion. Zijn gezicht staat strak. Niets dat hem afleidt. Vlak naast ons voertuig blijft hij staan. De detector piept. Iedereen is stil. Hij gaat op zijn hurken zitten en veegt de stenen met een kwastje schoon, klopt op de ondergrond. Dan gaat hij weer staan. Een paar langdurige seconden. Dan loopt hij verder. Vals alarm. Blijkbaar. Een zucht van opluchting is hoorbaar op het dak van de Patria. Boordschutter Robin bepaalt op zijn manier dat het gevaar is geweken.“Heeft ze neptieten?”. Yuri lacht: “Die vraag is al geweest man.”

Na ruim zeven uur naderen we Kamp Holland. We hebben hemelsbreed 18 kilometer afgelegd. Er zijn geen ‘bijzonderheden’ (legertaal voor incidenten). Behalve dan die bushmaster die in een dorpje een paar elektriciteitskabels kapot trok bij het voorbij rijden. Even ‘lullen met de locals’ en weer door. Sorry, ongelukje!

Opnieuw moeizame operatie in Baluchivallei afgerond

Nederlandse troepen hebben de afgelopen 9 dagen een nieuwe operatie uitgevoerd in de Baluchivallei. Operatie ‘Swey’ was gericht op opbouwwerkzaamheden, maar daar kwam weinig van terecht vanwege de Taliban.
Tot vlak voor de jaarwisseling probeerden een paar honderd Nederlandse militairen voet aan de grond te krijgen in het noorden van de Baluchivallei, een van de moeilijkste gebieden van Uruzgan. De operatie verliep niet zonder slag of stoot. De manschappen werden van dichtbij beschoten met een 107mm raket  die vlak bij hun compound insloeg. Ook stuitten ze tijdens een voetpatrouille op een IED, die maar voor de helft afging. Meerdere IED’s werden onschadelijk gemaakt. Niemand raakte gewond.

Hearts and minds
De operatie in de Baluchivallei was zogenoemd PRT-gestuurd. Het PRT (Provinciaal Reconstructie Team) zou er gaan praten met de lokale bevolking om ‘hearts and minds’ te winnen.

Het gebied, dat globaal tussen Tarin Kowt en Chora ligt, heeft een lange historie wat betreft operaties in Uruzgan. In januari 2009 vond de laatste grote operatie door de Nederlanders plaats in het gebied. In het verleden werden er vaker operaties uitgevoerd. Die waren meer gericht op het zuiveren van het gebied van opstandelingen.

Taliban
Deze keer werd gefocust op de bewoners in het noorden van de Baluchivallei, zegt commandant luitenant-kolonel Ad Wagemakers. “Het gaat er nu om het gebied daar te ontwikkelen.”

Van praten met de bevolking kwam echter niet veel terecht. Compagniescommandant kapitein Jeroen: “We hebben weer gemerkt dat de insurgent (Taliban, red) nog te sterk in dat gebied zit, dat het eigenlijk onmogelijk is om PRT-werk te doen. Er moeten eerst andere acties worden gedaan, gericht tegen de insurgent.”

Korporaal Isha was een van de militairen die de operatie uitvoerde. “Het is in de Baluchivallei net alsof je in Chora van 2007 komt.” In 2007 werd de Choravallei grotendeeels gezuiverd van Taliban na de bekende ‘Slag om Chora’. “We hebben elke dag van de operatie wel een bijzonderheid gehad, in de vorm van IED’s en een 107mm raket.”

Burgers
De bevolking in de Baluchivallei is nog niet bereid om samen te werken met coalitietroepen, zo blijkt. “De burgers kunnen niet kiezen voor ons, omdat ze nog onder het juk van de Taliban leven daar”, aldus korporaal Isha.

Permanente aanwezigheid in de Baluchivallei is noodzakelijk om rust in het gebied te krijgen, vindt de Task Force Uruzgan. Samen met Afghaanse veiligheidstroepen en Australische eenheden wordt daar verder aan gewerkt.

Luister naar de radioreportage bij de wereldomroep

Militairen in Chora knallen nieuwe jaar in

Een stuk of wat lichtgranaten vliegen de heldere Afghaanse sterrenhemel in, gevolgd door een paar harde knallen van mortiergranaten. Om twaalf uur locale tijd wordt op de patrouillepost Mirwais in Chora, Uruzgan, het nieuwe jaar ingeluid.

Hemelsbreed 20 kilometer van Tarin Kowt, achter de bergen, ligt Chora. In het gebied waar in 2007 nog hevig gevochten werd is het nu relatief rustig. De vooruitgeschoven Nederlandse patrouillebasis Mirwais ligt tussen de Afghaanse huizen (quala’s) en kijkt uit over de vallei tussen Chora en de Balluchivallei.

 

Lees verder

Kerst op Kamp Holland

Een kerstboom, rode tafelkleedjes in de eetzaal. Her en der een militair met een rood-wit kerstmutsje in zijn zak. Op Kamp Holland hebben de Nederlandse militairen hun best gedaan om er wat van te maken. Maar kerst op uitzending in een oorlogsgebied is het toch niet helemaal. Het werk gaat vooral gewoon door.

“Wij staan altijd stand-by”, zegt één van de mannen van het Korps Mariniers. Zij voeren continu patrouilles uit, zowel in de buurt van Tarin Kowt als bij de verschillende buitenposten in het gebied. Dus ook met kerst. “We kunnen elk moment naar buiten worden gestuurd.” Kerst is voor de jonge marinier dan ook weinig bijzonder. “Hier heb je toch geen kerstgevoel, dat kan alleen als je thuis bent met je familie”, zegt hij stellig.

Wel geldt er de zogenaamde ‘low-ops’, zoals normaal gesproken iedere zondag. Dat wil zeggen, low operations. Het ontbijt wordt een late brunch van negen tot elf. En in principe worden er geen operaties uitgevoerd. Maar helemaal vrij is niemand op Kamp Holland.

“Op dit moment heb ik een pieper bij me”, zegt een militair die net terug komt van zijn kerstontbijt. “Met je collega’s is ook een soort familie”, lacht een ander.

Op kerstavond vond er een kerkdienst plaats in de ontspanningsruimte op het kamp. Pater Geert van het Korps Mariniers spreekt, een man of 50 wonen de dienst bij. Er worden kaarsjes gebrand voor de gesneuvelden en militairen die gewond zijn geraakt.

‘Het is wel lastig om hier een kerstgevoel te krijgen, maar het kan wel’, zegt Menno van de explosieve opruimingsdienst, die bij de kerkdienst aanwezig is. “Het is goed om even stil te staan bij de dingen die we hier doen, bij het conflict in Afghanistan. Maar ook bij thuis, de mensen van wie je houdt. We worden dagelijks opgeslokt door het werk. Vandaag kunnen we even wat rust pakken.”

“Maar ja, je zit hier in gepantserde containers. Daar kun je niet zoveel mee met kerst hè”, voegt zijn collega Harro toe. De kerkdienst is ook voor hem een belangrijk moment. “Dit is een mogelijkheid om stil te staan bij de jongens die hier zijn omgekomen. Elk slachtoffer is er eentje te veel. Ik hoop dat we er met zijn allen toe bij kunnen dragen dat het zo snel mogelijk stopt.”

Normaal gesproken staat Harro om half 7 op. “Nu is het heerlijk tot een uur of negen uur uitslapen. Eerst lekker een stukje rennen en dan gewoon weer aan het werk.”

En dan even bellen met het thuisfront natuurlijk. Maar dat is niet zo vanzelfsprekend als normaal. Omdat er massaal gebruik wordt gemaakt van telefoonlijnen en internet, is de verbinding erg slecht op dit soort dagen. “We hopen dat er genoeg bandbreedte is zodat we niet allemaal met twee lettergrepen hoeven te bellen.”

Lang niet alle militairen zitten overigens te wachten op een kerkdienst. Een peloton mariniers staat bij de ingang van de ontspanningsruimte te wachten tot de boel voorbij is. Ze hebben een pokerset bij zich. “Een beetje gezellig pokeren met de mannen is veel belangrijker”, wordt gezegd. Ondertussen schelt Mariah Carey door de speakers met ‘All I want for christmas is you’.

Gepubliceerd op 26 december bij de Wereldomroep.

Welkom op Kamp Holland

Ik loop met militair x en militair y over het centrale plein van Kamp Holland. Plein is teveel gezegd, de zandondergrond is bezaaid met grote kiezelstenen, waardoor lopen nog enigszins te doen is als het heeft geregend en het hele kamp een blubberpoel is geworden.

In het midden staat een volleybalnet gespannen, rechts is de eettent en links het café/ontspanningsruimte. Dit is het centrum van Kamp Holland. Daar omheen zijn alle werk- en slaapcontainers gebouwd. De koffie is het lekkerst bij de witte koffiebunker tegenover het volleybalveld. Daar hebben ze bovendien cappuccino in tegenstelling tot elders op het kamp.

Een paar uur eerder kreeg ik de gebruikelijke alarm-signalen instructie. Er zijn verschillende sirenes, waarvan de meest alarmerende betekent dat je binnen 5 seconden in de dichtstbijzijnde gepantserde ruimte moet duiken. Fijn als dat ’s nachts gebeurt, want alle slaapfabs (jargon) zijn gepantserd. Zo ook de werkfabs, de eetzaal en de bar. Het moet dus raar lopen wil je niet in de buurt van een gepantserde container zijn. Maar toch, 5 seconden is niet veel. Als een alarm het kamp over schelt, is er meestal sprake van een raketaanval. Tenminste, als die bewuste raket op dat moment niet al is neergekomen.

Militair x, militair y en ik nemen het nog even door. Wat was nou het verschil tussen dat ene en het andere alarm? En hoe lang moet je blijven zitten voor de kust weer veilig is?

Vorig jaar april ging het voor de eerste en enige keer goed mis. Toen werd er raak geschoten op Kamp Holland. De raket kwam neer op het centrale plein van het kamp. Azdin Chadli kwam daarbij om het leven, anderen raakte gewond.

“Waar was dat precies?” vraag ik militair x. “Wil je het zien?”, vraagt hij, “Je kunt nog precies zien waar de scherven in het rond vlogen”. We steken het volleybalveld over. Daar, tussen een natte fab (jargon) en een slaapfab (jargon). Er zitten nog gaten in de muur van de slaapfab, de natte fab is vernieuwd. Toen het gebeurde stonden een aantal militairen te douchen, een vrouwelijke militair raakte gewond door scherven die de fab binnendrongen. De natte fab was niet gepantserd, de slaapfab wel. We staan te kijken naar de gaten die de raket in het pantsermateriaal heeft geslagen. Ik realiseer me dat gepantserd zo gek niet is. Dat slaapt toch een stuk rustiger.

Sporen van raketaanval in april 2009 op Kamp Holland

Het bezoek aan de sterfplek van Azdin Chadli dringt hard tot me door. Als je hier ’s morgens wakker wordt, je fab uitkruipt, over het kamp naar de douche loopt met je toilettas onder de arm, zou het zomaar kunnen gebeuren dat je een fractie van een seconde denkt dat je op een camping in zuid Spanje bent. Mocht me dat onverhoopt overkomen, zal ik meteen terug gaan naar die plek.

Een dag eerder zit ik in de cockpit van de Hercules die naar Kandahar Airfield vliegt. De piloten vinden het aardig om het fenomenale uitzicht te delen en nodigen me uit om op de derde stoel plaats te nemen. Ik krijg zelfs een headset op mijn hoofd. Door het kabaal dat het legervliegtuig maakt, kunnen ze zonder headset niet met elkaar praten. Ook al vliegen ze de route over de golf van Oman, over zuid Pakistan naar Afghanistan bijna dagelijks, nog altijd is het magisch. Van zee naar bergen naar woestijn met af en toe een ‘green zone’, maar boven al veel drooggevallen rivierbeddingen. Vanuit de lucht is dat robuuste berglandschap net als een landkaart met relief. Maar dan echt.

In de buurt van Kandahar maakt de Hercules een paar onverwachte slingerbewegingen. Het zijn een soort duikmanouvres die gebruikelijk zijn bij de landing in het oorlogsgebied. Het echte werk is begonnen. Eerste voet op Afghaanse bodem, eerste voet in oorlog.

Van Kandahar naar Tarin Kowt vliegen we met een Dash-7 (klein propellervliegtuigje). Het is maar een half uurtje vliegen. Vanuit de lucht zie ik voor het eerst hoe een quala eruit ziet. Dat is een ommuurd Afghaans huis. Ik zie zelfs een paar kamelen staan.

NB. Wegens Opsec (Operation Security) kan ik nog niet veel uitweiden over de tripjes die ik de komende weken ga maken. Maar u bent de eerste die het hoort zodra ik weer terug ben op de base.

De dagboekschrijver van Kamp Holland

Nederland staat onder politieke druk. De Tweede Kamer en NAVO-partners staan tegenover elkaar betreft een mogelijke Nederlandse rol in Afghanistan ná 2010. Ondertussen gaat het werk in Uruzgan gewoon door en wordt er iedere dag oorlogsgeschiedenis geschreven. Door ‘dagboekschrijvers’ op Kamp Holland.

Historicus Serge Blom via videoverbinding vanuit Kamp Holland

Historicus Serge Blom via videoverbinding vanuit Kamp Holland

Op de ‘Nacht van de Geschiedenis’ in Hotel Krasnapolsky in Amsterdam, werd zaterdagavond een live videoverbinding gemaakt met zo’n dagboekschrijver op het Nederlandse kamp in Uruzgan. Dienstdoende historicus Serge Blom verschijnt op het scherm en vertelt over het belang van zijn werk. Want of we nou actief blijven in Afghanistan of niet. Het is belangrijk dat alle stappen in besluitvormingsprocessen goed worden gedocumenteerd. Serge Blom werkt voor het Instituut voor Militaire Geschiedenis en is voor de derde keer in Uruzgan.

Lees verder